id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220510.2N.8 Rolnummer: P.22.0100.N Zaak: W. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2022-05-12 Raadplegingen: 792 - laatst gezien 2026-06-19 04:26 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter die een overschrijding van de redelijke termijn vaststelt, dient een reële en meetbare strafvermindering toe te passen op alle of een of meerdere van de straffen die hij zou hebben opgelegd indien er geen overschrijding van de redelijke termijn was; de rechter moet de reële aard van de strafvermindering enkel betrekken op de straffen die hij zelf oplegt en zou hebben opgelegd en niet vereist is dat hij ook rekening houdt met de mate waarin bepaalde straffen overeenkomstig administratieve richtlijnen in de regel moeten worden uitgevoerd
(1)Cass. 8 juni 2016, AR P.16.0236.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160608.1, AC 2016, nr. 384 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Vrije woorden: Algemeen - Redelijke termijn - Overschrijding - Sanctie - Strafvermindering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Onderzoek binnen een redelijke termijn - Overschrijding van de redelijke termijn - Sanctie - Strafvermindering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21ter - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0100.N J. W., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 21ter, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest stelt de overschrijding van de redelijke termijn vast en veroordeelt de eiser vervolgens tot een effectieve gevangenisstraf van achttien maanden; zonder deze overschrijding zou voor de appelrechters een effectieve gevangenisstraf van twee jaar passend zijn geweest; met dat oordeel past het arrest geen reële strafvermindering toe; ingevolge de ministeriële omzendbrief nr. 1817 van 15 juli 2015 wordt een gedetineerde in beide gevallen immers in vrijheid gesteld na vier maanden hechtenis; de eiser zal bijgevolg hoe dan ook een gelijke periode van hechtenis moeten ondergaan, zodat er in werkelijkheid van een verminderde straf geen sprake is.
- Het middel preciseert niet hoe en waarom het arrest artikel 149 Grondwet schendt. In zoverre is het middel onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is, is het evenmin ontvankelijk.
- De rechter die een overschrijding van de redelijke termijn vaststelt, dient een reële en meetbare strafvermindering toe te passen op alle of een of meerdere van de straffen die hij zou hebben opgelegd indien er geen overschrijding van de redelijke termijn was. De rechter moet de reële aard van de strafvermindering enkel betrekken op de straffen die hij zelf oplegt en zou hebben opgelegd. Niet vereist is dat hij ook rekening houdt met de mate waarin bepaalde straffen overeenkomstig administratieve richtlijnen in de regel moeten worden uitgevoerd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220510.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240326.2N.7 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2N.21 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160608.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div