id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.4 Rolnummer: P.22.0326.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-04-28 Raadplegingen: 575 - laatst gezien 2026-06-17 17:38 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een op grond van artikel 542 Wetboek van Strafvordering ingediend verzoek tot verwijzing van een zaak van de ene rechtbank naar een andere rechtbank op grond van gewettigde verdenking is slechts ontvankelijk indien wordt aangevoerd dat de gewettigde verdenking bestaat ten aanzien van alle rechters van die rechtbank; een verzoek dat aanvoert dat de gewettigde verdenking slechts bestaat ten aanzien van de rechters van een bepaalde afdeling van de rechtbank en dus niet ten aanzien van de rechters van andere afdelingen is niet ontvankelijk
(1).
(1)Cass. 30 juni 2020, AR P.20.0518.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.18, AC 2020, nr.
- Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Verzoek tot onttrekking - Gewettigde verdenking - Ontvankelijkheid - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 542, tweede lid, en 545, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0326.N N. S., verzoekster tot verwijzing van de ene rechtbank naar een andere, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 104, waar de verzoekster woonplaats kiest, in de zaak van PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Turnhout, vervolgende partij, tegen N. R. J. N., beklaagde, mede inzake N. S., reeds vermeld, burgerlijke partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoekschrift dat is ontvangen ter griffie van het Hof op 9 maart 2022 en waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, beoogt de onttrekking wegens gewettigde verdenking aan “de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, sectie correctioneel” van de zaak gekend onder systeemnummer 20C
- Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- De verzoekster voert aan dat er gewettigde verdenking bestaat ten aanzien van “de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, sectie correctioneel”, omdat: - in de door die rechtbank op dagvaarding van het openbaar ministerie te behandelen strafzaak waarin de verzoekster zich op 15 februari 2022 burgerlijke partij heeft gesteld, de tegenpartij wordt vertegenwoordigd door mr. Ch. T.; - mr. Ch. T. plaatsvervangend rechter in deze rechtbank en afdeling is, waar zij regelmatig zetelt in correctionele zaken; - volgens de verzoekster de concrete professionele contacten die bestaan tussen mr. Ch. T. en alle rechters van deze rechtbank en afdeling bij de par¬tijen en derden een schijn van partijdigheid opwekken.
- Volgens artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan het Hof van Cassatie in correctionele zaken op vordering van een belanghebbende partij de verwijzing bevelen van de ene rechtbank naar een andere rechtbank op grond van gewettigde verdenking.
- Volgens artikel 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de kamer van het Hof die kennis neemt van het cassatieberoep in criminele, correctionele en politiezaken onmiddellijk uitspraak doen indien het verzoek kennelijk onontvankelijk is.
- Een op grond van artikel 542 Wetboek van Strafvordering ingediend verzoek tot verwijzing van een zaak van de ene rechtbank naar een andere rechtbank op grond van gewettigde verdenking is slechts ontvankelijk indien wordt aangevoerd dat de gewettigde verdenking bestaat ten aanzien van alle rechters van die rechtbank. Een verzoek dat aanvoert dat de gewettigde verdenking slechts bestaat ten aanzien van de rechters van een bepaalde afdeling van de rechtbank en dus niet ten aanzien van de rechters van andere afdelingen is niet ontvankelijk. Het verzoek is bijgevolg kennelijk niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoekster tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 19 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200630.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div