← België

F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:A

Art. 211bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Veroordeling tot een hoofdstraf en bijkomende straffen - Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank - Strafverzwaring - Vergelijking - Wijze Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 211bis

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - TERBESCHIKKINGSTELLING VAN DE STRAFUITVOERINGSRECHTBANK Vrije woorden: Veroordeling tot een hoofdstraf en bijkomende straffen - Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank - Hoger beroep - Strafverzwaring - Vergelijking - Wijze Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 211bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.22.0154.N J. A. D. F., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Eline Tritsmans, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 13 januari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: daar waar het beroepen vonnis de eiser heeft veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank van vijf jaar, veroordeelt het arrest hem tot een gevangenisstraf van vijf jaar en een terbeschikkingstelling van tien jaar en dit zonder vast te stellen dat tot die strafverzwaring is beslist met eenparigheid van stemmen; er is strafverzwaring omdat de eiser op basis van het beroepen vonnis maximaal elf jaar van zijn vrijheid kan worden beroofd terwijl die vrijheidsberoving op basis van het arrest vijftien jaar kan bedragen.
  3. Volgens artikel 211bis, tweede zin, Wetboek van Strafvordering is eenstemmigheid vereist voor het appelgerecht dat de tegen de beklaagde uitgesproken straffen verzwaart.
  4. Indien zowel in eerste aanleg als in hoger beroep naast afwijkende hoofdstraffen ook bijkomende straffen zijn uitgesproken, moet om na te gaan of er strafverzwaring is in de zin van de voormelde bepaling de hoofdstraffen worden vergeleken, zonder rekening te houden met de bijkomende straffen en dus ook niet met de bijkomende straf van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank. De omstandigheid dat deze bijkomende straf tot een vrijheidsbeneming aanleiding kan geven, laat niet toe anders te oordelen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Aangezien aan de eiser in hoger beroep een lagere hoofdgevangenisstraf is opgelegd dan in eerste aanleg, namelijk vijf jaar in plaats van zes jaar, dienen de appelrechters en dit ongeacht of de door de appelrechters opgelegde terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank tien jaar bedroeg in plaats van de met het beroepen vonnis opgelegde vijf jaar, de straftoemetingsbeslissing niet eenstemmig te nemen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 113,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241217.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211026.2N.12 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220420.2F.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221108.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230124.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230307.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.