← België

VLAAMS GEWEST contra F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.7 Rolnummer: F.20.0150.N Zaak: VLAAMS GEWEST contra F. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-04-28 Raadplegingen: 3210 - laatst gezien 2026-06-19 02:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het recht op rechtszekerheid houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat hij niet anders kan opvatten dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid; de rechter oordeelt onaantastbaar in feite of bij een belastingplichtige een redelijk vertrouwen is gewekt, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak; het Hof gaat niettemin na of de rechter het begrip redelijk vertrouwen niet heeft miskend door uit de vastgestelde feiten gevolgen af te leiden die hiermee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht op rechtszekerheid - Redelijk vertrouwen - Onaantastbare beoordeling in feite - Toetsing door het Hof Annotaties Publicaties: Fisc.Act.-Fiscale actualiteit: wekelijkse nieuwsbrief - 2022, nr. 16, p. 1-

  1. - VANHULLE, Henk; VAN CAUWENBERGHE, Jan; Noot'Rechtszekerheidsbeginsel wordt uitgebreid tot contra legem-situaties' Fiscologue-Fiscologue - 2022, n° 1749, p. 9-
  2. - VAN CROMBRUGGE, Stefaan; Note'Cassation sur la donation d'une assurance-placement dans l'ancien régime' Tekst van de beslissing Nr. F.20.0150.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  3. M. F.,
  4. M. H.,
  5. M. D. C., verweerders, met als raadsman mr. Guillaume Deknudt, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8500 Kortrijk, Voorstraat 38, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 mei
  6. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 8 maart 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF (…) Tweede onderdeel
  7. De algemene beginselen van het behoorlijk bestuur sluiten het recht op rechtszekerheid in. Deze beginselen gelden ook ten aanzien van het fiscaal bestuur. Het recht op rechtszekerheid houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat hij niet anders kan opvatten dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid. Daaruit volgt dat de verwachtingen die de overheid bij de burger creëert, in de regel moeten worden gehonoreerd.
  8. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of bij een belastingplichtige een redelijk vertrouwen is gewekt, rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak. Het Hof gaat niettemin na of de rechter het begrip redelijk vertrouwen niet heeft miskend door uit de vastgestelde feiten gevolgen af te leiden die hiermee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
  9. Het arrest stelt vast en oordeelt dat: - de erflater bij notariële akte van 16 september 2013 drie levensverzekeringsovereenkomsten heeft geschonken aan de verweerders; - de verweerders op de afkoopwaarde van de verzekeringsovereenkomsten 7 pct. registratierechten betaalden, althans elk voor hun deel; - de erflater overleed op 30 december 2016; - artikel 2.7.1.0.6 VCF, zoals van toepassing vóór de wijziging bij decreet van 23 december 2016, van toepassing was op alle overlijdens met een fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest vanaf 1967 tot 31 december 2016; - niettegenstaande artikel 2.7.1.0.6 VCF niet werd gewijzigd (althans niet tot 31 december 2016) de bevoegde overheden deze fictiebepaling op verschillende manieren hebben geïnterpreteerd in het geval een levensverzekering eerst aan de begunstigde werd geschonken en vervolgens werd uitgekeerd aan die begunstigde naar aanleiding van het overlijden van de schenker; - de federale belastingadministratie in een niet-gepubliceerd schrijven het volgende heeft bevestigd: “De Administratie gaat van het standpunt uit dat door een overdracht van de rechten van de verzekeringsnemer aan de begunstigde het initieel beding ten behoeve van een derde is omgezet in een beding ten behoeve van zichzelf. Wanneer op de dag van het overlijden het beding (en tevens het contract) uitwerking krijgt en de uitkering zal dienen te gebeuren, kan gelet op de gedane overdracht (schenking) artikel 8 W.Succ. bijgevolg niet worden toegepast” (brief van 9 april 2013, nr. EE/105.349, niet gepubliceerd, maar bekendgemaakt in de vakliteratuur); - in een ruling van 6 juli 2017 de federale administratie dat standpunt heeft bevestigd; - de eiser op 12 oktober 2015 een ander standpunt heeft ingenomen dan de federale administratie, met name dat de schenking van een levensverzekeringscontract de toepassing van artikel 2.7.1.0.6 VCF bij de uitkering niet uitsluit; - artikel 2.7.1.0.6 VCF eerst bij decreet van 23 december 2016 gewijzigd werd om het standpunt van de eiser te verankeren; - deze wijziging slechts van toepassing is voor overlijdens vanaf 1 januari 2017; - de evolutie in standpunten, zonder wijziging van de toepasselijke wettekst, tot gevolg heeft dat de wijze waarop de uitkering van de levensverzekeringsovereenkomsten wordt behandeld bij het openvallen van de nalatenschap anders is dan waar de erflater op het moment van de schenking kon van uitgaan; - de schenkingsakte de volle rechten op verzekering tot voorwerp had, met inbegrip van alle rechten die exclusief aan de verzekeringnemer toekomen, waaronder het recht van begunstiging en van herroeping van de begunstiging; - ongeacht of het standpunt van de federale belastingadministratie juist of onjuist was, het uitdrukkelijke standpunt duidelijk was en moet geacht worden bij de betrokkenen rechtmatige verwachtingen te hebben gecreëerd, zodat de betrokkenen er hun gedrag mochten op afstemmen; - zelfs al heeft de eiser nog vóór het overlijden van de erflater het standpunt van de federale belastingadministratie verlaten, de determinerende keuzes reeds waren gemaakt; - de ontsnappingsmogelijkheden die de eiser op 4 december 2015 nog heeft toegevoegd aan zijn standpunt nr. 15133 geen oplossing boden om aan de gehekelde opeenvolgende belasting te ontsnappen.
  10. Het arrest kon op grond van die vaststellingen naar recht oordelen dat de verweerders, op grond van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, gerechtigd zijn op de toepassing van de principes uiteengezet in het standpunt dat gold op het moment van de schenking, waarbij de uitkering van de verzekeringsovereenkomst niet onder artikel 2.7.1.0.6, § 1, VCF valt en dus niet belastbaar is. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 401,75 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 21 april 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220421.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2025:ARR.20251215.1 ECLI:BE:CALIE:2025:DEC.20251117.1 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260312.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.