← België

Y. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220510.2N.1 Rolnummer: P.22.0196.N Zaak: Y. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-05-12 Raadplegingen: 659 - laatst gezien 2026-06-18 14:27 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 444, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening, de aanmaning tot tussenkomst aan de burgerlijke partijen moet worden gedaan door de verzoeker tot herziening; de aanmaning tot tussenkomst van de burgerlijke partijen is evenwel niet vereist wanneer in de beslissing waarvan de herziening wordt gevraagd aan die burgerlijke partijen geen schadevergoeding wordt toegekend en in dat geval hebben die burgerlijke partijen er ook geen belang bij om tussen te komen in de herzieningsprocedure

(1).
(1)Cass. 23 februari 2016, AR P.15.1586.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160223.3, AC 2016, nr. 134; R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, Kluwer, Mechelen, 2014, nr. 4779; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, la Charte, 2021, t. II, pp. 1878-
  1. Thesaurus CAS: HERZIENING - ALGEMEEN Vrije woorden: Aanmaning tot tussenkomst van de burgerlijke partij - Draagwijdte - Burgerlijke partij waaraan geen schadevergoeding is toegekend - Belang - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 444, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0196.N F. Y., verzoeker tot herziening, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verzoeker woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Bij verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht en ter griffie van het Hof is neergelegd op 10 februari 2022 vraagt de verzoeker op grond van artikel 443, eerste lid, 3°, Wetboek van Strafvordering de herziening van de veroordeling die tegen hem is uitgesproken bij arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 juni
  2. Bij dit verzoekschrift werden drie met redenen omklede gunstige adviezen gevoegd van mr. Gert Warson, advocaat bij de balie Brussel, van mr. Erik Bertels, advocaat bij de balie Antwerpen, en van mr. Jorg Bruyndonckx, advocaat bij de balie Dendermonde, die allen tien jaar of meer op de tabel zijn ingeschreven. De burgerlijke partij Amazonit Televizyon Yapimcilik A.S., voorheen Milenyum Televizyon Yayincilik Ve Yapimcilik Anonim Sirketi, vennootschap naar Turks recht, heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend ter griffie. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. RELEVANTE GEGEVENS
  3. De verzoeker, die uiteenzet dat hij zich vereenzelvigt met de beklaagde die werd veroordeeld bij arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 juni 2012, werd in dat arrest, dat in kracht van gewijsde is gegaan, schuldig verklaard aan valsheid in geschriften, aan gebruik van valse stukken, en aan poging tot oplichting ten nadele van de vennootschap naar Turks recht Milenyum Televizyon Yayincilik Ve Yapimcilik Anonim Sirketi (hierna Mylenium Televizyon). De ver¬zoeker werd hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, een geldboete van 3.000,00 euro, na verhoging met opdeciemen gebracht op 16.500,00 euro of een vervangende gevangenisstraf van drie maanden, en tot een beroepsverbod voor een periode van tien jaar. Het incidenteel beroep van de burgerlijke partij Mylenium Televizyon werd in dat arrest niet ontvankelijk verklaard, terwijl de appelrechters zich voor het overige onbevoegd verklaarden om kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering van die burgerlijke partij.
  4. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijken de volgende gegevens : - de verzoeker en de inmiddels gefailleerde vennootschap Seka leidden in april 2007 een procedure in voor de rechtbank van koophandel te Brussel tegen Mylenium Televizyon, waarbij zij van deze laatste een vergoeding vorderden van 6.000.000,00 euro op grond van een tussen hen gesloten “programma-overeenkomst” van 1 oktober 2006, die kadert in een commerciële relatie tussen Mylenium Televizyon en de verzoeker met betrekking tot diensten die deze laatste heeft verleend in verband met de zangwedstrijd “Avrupa Starini Ariyor” (“Europa zoekt zijn ster”); - de “programma-overeenkomst” werd namens Mylenium Televizyon ondertekend door S.D.; - na een klacht met burgerlijkepartijstelling in handen van de onderzoeksrechter te Brussel werd een strafonderzoek gevoerd dat uiteindelijk heeft geleid tot het voormelde arrest van 12 juni 2012; - in het arrest van 12 juni 2012 werd geoordeeld dat de “programma-overeenkomst” van 1 oktober 2006 door de verzoeker was vervalst, waarbij het bewezen werd geacht dat de verzoeker een vervalste handtekening van S.D. op die overeenkomst had aangebracht. De verzoeker werd aldus schuldig verklaard aan valsheid in geschriften met betrekking tot de “programma-overeenkomst”, aan gebruik van valse stukken, met name door het gebruik van de “programma-overeenkomst” als stuk in de procedure voor de rechtbank van koophandel te Brussel en aan poging tot oplichting ten belope van 6.000.000,00 euro ten nadele van Mylenium Televizyon; - de schuldigverklaring aan die valsheid, evenals de erop gebaseerde schuldigverklaring aan gebruik van valse stukken en poging tot oplichting, werd in het arrest van 12 juni 2012 op een doorslaggevende wijze gegrond op de schriftelijke verklaring van S.D. van 1 april 2008 waarbij deze ontkent dat het zijn handtekening is op de “programma-overeenkomst” van 1 oktober 2006, alsook op de door de appelrechters gedane vaststelling van het verschil tussen de handtekening van S.D. op de “programma-overeenkomst” en deze op zijn schriftelijke verklaring van 1 april 2008, waarbij de appelrechters het niet nodig achtten om een schriftonderzoek te bevelen. III. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het verzoek tot tussenkomst
  5. Uit artikel 444, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening, de aanmaning tot tussenkomst aan de burgerlijke partijen moet worden gedaan door de verzoeker tot herziening. De aanmaning tot tussenkomst van de burgerlijke partijen is evenwel niet vereist wanneer in de beslissing waarvan de herziening wordt gevraagd, aan die burgerlijke partijen geen schadevergoeding wordt toegekend. In dat geval hebben die burgerlijke partijen er ook geen belang bij om tussen te komen in de herzieningsprocedure.
  6. Uit de voormelde gegevens blijkt dat het arrest van 12 juni 2012 geen schadevergoeding toekent aan de verzoekster tot tussenkomst. Het verzoek tot tussenkomst is bijgevolg niet ontvankelijk. Grond tot herziening
  7. Op grond van artikel 443, eerste lid, 3°, Wetboek van Strafvordering kan in criminele of in correctionele zaken de herziening worden aangevraagd van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling wanneer er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de rechtszitting aan de rechter niet bekend was en waarvan de veroordeelde het bestaan niet heeft kunnen aantonen ten tijde van het geding en dat, op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen, met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot het verval van de strafvordering, hetzij tot het ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot de toepassing van een minder strenge strafwet.
  8. De verzoeker voert drie gegevens aan die volgens hem beantwoorden aan de voormelde criteria, namelijk: - de schriftelijke verklaringen van S.D. van 7 december 2020, 15 februari 2021 en 19 april 2021, waarin S.D. verklaart dat hij wel degelijk de “programma-overeenkomst” van 1 oktober 2006 heeft ondertekend en dat zijn schriftelijke verklaring van 1 april 2008, waarin hij had gesteld dat de handtekening op de “programma-overeenkomst” niet van hem was, een valse verklaring inhield die hij heeft afgelegd onder druk van de leiding van Mylenium Televizyon; - het verslag van een op vraag van S.D. uitgevoerd schriftonderzoek van 6 januari 2021 van de Turkse schriftdeskundige M.K., waarin wordt gesteld dat de handtekening op de “programma-overeenkomst” wel degelijk deze van S.D. is; - de schriftelijke verklaringen van H.M.K van 17 februari 2021, waarin deze als “bevoegd persoon” bij Mylenium Televizyon en directeur van de muziekwedstrijd verklaart dat in 2006 een “programma-overeenkomst” werd aangegaan tussen de verzoeker en Mylenium Televizyon, en dat meerdere vergaderingen over de wedstrijd zijn doorgegaan in Europa met de verzoeker en S.D., waarbij die laatste hem na enige tijd heeft meegedeeld dat de wedstrijd werd geannuleerd.
  9. Er zijn geen redenen om het verzoek dadelijk als kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond af te wijzen. Er moet worden gehandeld overeenkomstig artikel 445, derde lid, Wetboek van Strafvordering. Dictum Het Hof, Verklaart het verzoek tot tussenkomst niet ontvankelijk. Beveelt dat de aanvraag tot herziening wordt onderzocht door de Commissie voor herziening in strafzaken als bedoeld door artikel 445, vijfde tot en met negende lid, Wetboek van Strafvordering. Laat de kosten van het verzoek tot tussenkomst ten laste van de verzoekster tot tussenkomst. Houdt de beslissing over de overige kosten aan. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220510.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241119.2N.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160223.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.