id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.17 Rolnummer: P.22.0552.N Zaak: Y. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-05-10 Raadplegingen: 369 - laatst gezien 2026-06-16 05:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De strafuitvoeringsrechtbank die kennis neemt van een vordering tot intrekking overeenkomstig artikel 61 Wet Strafuitvoering van een bij toepassing van de artikelen 67 en 68 Wet Strafuitvoering toegekende strafuitvoeringsmodaliteit na herziening van de initiële strafuitvoeringsmodaliteit en vervolgens van de vordering tot herroeping van de initiële strafuitvoeringsmodaliteit, is niet ertoe gehouden te antwoorden op de loutere mededeling door de veroordeelde dat hij akkoord gaat met beperkte detentie. Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit - Akkoord van de veroordeelde met beperkte detentie - Vermelding op het zittingsblad - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 61, 67 en 68 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Voorwaardelijke invrijheidstelling - Vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit - Akkoord van de veroordeelde met beperkte detentie - Vermelding op het zittingsblad - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 61, 67 en 68 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 4 Indien de strafuitvoeringsrechtbank na een vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig de artikelen 67 en 68 Wet Strafuitvoering heeft beslist om een andere strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen en daarna volgens de in artikel 61 Wet Strafuitvoering bedoelde procedure oordeelt dat die nieuw toegekende strafuitvoeringsmodaliteit moet worden ingetrokken, dan moet zij opnieuw uitspraak doen over de vordering tot herroeping, herziening of schorsing van de initiële strafuitvoeringsmodaliteit. Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit - Toekenning van een andere strafuitvoeringsmodaliteit - Intrekking van de beslissing - Gevolg - Oordeel over de initiële vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 61, 67 en 68 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit - Toekenning van een andere strafuitvoeringsmodaliteit - Intrekking van de beslissing - Gevolg - Oordeel over de initiële vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 61, 67 en 68 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0552.N A. Y., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 1 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert miskenning aan van de motiveringsplicht: het vonnis dat beslist tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, antwoordt niet op het gegeven dat de eiser uitdrukkelijk akkoord was met een beperkte detentie, zoals dat blijkt uit het proces-verbaal van de rechtszitting; het vonnis is dan ook niet naar behoren gemotiveerd.
- De strafuitvoeringsrechtbank die kennis neemt van een vordering tot intrekking overeenkomstig artikel 61 Wet Strafuitvoering van een bij toepassing van de artikelen 67 en 68 Wet Strafuitvoering toegekende strafuitvoeringsmodaliteit na herziening van de initiële strafuitvoeringsmodaliteit en vervolgens van de vordering tot herroeping van de initiële strafuitvoeringsmodaliteit, is niet ertoe gehouden te antwoorden op de loutere mededeling door de veroordeelde dat hij akkoord gaat met beperkte detentie. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 61 Wet Strafuitvoering en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op tegenspraak: de strafuitvoeringsrechtbank die is gevat met een vordering op grond van artikel 61 Wet Strafuitvoering kan zich enkel uitspreken over de intrekking van de met het vonnis van 28 maart 2022 toegekende strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht en kan dan ook niet overgaan tot de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling; de eiser werd bovendien niet uitgenodigd zich te verdedigen over de vordering tot herroeping.
- Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel van het recht op tegenspraak dat te onderscheiden is van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 1 april 2022 blijkt dat het openbaar ministerie op die rechtszitting heeft meegedeeld dat de originele vordering nog altijd werd gehandhaafd. De eiser wist bijgevolg dat hij zich ook diende te verdedigen over de vordering tot herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Indien de strafuitvoeringsrechtbank na een vordering tot herroeping, herziening of schorsing van een strafuitvoeringsmodaliteit overeenkomstig de artikelen 67 en 68 Wet Strafuitvoering heeft beslist om een andere strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen en daarna volgens de in artikel 61 Wet Strafuitvoering bedoelde procedure oordeelt dat die nieuw toegekende strafuitvoeringsmodaliteit moet worden ingetrokken, dan moet zij opnieuw uitspraak doen over de vordering tot herroeping, herziening of schorsing van de initiële strafuitvoeringsmodaliteit. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - aan de eiser bij vonnis van 29 april 2019 de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd toegekend; - de procureur des Konings op 11 maart 2022 de strafuitvoeringsrechtbank heeft verzocht om de bij vonnis van 29 april 2019 toegekende strafuitvoeringsmodaliteit van de voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen; - de strafuitvoeringsrechtbank, nadat zij bij vonnis van 21 maart 2022 de op 29 april 2019 toegekende voorwaardelijke invrijheidstelling heeft geschorst, bij vonnis van 28 maart 2022 heeft beslist de voorwaardelijke invrijheidstelling te herzien en aan de eiser de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht toe te kennen; - de strafuitvoeringsrechtbank met het thans bestreden vonnis bij toepassing van artikel 61 Wet Strafuitvoering de beslissing van 28 maart 2022 heeft ingetrokken. De strafuitvoeringsrechtbank kan dan ook kennis nemen van de vordering van de procureur des Konings tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling en die vordering inwilligen. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 3 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div