id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220505.1N.4 Rolnummer: C.21.0450.N Zaak: D. contra VERGAERT CO INVEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-05-17 Raadplegingen: 1082 - laatst gezien 2026-06-18 16:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de artikelen 29 en 30 Pachtwet moet worden afgeleid, enerzijds, dat de wetgever gewild heeft dat de feitenrechter zou nagaan of de wanprestatie ernstig genoeg is om de ontbinding uit te spreken, anderzijds, dat de ernst van de wanprestatie moet worden beoordeeld met inachtneming van het al dan niet bestaan van schade voor de verpachter; die schade kan bestaan uit de onbeschikbaarheid van het onroerend goed wanneer die niet meer gerechtvaardigd wordt door een landbouwexploitatie
(1).
(1)Zie Cass. 15 april 1993, AR nr. 9542, AC 1993, nr. 180 en Cass. 5 maart 1982, AC 1981-82, nr.
- Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Einde (Opzegging. Verlenging. Terugkeer. Enz) Vrije woorden: Onbeschikbaarheid niet langer gerechtvaardigd door pachtactiviteit - Schade - Ontbinding Wettelijke bepalingen: Wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen - 04-11-1969 - Artt. 29 en 30 - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Annotaties Publicaties: T.Agr.R.-Tijdschrift voor agrarisch recht - 2022, nr. 4, p. 173-
- - DERMAUT, Celestine; Noot'De onbeschikbaarheid van het pachtgoed als daadwerkelijke schade ter beoordeling van pachtontbinding' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0450.N
- M. D.,
- A. E., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen VERGAERT & CO INVEST Comm.V., met zetel te 9770 Kruisem, Nieuwstraat 25, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0452.501.832, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 1 juli
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
- De pachter die met miskenning van artikel 30 Pachtwet het gepachte goed geheel of ten dele in onderpacht geeft zonder schriftelijke toestemming van de verpachter, komt een bepaling van de pachtovereenkomst niet na en valt aldus onder de toepassing van artikel 29 Pachtwet.
- Artikel 29, eerste lid, Pachtwet bepaalt dat indien de pachter van een landeigendom dit niet voorziet van de dieren en het gereedschap nodig voor het bedrijf, indien hij met de bebouwing ophoudt, indien hij bij de bebouwing niet als een goed huisvader handelt, indien hij het gepachte voor een ander doel aanwendt dan waartoe het bestemd was, of, in het algemeen, indien hij de bepalingen van de pachtovereenkomst niet nakomt, en daardoor schade ontstaat voor de verpachter, deze, naar gelang van de omstandigheden, de pachtovereenkomst kan doen ontbinden. Artikel 29, tweede lid, Pachtwet bepaalt dat in geval van ontbinding door de schuld van de pachter, deze gehouden is tot schadevergoeding. Uit het gebruik van de termen “daardoor schade ontstaat voor de verpachter” en “naar gelang van de omstandigheden” alsook uit de verplichting van de pachter om die schade te vergoeden “in geval van ontbinding door (zijn) schuld”, moet worden afgeleid, enerzijds, dat de wetgever gewild heeft dat de feitenrechter zou nagaan of de wanprestatie ernstig genoeg is om de ontbinding uit te spreken, anderzijds, dat de ernst van de wanprestatie moet worden beoordeeld met inachtneming van het al dan niet bestaan van schade voor de verpachter. De rechter oordeelt onaantastbaar of de wanprestatie schade heeft veroorzaakt voor de verpachter, met dien verstande dat het Hof kan nagaan of de rechter op grond van de gedane vaststellingen kon besluiten tot het bestaan van schade.
- Na te hebben vastgesteld dat de eisers met miskenning van artikel 30 Pachtwet het woonhuis dat deel uitmaakt van de hofplek zonder instemming van de verweerster in onderpacht hebben gegeven en dat de onderpachter niet voldoet aan artikel 1 Pachtwet aangezien er geen bewijs voorligt dat hij een landbouwexploitatie voert, oordeelt de appelrechter dat: - de schade in hoofde van de verweerster, anders dan de vrederechter oordeelde, wel degelijk kan worden bepaald, namelijk de onbeschikbaarheid van het onroerend goed; - de eisers de verplichting hadden het goed terug te geven aan de verweerster in plaats van het onder te verhuren; - de vrije beschikking over het onroerend goed die de verweerster hierdoor heeft moeten missen, de door haar geleden schade is.
- Op die gronden kon de appelrechter naar recht oordelen dat de wanprestatie schade heeft veroorzaakt voor de verpachter en dat de pachtovereenkomst in het nadeel van de eisers dient te worden ontbonden. Het onderdeel dat aanvoert dat geen daadwerkelijke schade in hoofde van de verweerster wordt vastgesteld aangezien de pacht verder werd betaald en niet wordt vastgesteld dat de verweerster ten gevolge van de onbeschikbaarheid van het goed concrete opportuniteiten heeft misgelopen die lucratiever zouden zijn geweest dan een verdere verpachting tegen dezelfde voorwaarden, kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 547,45 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 5 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220505.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230609.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div