← België

ÜNIK MARKET

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:A

Art. 29ter

- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 29 Vrije woorden: Artikel 29ter - Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Bewijs - Bewijslast - Openbaar ministerie - Vormen - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 29ter

- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Bewijs - Bewijslast - Openbaar ministerie - Vormen - Artikel 29ter Wegverkeerswet Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 29ter- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast.

Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Bewijslast - Openbaar ministerie - Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Vormen - Artikel 29ter Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 29ter

- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Strafzaken - Bewijslast - Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Vormen - Artikel 29ter Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit

Art. 29ter- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.

P.22.0193.N ÜNIK MARKET bv, met zetel te 1030 Schaarbeek, Josaphatstraat 68-70, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Wiet Goris, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 20 januari

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM: de eiseres heeft haar schuld aan de telastlegging betwist in het grievenformulier en de grieven betreffende de schuld en de straf aangekruist; de eiseres heeft de vraag om inlichtingen ex artikel 67ter Wegverkeerswet niet ontvangen en ze verwijst naar het arrest van het Hof van 11 januari 2022; het openbaar ministerie dat nalaat de feiten te bewijzen miskent de regels van de bewijslast.
  3. De eiseres heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis van de eerste rechter en in het grievenformulier heeft zij de rubrieken over de schuld en de straf aangekruist met respectievelijk als reden dat de herhaling werd betwist en dat er onvoldoende uitstel is verleend.
  4. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiseres in haar grievenschrift onder de rubriek “schuld” uitsluitend de op grond van artikel 29ter Wegverkeerswet aangenomen toestand van herhaling heeft betwist en beoordeelt enkel het bestaan van die toestand van herhaling en de straftoemeting.
  5. Het middel dat niet opkomt tegen de saisinebepaling van het appelgerecht, maar enkel is gericht tegen de door de eerste rechter genomen beslissing over de schuld, is niet ontvankelijk. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 29ter Wegverkeerswet, alsmede miskenning van de regels van de bewijslast en het recht van verdediging: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het bewezen is dat het vonnis van 18 november 2019 in kracht van gewijsde is gegaan, dat het openbaar ministerie dat vonnis daartoe niet moet overleggen en dat de verwijzing naar het informaticasysteem MACH volstaat; dat dit laatste geen afdoende bewijs is, blijkt uit de omstandigheid dat de eiseres het bewijs voorbrengt dat het vonnis op verzet van 4 oktober 2021 het verzet tegen het vonnis van 18 november 2019 ontvankelijk ver
  7. De rechter kan een toestand van herhaling maar aannemen als hij vaststelt dat de bestanddelen voor die herhaling en de daarvoor geldende voorwaarden verenigd zijn. Het bewijs daarvoor dient te blijken uit de aan de rechter overgelegde en voor de partijen beschikbare stukken.
  8. Het openbaar ministerie draagt als vervolgende partij de bewijslast voor het voldaan zijn aan de voorwaarden voor de toestand van herhaling.
  9. Het voor het vaststellen van de toestand van herhaling vereiste bewijs van een vroegere veroordeling die kracht van gewijsde heeft, wordt in de regel geleverd door een door de griffier uitgereikt afschrift van de veroordelende beslissing of uittreksel met de vermelding dat die beslissing kracht van gewijsde heeft.
  10. Het bewijs van het bestaan van een vroegere veroordeling en van het kracht van gewijsde hebben van die beslissing kan door het openbaar ministerie evenwel ook met andere middelen worden geleverd. Daarbij kan de afwezigheid van betwisting door de beklaagde op dit punt in aanmerking worden genomen.
  11. Het staat aan de rechter te oordelen of het openbaar ministerie slaagt in zijn bewijslast.
  12. Het Hof gaat evenwel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  13. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - de eiseres betwist de door artikel 29ter Wegverkeerswet bedoelde toestand van herhaling; - een ongetekend afschrift van dit vonnis is door het parketsecretariaat gevoegd aan het strafdossier; - de eiseres voert aan dat de procureur des Konings niet bewijst dat dit vonnis kracht van gewijsde heeft; - de procureur des Konings heeft een uittreksel neergelegd uit het informaticasysteem MACH, in het bijzonder betreffende het luik strafuitvoering, waaruit zou moeten blijken dat het vonnis van 18 november 2019 werd betekend en er geen verzet of geen hoger beroep werd aangetekend. Dit door een personeelslid van het parketsecretariaat gevoegd uittreksel dat dateert van 7 januari 2021 vermeldt dat het vonnis van 18 november 2019 werd betekend op “28-02-202”, zonder dat is vermeld hoe en aan wie werd betekend; - de eiseres maakt geen melding van een rechtsmiddel dat tegen dit vonnis zou zijn ingesteld; - het in hoger beroep gevoegde uittreksel van het strafregister van 2 december 2021 vermeldt het vonnis van 18 november 2019 niet.
  14. Op grond van die gegevens kan het bestreden vonnis niet wettig oordelen dat het vonnis van 18 november 2019, waarvan niet duidelijk is op welke datum het precies werd betekend, op de datum van het bestreden vonnis bestond en kracht van gewijsde had. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiseres ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 134,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220510.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220118.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.13 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220118.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241231.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.