← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.13 Rolnummer: P.22.0532.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-05-05 Raadplegingen: 545 - laatst gezien 2026-06-18 02:42 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de bepalingen van artikel 28.2 en 28.3, Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en artikel 38, §1 en § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel volgt dat, ook al vermeldt artikel 38 Wet Europees Aanhoudingsbevel dit niet uitdrukkelijk en verwijst het evenmin uitdrukkelijk naar artikel 16 Wet Europees Aanhoudingsbevel, het onderzoeksgerecht slechts de tenuitvoerlegging van een tweede Europees aanhoudingsbevel kan bevelen indien het vaststelt dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit van het eerste bevel, toestemming heeft verleend met de overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit van het tweede bevel in de gevallen waarin die toestemming is vereist; het staat immers aan het onderzoeksgerecht te onderzoeken of de toestemming is vereist en of ze werd verleend en het onderzoeksgerecht kan zich niet ertoe beperken de tenuitvoerlegging te bevelen van het tweede Europees aanhoudingsbevel met de vaststelling dat een overlevering slechts mogelijk is nadat de bevoegde uitvoerende autoriteit van het eerste bevel toestemming zal hebben gegeven met de overlevering aan de uitvaardigende autoriteit van het tweede bevel

(1).
(1)Zie Cass. 11 september 2019, AR P.19.0922.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190911.5, AC 2019, nr. 452, met concl. van advocaat-generaal D. Vandermeersch, op datum in Pas.; contra: J. VAN GAEVER, Het Europees aanhoudingsbevel in de praktijk, Kluwer, 2013, p. 248-
  1. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 38, §§ 1 en 2 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: UITLEVERING Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 38, §§ 1 en 2 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Annotaties Publicaties: NC-Nullum Crimen: Tijdschrift voor straf-en strafprocesrecht - 2022, nr. 6, p. 481-
  2. - DEWULF, Steven; Noot'De'doorleving'aan een lidstaat van de EU van een persoon die eerst is overgeleverd aan België door een andere lidstaat: eerst de toestemming, dan pas de beslissing' Tekst van de beslissing Nr. P.22.0532.N G. K. alias G. G.-K., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Frank Vandewalle, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 april 2022, gewezen op bij verwijzing bij arrest van het Hof van 5 april
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. VOORGAANDEN De eiser wordt op 8 februari 2022 door een Britse rechterlijke autoriteit overgeleverd aan België op basis van een op 15 april 2019 door een onderzoeksrechter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel uitgevaardigd Europees aanhoudingsbevel wegens feiten van valsheid en gebruik, oplichting, criminele organisatie, witwassen, fraude inzake inkomstenbelastingen en valsheid inzake inkomstenbelasting, in de periode van juni 2012 tot mei
  4. Op 20 januari 2022 vaardigt een Deense rechterlijke autoriteit een Europees aanhoudingsbevel uit tegen de eiser wegens feiten van oplichting in de periode 2012-
  5. Een onderzoeksrechter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel beveelt op basis daarvan op 9 februari 2022 de vrijheidsberoving van de eiser. Op 22 februari 2022 beslist de raadkamer van de voormelde rechtbank de behandeling van de vordering van het openbaar ministerie tot het bevelen van de tenuitvoerlegging van het Deense Europees aanhoudingsbevel te verdagen. Op 1 maart 2022 beslist de onderzoeksrechter bij toepassing van artikel 16, § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel de eiser in vrijheid te stellen omdat de raadkamer niet binnen de vijftien dagen uitspraak heeft gedaan over de vordering tot tenuitvoerlegging van het Deense Europees aanhoudingsbevel. Op het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen die beslissing van invrijheidstelling beslist de kamer van inbeschuldigingstelling te Brussel bij arrest van 17 maart 2022 dat de eiser in hechtenis blijft en dat de kamer van inbeschuldigingstelling voor het overige niet bevoegd is om zich uit te spreken over de tenuitvoerlegging van het Deense Europees aanhoudingsbevel. Bij arrest P.22.0406.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.15 van 5 april 2022 vernietigt het Hof het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling van 17 maart 2022, maar enkel in zoverre het nalaat uitspraak te doen over de tenuitvoerlegging van het Deense Europees aanhoudingsbevel. Met het thans bestreden arrest van 14 april 2022 beveelt de kamer van inbeschuldigingstelling de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel, maar met dien verstande dat de overlevering slechts mogelijk zal zijn nadat de toestemming is ontvangen van de autoriteiten van Groot-Brittannië met de overlevering van de eiser aan Denemarken. Er blijkt niet dat de eiser uit vrije wil op het grondgebied België verbleef en evenmin dat hij heeft ingestemd met de tenuitvoerlegging van het Deense Europees aanhoudingsbevel en afstand deed van de bescherming van het specialiteitsbeginsel. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 28, 2°, c), Kaderbesluit 2002/584/JBZ van 13 juni 2002 van de Raad betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (hierna Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel) en artikel 38, § 1 en § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest verklaart het Deense Europees aanhoudingsbevel uitvoerbaar nog vooraleer de toestemming van de Britse bevoegde autoriteit werd verkregen met de overlevering aan Denemarken.
  7. Artikel 28.2 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt in welke drie gevallen een persoon die op grond van een Europees aanhoudingsbevel aan de uitvaardigende staat is overgeleverd, zonder toestemming van de uitvoerende lidstaat aan een andere lidstaat dan de uitvoerende lidstaat kan worden overgeleverd op grond van een Europees aanhoudingsbevel dat is uitgevaardigd wegens enig voor de overlevering gepleegd feit. Artikel 28.3 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt voor de gevallen waarin de toestemming van de uitvoerende rechtelijke autoriteit is vereist, de wijze waarop dit moet gebeuren. Artikel 38 Wet Europees Aanhoudingsbevel regelt de uitvoering van deze bepalingen.
  8. Artikel 38, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat een persoon die aan België is overgeleverd op grond van een Europees aanhoudingsbevel, zonder toestemming van de uitvoerende lidstaat aan een andere lidstaat dan de uitvoerende staat kan worden overgeleverd op grond van een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd wegens een strafbaar feit gepleegd voor zijn overlevering ingeval: 1° de betrokkene, hoewel hij daartoe de mogelijkheid had, het Belgisch grondgebied niet heeft verlaten binnen de vijfenveertig dagen volgend op zijn definitieve invrijheidstelling of hij aldaar is teruggekeerd na het te hebben verlaten; 2° de betrokkene ermee instemt op grond van een Europees aanhoudingsbevel te worden overgeleverd aan een andere lidstaat dan de uitvoerende staat.
  9. Artikel 38, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat buiten de in paragraaf 1 bedoelde gevallen aan de uitvoerende rechterlijke autoriteit een verzoek tot toestemming moet worden gericht, zulks samen met de gegevens vermeld in artikel 2, § 4, van de wet en met een vertaling.
  10. Uit deze bepalingen volgt dat, ook al vermeldt artikel 38 Wet Europees Aanhoudingsbevel dit niet uitdrukkelijk en verwijst het evenmin uitdrukkelijk naar artikel 16 Wet Europees Aanhoudingsbevel, het onderzoeksgerecht slechts de tenuitvoerlegging van een tweede Europees aanhoudingsbevel kan bevelen indien het vaststelt dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit van het eerste bevel, toestemming heeft verleend met de overlevering aan de uitvaardigende rechterlijke autoriteit van het tweede bevel in de gevallen waarin die toestemming is vereist. Het staat immers aan het onderzoeksgerecht te onderzoeken of de toestemming is vereist en of ze werd verleend. Het onderzoeksgerecht kan zich niet ertoe beperken de tenuitvoerlegging te bevelen van het tweede Europees aanhoudingsbevel met de vaststelling dat een overlevering slechts mogelijk is nadat de bevoegde uitvoerende autoriteit van het eerste bevel toestemming zal hebben gegeven met de overlevering aan de uitvaardigende autoriteit van het tweede bevel.
  11. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt die beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 26 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220405.2N.15 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190911.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.