id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220505.1N.1 Rolnummer: C.21.0444.N Zaak: ABC WONEN bv c. ALL TECHNOLOGY INVESTMENT GROUP nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2022-05-17 Raadplegingen: 847 - laatst gezien 2026-06-16 19:40 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 34.3 EEX-Verordening dat bepaalt dat een beslissing niet erkend wordt indien zij onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen in de aangezochte lidstaat gewezen beslissing, kan enkel worden toegepast op beslissingen waarvan de rechtsgevolgen, indien zij gelijktijdig intreden in dezelfde lidstaat, de maatschappelijke orde in de aangezochte lidstaat zouden verstoren; er moet worden nagegaan in welke mate de respectieve beslissingen rechtsgevolgen ten aanzien van dezelfde partijen meebrengen die elkaar uitsluiten; indien de partijen in de respectieve procedures slechts ten dele dezelfde zijn, moet de onverenigbaarheid partij per partij worden nagegaan waarbij de procespositie van de partijen in de respectieve procedures zonder belang is. Thesaurus CAS: UITVOERBAARVERKLARING Vrije woorden: EEX-Verordening - Tegenstrijdige beslissingen - Identieke partijen - Controle onverenigbaarheid respectieve beslissingen partij per partij indien slechts ten dele dezelfde partijen - Procespositie irrelevant Wettelijke bepalingen: Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - 22-12-2000 - Art. 34.3 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0444.N
- ABC WONEN bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 5861 BR Wanssum (Nederland), Sint-Leonardsweg 2,
- T. V.,
- M. R., eisers, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- ALL TECHNOLOGY INVESTMENT GROUP nv, met zetel te 3670 Oudsbergen, Grote Baan 6, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0878.077.058,
- J. D., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, van 29 juni
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
- Krachtens artikel 45.1 EEX-Verordening wordt de verklaring van uitvoerbaarheid door het gerecht dat oordeelt over een rechtsmiddel, bedoeld in de artikelen 43 of 44, slechts op een van de in de artikelen 34 en 35 genoemde gronden geweigerd of ingetrokken. De EEX-Verordening bepaalt zodoende op limitatieve wijze de gronden waarop de tenuitvoerlegging van een buitenlandse beslissing kan worden geweigerd.
- Artikel 34.3 EEX-Verordening bepaalt dat een beslissing niet wordt erkend indien de beslissing onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen in de aangezochte lidstaat gewezen beslissing. Deze bepaling moet strikt worden geïnterpreteerd. De bedoelde weigeringsgrond kan enkel worden toegepast op beslissingen waarvan de rechtsgevolgen, indien zij gelijktijdig intreden in dezelfde lidstaat, de maatschappelijke orde in de aangezochte lidstaat zouden verstoren. In die zin moet worden nagegaan in welke mate de respectieve beslissingen rechtsgevolgen ten aanzien van dezelfde partijen meebrengen die elkaar uitsluiten. Wanneer de partijen in de respectieve procedures slechts ten dele dezelfde zijn, moet de onverenigbaarheid partij per partij worden nagegaan. De procespositie van de partijen in de respectieve procedures is zonder belang.
- Met het oog op uitvoerbaarverklaring van een arrest van het gerechtshof te ’s Hertogenbosch van 1 december 2020 voerden de eisers bij conclusie aan dat: - deze beslissing en de Belgische beslissing van de rechtbank van koophandel te Tongeren van 23 mei 2011 niet werden gewezen met dezelfde partijenconstellatie, zodat geen onverenigbare beslissingen voorliggen en de tenuitvoerlegging van de Nederlandse beslissing niet kan worden geweigerd; - de Nederlandse beslissing is gewezen tussen enerzijds de eerste eiseres, de tweede eiser en de derde eiseres als eisers en anderzijds de eerste verweerster en de tweede verweerder als verweerders, terwijl de Belgische beslissing enkel is gewezen tussen enerzijds de eerste verweerster als eiseres en anderzijds de eerste eiseres en de tweede eiser als verweerders; - de tweede verweerder en de derde eiseres geen partij waren in de procedure die leidde tot de Belgische beslissing.
- De rechter stelt vast en oordeelt dat: - de eisers bij eenzijdig verzoekschrift van 2 februari 2021 de uitvoerbaarver-klaring vorderden van een arrest van het gerechtshof te ’s Hertogenbosch van 1 december 2020; - dit arrest uitvoerbaar werd verklaard bij beschikking van de rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Tongeren, van 3 maart 2021; - de verweerders de intrekking van deze beschikking vorderen op basis van de in artikel 34.3 EEX-Verordening bedoelde weigeringsgrond dat in de aangezochte lidstaat een onverenigbare beslissing tussen dezelfde partijen is gewezen; - de verweerders meer precies aanvoeren dat voormeld arrest van 1 december 2020 van het gerechtshof te 's Hertogenbosch onverenigbaar is met een vonnis van 23 mei 2011 van de rechtbank van koophandel te Tongeren; - gelet op het derdenverzet tegen de beschikking tot uitvoerbaarverklaring van 3 maart 2021 en artikel 45 EEX-Verordening, de in artikel 34.3 EEX-Verordening bedoelde weigeringsgrond moet worden getoetst; - zodoende moet worden nagegaan of de Nederlandse beslissing van het gerechtshof te ’s Hertogenbosch van 1 december 2020 onverenigbaar is met de Belgische beslissing van de rechtbank van koophandel te Tongeren van 23 mei 2011; - daarbij moet worden nagegaan in welke mate beide beslissingen rechtsgevolgen ten aanzien van dezelfde partijen meebrengen die elkaar uitsluiten; - naarmate dit het geval is, beide beslissingen onverenigbaar zijn, zodat de uitvoerbaarverklaring van de Nederlandse beslissing moet worden geweigerd of ingetrokken; - de te vergelijken rechtsgevolgen van de Nederlandse beslissing betrekking hebben op het al dan niet afdwingen van de contractuele verbintenissen ingevolge een investeringsovereenkomst van 11 juli 2008 tussen de eerste eiseres en de eerste verweerster en de daarmee verbonden hypothecaire zekerheidsstelling door de eisers; - de Nederlandse beslissing strekt tot vernietiging van de investerings-overeenkomst tussen de eerste eiseres en de eerste verweerster en de daarmee verbonden hypothecaire zekerheidsstelling door de eisers, met als gevolg dat de ontvangen gelden uit de investeringen en de gevestigde hypotheken integraal moeten worden terugbetaald; - de Belgische beslissing daarentegen meebrengt dat de contractuele verbintenissen ingevolge de investeringsovereenkomst en de daarmee verbonden hypothecaire zekerheidsstelling moeten worden nagekomen, wat betreft zowel de gedane investeringen als de nog te betalen geldsommen; - de rechtsgevolgen van de Nederlandse beslissing enerzijds en de Belgische beslissing anderzijds in zoverre onverenigbaar zijn; - de Nederlandse beslissing enerzijds en de Belgische beslissing anderzijds niet onverenigbaar zijn in zoverre de Nederlandse beslissing strekt tot geldelijke veroordeling van de tweede verweerder ingevolge een persoonlijke lening met de eerste eiseres, die volledig losstaat van het geschil rond de investerings-overeenkomst.
- Met voormelde redenen geeft de rechter te kennen dat de Nederlandse beslissing enerzijds en de Belgische beslissing anderzijds enkel onverenigbaar zijn naarmate de rechtsgevolgen van de Nederlandse beslissing afbreuk doen aan de rechtsgevolgen van de Belgische beslissing voor zover de partijen in de respectieve procedures dezelfde zijn, wat het geval is voor de eerste verweerster, de eerste eiseres en de tweede eiser. Zodoende beantwoordt de rechter voormeld verweer van de eisers en verantwoordt hij zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen.
- Gelet op het antwoord in ro 5 moet de door de eiseres voorgestelde prejudiciële vraag niet worden gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 602,30 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220505.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div