← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022

Art. 38

, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Gezag van gewijsde - Strafzaken - Wegverkeer - Wegverkeerswet - Artikel 38, § 6 - Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf - Bijzonder herhalingsregime - Vergissing of onvolledigheid in het vonnis dat de grondslag vormt voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 38

, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Artikel 38, § 6 - Verval van het recht tot sturen uitgesproken als straf - Bijzonder herhalingsregime - Vergissing of onvolledigheid in het vonnis dat de grondslag vormt voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet - Gezag van gewijsde - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 38, § 6 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.

P.22.0359.N J. F. J. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Robby Loos, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 15 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
  2. Het eerste middel voert schending aan van artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet: uit het vonnis van 13 oktober 2020 van de politierechtbank Limburg, afdeling Maaseik, blijkt dat de eiser werd veroordeeld voor de telastlegging A, die in dit vonnis wordt omschreven als een inbreuk op artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet; aldus kan er geen twijfel over bestaan dat de eiser werd veroordeeld bij toepassing van die bepaling; artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet laat het verval van het recht tot sturen toe voor de duur van ten minste 8 dagen en ten hoogste vijf jaar, zodat de verwijzing naar artikel 38 Wegverkeerswet overbodig was; krachtens artikel 38 kan dan ook geen verval van het recht tot sturen worden opgelegd bij een inbreuk op artikel 29, § 3, eerste lid of tweede lid, Wegverkeerswet; hieruit blijkt dat de veroordeling in het vonnis van 13 oktober 2020 één was bij toepassing van artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet; ten onrechte past het bestreden vonnis derhalve de herhaling zoals bepaald in artikel 38, § 6, Wegverkeerswet toe, dat immers niet verwijst naar inbreuken op artikel 29, § 3, eerste of tweede lid, Wegverkeerswet. Het tweede middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van gewijsde: het bestreden vonnis stelt vast dat in de dagvaarding, die werd overgenomen in het vonnis van 13 oktober 2020, verkeerdelijk werd verwezen naar artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet in plaats van naar artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet; het oordeelt vervolgens ten onrechte dat deze omstandigheid geen afbreuk doet aan het gegeven dat de veroordeling van 13 oktober 2020 er één was met toepassing van artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet, zodat voldaan is aan de wettelijke vereisten voor de herhaling, zoals bepaald in artikel 38, § 6, Wegverkeerswet.
  3. Artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig van ten minste drie maanden moet uitspreken en het herstel van het recht tot sturen afhankelijk moet maken van het slagen in de vier examens en onderzoeken, wanneer de schuldige, na een veroordeling met toepassing van onder meer artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet, één van de in artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet vermelde bepalingen opnieuw overtreedt binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.
  4. Het gezag van gewijsde waarmee een vonnis is bekleed dat moet dienen als grondslag voor de toepassing van artikel 38, § 6, Wegverkeerswet en artikel 38, § 6, Wegverkeerswet zelf, verzetten zich niet ertegen dat de rechter kan oordelen dat de vermelding van een wetsbepaling in een vonnis dat veroordeelt voor een van de in artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet vermelde misdrijven berust op een vergissing of onvolledig is.
  5. Het openbaar ministerie heeft voor de appelrechters aangevoerd dat het vonnis van de politierechtbank Limburg, afdeling Maaseik, van 13 oktober 2020 een vonnis is dat een grondslag vormt voor de toepassing van artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet, omdat dit vonnis de eiser heeft veroordeeld voor een inbreuk op artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet.
  6. Het vonnis van de politierechtbank Limburg, afdeling Maaseik, van 13 oktober 2020 verklaart de eiser schuldig aan het als bestuurder van een voertuig op de openbare weg, binnen de bebouwde kom, de maximum toegelaten snelheid van 50 km/u te hebben overschreden door aan een gecorrigeerde snelheid van 81 km per uur (vastgestelde snelheid van 87 km per uur) te hebben gereden. Het maakt daarbij melding van artikel 11.1, eerste lid, Wegverkeersreglement en artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet.
  7. Artikel 11.1, eerste lid, Wegverkeersreglement bepaalt dat binnen de bebouwde kommen de snelheid is beperkt tot 50 km per uur.
  8. Artikel 29, § 3, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van de Wegverkeerswet wordt gestraft met een geldboete van 10,00 tot 500,00 euro. Volgens het tweede lid van die bepaling houdt de rechter rekening met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten snelheid wordt overschreden.
  9. Artikel 29, § 3, derde lid, tweede gedachtestreepje, Wegverkeerswet bepaalt dat voor het overschrijden van de toegelaten maximum snelheid met meer dan 30 kilometer per uur in de bebouwde kom de rechter bovendien een verval uitspreekt van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minsten acht dagen en ten hoogste vijf jaar.
  10. Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de verwijzing in de telastlegging in de dagvaarding, die werd overgenomen in het vonnis van 13 oktober 2020, naar artikel 29, § 3, eerste en tweede lid, Wegverkeerswet in plaats van naar artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet, geen afbreuk doet aan het gegeven dat de veroordeling van 13 oktober 2020 er één is met toepassing van artikel 29, § 3, derde lid, Wegverkeerswet, zodat voor wat betreft het feit van de telastlegging A artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet van toepassing is, verantwoordt die beslissing naar recht. De middelen kunnen niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 19 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121205.3 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151023.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221018.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.