id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220509.3N.4 Rolnummer: C.21.0494.N Zaak: V. contra W. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-06-14 Raadplegingen: 862 - laatst gezien 2026-06-14 02:44 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220509.3N.4 Fiches 1 - 2 Het begrip ‘punt van de vordering' in de zin van artikel 794/1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek moet ruim worden begrepen en omvat tevens het geval waarin de rechter heeft verzuimd uitspraak te doen over een onderdeel van een punt van de vordering; bijgevolg kan de rechter die zich heeft uitgesproken over een vordering op basis van een aantal posten en daarbij heeft verzuimd een bepaalde post te betrekken, dit verzuim in zijn uitspraak herstellen
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Uitspraak - Verzuim - Punt van de vordering - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 794/1, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Vrije woorden: Uitspraak - Verzuim - Punt van de vordering - Herstel - Rechtsmacht Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 794/1, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.21.0494.N J.V., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen S.W, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 mei
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 5 april 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 april 2022 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 794/1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die heeft verzuimd zich over een punt van de vordering uit te spreken, rekening houdend met de in artikel 748bis vervatte regels, dit verzuim herstellen zonder afbreuk te doen aan de over de reeds beslechte geschilpunten uitgesproken beslissingen. Het tweede lid vervolgt dat het verzoek op straffe van verval dient te worden ingediend ten laatste een jaar nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
- Het begrip ‘punt van de vordering’ in de zin van voormelde bepaling moet ruim worden begrepen en omvat tevens het geval waarin de rechter heeft verzuimd uitspraak te doen over een onderdeel van een punt van de vordering. Bijgevolg kan de rechter die zich heeft uitgesproken over een vordering op basis van een aantal posten en daarbij heeft verzuimd een bepaalde post te betrekken, dit verzuim in zijn uitspraak herstellen. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. (…) Derde onderdeel
- De rechter die met toepassing van artikel 794/1 Gerechtelijk Wetboek een verzuim herstelt en als gevolg van dit herstel anders dan in de herstelde uitspraak besluit over de gegrondheid van een vordering en de gedingkosten, overschrijdt zijn rechtsmacht niet. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 510,91 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220509.3N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220509.3N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div