← België

DESARENT contra ETHIAS nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220512.1N.4 Rolnummer: C.20.0587.N Zaak: DESARENT contra ETHIAS nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-05-20 Raadplegingen: 1284 - laatst gezien 2026-06-17 14:42 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220512.1N.4 Fiches 1 - 2 De in artikel 75 Wet Verzekeringen bedoelde schadebeperkingsverplichting geldt enkel voor de vergoedingsgerechtigde verzekerde

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Schadegeval - Schadebeperkingsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Artt. 75 en 76, §§ 1 en 2 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Meesters. Aangestelden Vrije woorden: Schadegeval - Aangestelde - Schadebeperkingsplicht - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Artt. 75 en 76, §§ 1 en 2 - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Annotaties Publicaties: TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2022, nr. 9/10, p. 1195-
  1. - VAN SCHOUBROEK, Caroline; Noot'De persoonlijk karakter van de schadebeperkingsplicht in artikel 75 W.Verz' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0587.N DESARENT nv, met zetel te 8890 Moorslede, Geluwestraat 12, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0439.102.766, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, Rue des Croisiers 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, van 21 april
  2. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 1 april 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Gegrondheid Eerste onderdeel
  3. Krachtens artikel 75 Wet Verzekeringen moet, bij elke verzekering tot vergoeding van schade, de verzekerde alle redelijke maatregelen nemen om de gevolgen van het schadegeval te voorkomen en te beperken. Krachtens artikel 76, § 1, Wet Verzekeringen kan, indien de verzekerde voormelde verplichting niet nakomt en er daardoor een nadeel ontstaat voor de verzekeraar, deze aanspraak maken op een vermindering van zijn prestatie tot beloop van het door hem geleden nadeel. Krachtens artikel 76, § 2, Wet Verzekeringen kan de verzekeraar zijn dekking weigeren, indien de verzekerde voormelde verplichting met bedrieglijk opzet niet is nagekomen.
  4. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat de in artikel 75 Wet Verzekeringen bedoelde schadebeperkingsverplichting enkel geldt voor de vergoedingsgerechtigde verzekerde.
  5. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de bestuurder van de vrachtwagen van de eiseres moet worden beschouwd als een hulppersoon-aangestelde van de eiseres omdat hij een transport uitvoerde voor rekening van en minstens deels onder het gezag van de eiseres, die als vennootschap enkel in het rechtsverkeer kan optreden via haar organen en hulppersonen; - hulppersonen moeten worden beschouwd als de instrumenten door toedoen waarvan de opdrachtgever handelingen of rechtshandelingen stelt; - het optreden van de hulppersoon samenvalt met het optreden van de opdrachtgever, zoals een eventuele tekortkoming van een hulppersoon moet worden beschouwd als een tekortkoming van de opdrachtgever; - dit concreet betekent dat de in artikel 75 Wet Verzekeringen bedoelde schadebeperkingsverplichting waartoe de eiseres als verzekerde is gehouden doorwerkt en eveneens geldt voor de hulppersonen-aangestelden waarop de eiseres beroep doet; - de eiseres een mogelijke fout of tekortkoming van haar hulppersoon-aangestelde niet kan inroepen als bevrijdingsgrond of vreemde oorzaak aangezien het haar eigen keuze was beroep te doen op een hulppersoon; - gelet op de toerekenbaarheid van de handelingen van de bestuurder van de vrachtwagen als hulppersoon aan de eiseres als opdrachtgever, de fout van de bestuurder tijdens het transport voor de eiseres moet worden beschouwd als een fout van de eiseres; - bijgevolg vaststaat dat de eiseres is tekortgeschoten aan de op haar rustende schadebeperkingsverplichting; - anders oordelen ertoe zou leiden dat een vennootschap, die enkel in het rechtsverkeer kan optreden via haar organen en hulppersonen, nooit enige contractuele fout zou kunnen worden verweten.
  6. De appelrechter die op grond van deze redenen oordeelt dat de eiseres door toedoen van haar hulppersoon-aangestelde is tekortgeschoten aan de in artikel 75 Wet Verzekeringen bedoelde schadebeperkingsverplichting zodat de verzekeringsprestatie van de verweerster moet worden verminderd met toepassing van artikel 76, § 1, Wet Verzekeringen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 12 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220512.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220512.1N.4 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250314.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.