← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.18 Rolnummer: P.22.0560.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-05-10 Raadplegingen: 403 - laatst gezien 2026-06-16 05:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De uitoefening van het recht van verdediging vereist niet dat de inverdenkinggestelde die zich in voorlopige hechtenis bevindt in de gevangenis voor de behandeling van zijn cassatieberoep beschikt over een computer, een telefoon en toegang tot het internet. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INZAGE VAN HET DOSSIER Vrije woorden: Gebrek aan toegang tot elektronische communicatie in de gevangenis - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Inzage van het dossier - Gebrek aan toegang tot elektronische communicatie in de gevangenis - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.22.0560.N H. V., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 april

  1. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het door eiser ingediende en op 2 mei 2022 op de griffie van het Hof ontvangen geschrift
  2. De eiser vraagt in dit geschrift de aanwijzing van een raadsman voor de cassatieprocedure.
  3. De wet voorziet niet in de verplichte aanwijzing door het Hof van een raadsman voor de cassatieprocedure inzake voorlopige hechtenis. Bovendien stelt het Hof vast dat de eiser ter gelegenheid van de behandeling van zijn hoger beroep door de kamer van inbeschuldigingstelling werd vertegenwoordigd door een raadsman. Het verzoek tot aanwijzing van een raadsman wordt afgewezen.
  4. De eiser voert verder aan dat de afwezigheid van een computer, een telefoon en toegang tot het internet de uitoefening van zijn recht van verdediging miskent.
  5. De uitoefening van het recht van verdediging vereist niet dat hij die zich in voorlopige hechtenis bevindt in de gevangenis voor de behandeling van zijn cassatieberoep beschikt over een computer, een telefoon en toegang tot het internet. In zoverre faalt de grief naar recht.
  6. Volgens artikel 31, § 3, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet kunnen cassatiemiddelen worden voorgedragen in een memorie die op de griffie van het Hof moet toekomen uiterlijk de vijfde dag na de datum van de voorziening.
  7. In zoverre de eiser in het op 2 mei 2022 ter griffie van het Hof ontvangen geschrift cassatiemiddelen aanvoert, zijn die wegens laattijdigheid niet ontvankelijk, aangezien de termijn voor het indienen van een memorie verstreek op woensdag 27 april
  8. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 3 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.