id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.15 Rolnummer: F.20.0156.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MIN FIN c. EYCKMANS Co ACCOUNT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2022-04-28 Raadplegingen: 1923 - laatst gezien 2026-06-19 03:05 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220421.1N.15 Fiches 1 - 4 Artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, verhindert niet dat onderscheiden administratieve fiscale sancties met het karakter van een straf aan eenzelfde persoon en wegens dezelfde feiten worden opgelegd, op voorwaarde dat vaststaat dat de desbetreffende sancties zowel substantieel als temporeel voldoende nauw met elkaar verbonden zijn
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Sancties. Verhogingen. Administratieve boeten. Straffen Vrije woorden: Non bis in idem - Boete wegens niet-aangifte - Belastingverhoging - Cumul - Substantieel voldoende nauw verbonden sancties - Vereiste - Voorwaarden Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.7 - Administratieve sancties inzake belastingen - Cumul - Substantieel voldoende nauw verbonden sancties - Vereiste - Voorwaarden Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM - Administratieve sancties inzake belastingen - Substantieel voldoende nauw verbonden sancties - Vereiste - Voorwaarden Thesaurus CAS: ADMINISTRATIEVE GELDBOETE IN FISCALE ZAKEN Vrije woorden: Non bis in idem - Boete wegens niet-aangifte - Belastingverhoging - Cumul - Substantieel voldoende nauw verbonden sancties - Vereiste - Voorwaarden Fiche 5 De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite of twee onderscheiden administratieve sancties, die aan eenzelfde persoon en wegens dezelfde feiten werden opgelegd, substantieel voldoende nauw met elkaar verbonden zijn en beoordeelt derhalve onaantastbaar in feite of de beide sancties complementaire doeleinden nastreven en derhalve zowel in abstracto als in concreto verschillende aspecten van eenzelfde wangedrag betreffen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Non bis in idem - Administratieve sancties van strafrechtelijke aard - Cumul van boete en belastingverhoging - Substantieel voldoende nauw verbonden sancties - Vereiste - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Artt. 444 en 445 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Annotaties Publicaties: Fisc.Act.-Fiscale actualiteit: wekelijkse nieuwsbrief - 2022, nr. 17, p. 1-3. - DESTERBECK, Francis; Noot'Belastingverhogingen en boetes mogen voor hetzelfde doel niet samen opgelegd worden' Tekst van de beslissing Nr. F.20.0156.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal KMO Centrum Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke-Dujardinstraat 4, eiser, tegen EYCKMANS & CO ACCOUNTANTSKANTOOR bv, met zetel te 8000 Brugge, Sint-Pietersmolenstraat 200, bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0440.023.375, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 12 november 2019. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 4 februari 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Artikel 14.7 IVBPR bepaalt dat niemand voor een tweede keer mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM bepaalt dat niemand opnieuw wordt berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van die staat. Het algemene rechtsbeginsel non bis in idem heeft dezelfde draagwijdte. 2. Artikel 4.1 Zevende Aanvullend Protocol EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, verhindert niet dat onderscheiden administratieve fiscale sancties met het karakter van een straf aan eenzelfde persoon en wegens dezelfde feiten worden opgelegd, op voorwaarde dat vaststaat dat de desbetreffende sancties zowel substantieel als temporeel voldoende nauw met elkaar verbonden zijn. Opdat de desbetreffende sancties substantieel voldoende nauw met elkaar verbonden zouden zijn, (
- i)moeten de beide sancties complementaire doeleinden nastreven en derhalve, zowel in abstracto als in concreto, verschillende aspecten van eenzelfde wangedrag betreffen; (
- ii)moet de dubbele bestraffing voor de betrokkene, zowel in rechte als in de praktijk, een voorzienbaar gevolg zijn van hetzelfde bestreden gedrag; (iii) moet in de mate van het mogelijke, dubbele bewijsgaring en dubbele bewijsbeoordeling vermeden worden, door een adequate interactie tussen de verschillende bevoegde instanties; en (
- iv)moet de sanctie die in de eerste procedure werd opgelegd in rekening worden gebracht bij het bepalen van de sanctie in de tweede procedure, zodat vermeden wordt dat de betrokkene een onevenredig zware straf wordt opgelegd. De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite of twee onderscheiden administratieve sancties, die aan eenzelfde persoon en wegens dezelfde feiten werden opgelegd, substantieel voldoende nauw met elkaar verbonden zijn en beoordeelt derhalve onaantastbaar in feite of de beide sancties complementaire doeleinden nastreven en derhalve zowel in abstracto als in concreto verschillende aspecten van eenzelfde wangedrag betreffen. 3. De appelrechter oordeelt dat, onverminderd de vraag of aan de andere criteria voor samenhang is voldaan, in voorliggend geval het opleggen van een administratieve sanctie met toepassing van artikel 445 WIB92, enerzijds, en het opleggen van een belastingverhoging met toepassing van artikel 444 WIB92 wegens verzuim de aangifte tijdig in te dienen, anderzijds, geen complementaire doeleinden dienen, doch wel dezelfde doeleinden, en dat deze sancties in concreto geen betrekking hebben op verschillende aspecten van eenzelfde wangedrag, maar dat integendeel de maatschappelijke doelstellingen die worden nagestreefd met een bestraffing van het wangedrag, dezelfde zijn in beide sanctieregimes, eerder dan dat ze elkaar aanvullen. 4. De appelrechter kon op deze gronden wettig oordelen dat de beide sancties substantieel niet voldoende nauw met elkaar verbonden zijn en dat om die reden een miskenning van het non bis in idem beginsel voorligt. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 188,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 21 april 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.15 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220421.1N.15 geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.149 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div