← België

R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 april 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.9 Rolnummer: P.22.0444.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-05-05 Raadplegingen: 393 - laatst gezien 2026-06-17 02:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 49, § 1, Wet Strafuitvoering volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie slechts kan toekennen nadat de veroordeelde daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend maar geen enkele bepaling van de Wet Strafuitvoering noch enig andere wettelijke bepaling verzet zich ertegen dat de veroordeelde afstand doet van dat verzoek

(1)het vonnis dat nalaat uitspraak te doen over de afstand van het verzoek om beperkte detentie en ondanks deze afstand het verzoek om die strafuitvoeringsmodaliteit afwijst, is niet naar recht verantwoord.
(1)Cass. 20 juli 2021, AR P.21.0880.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210720.VAK.5, AC 2021, nr.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Verzoek tot beperkte detentie - Afstand van het verzoek - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 49, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - ALLERLEI Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Verzoek tot beperkte detentie - Afstand van het verzoek - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 49, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0444.N A. R., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Caroline Heymans, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel van 28 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 2, 635 en 820 tot 827 Gerechtelijk Wetboek: het vonnis wijst eisers verzoek om beperkte detentie af, terwijl de eiser afstand heeft gedaan van dit verzoek en de rechtbank er bijgevolg geen uitspraak meer over kon doen.
  4. Uit artikel 49, § 1, Wet Strafuitvoering volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie slechts kan toekennen nadat de veroordeelde daartoe een schriftelijk verzoek heeft ingediend. Geen enkele bepaling van de Wet Strafuitvoering noch enig andere wettelijke bepaling verzet zich ertegen dat de veroordeelde afstand doet van dat verzoek.
  5. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 1 februari 2022 blijkt dat de raadsman van de eiser afstand heeft gedaan van het verzoek om beperkte detentie en dat om een kort uitstel werd gevraagd voor wat betreft de behandeling van het verzoek om elektronisch toezicht. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 15 maart 2022 blijkt dat de eiser enkel om elektronisch toezicht heeft verzocht.
  6. Het vonnis dat nalaat uitspraak te doen over de afstand van het verzoek om beperkte detentie en ondanks die afstand het verzoek om die strafuitvoeringsmodaliteit afwijst met de vaststelling dat slechts vanaf 28 juni 2022 een nieuw verzoek kan worden ingediend, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige strafuitvoeringsrechtbank Brussel, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 42,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 26 april 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210720.VAK.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.