id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:A
Art. 8
- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: WOONPLAATS Vrije woorden: Onschendbaarheid van de woning - Huiszoeking - Eenzelfde erf met bedrijfsgebouwen en privéwoning - Draagwijdte van de onschendbaarheid - Bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen zonder privékarakter - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 15 Vrije woorden: Onschendbaarheid van de woning - Huiszoeking - Eenzelfde erf met bedrijfsgebouwen en privéwoning - Draagwijdte van de onschendbaarheid - Bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen zonder privékarakter - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Vrije woorden: Onschendbaarheid van de woning - Huiszoeking - Eenzelfde erf met bedrijfsgebouwen en privéwoning - Draagwijdte van de onschendbaarheid - Bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen zonder privékarakter - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Onschendbaarheid van de woning - Huiszoeking - Eenzelfde erf met bedrijfsgebouwen en privéwoning - Draagwijdte van de onschendbaarheid - Bedrijfsterreinen en bedrijfsgebouwen zonder privékarakter - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 8
- 30 Link Justel databank 19501104-30 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 15 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 6 - 9 Politionele informatie die enkel in aanmerking wordt genomen als inlichting die toelaat het onderzoek in een bepaalde richting te oriënteren en vervolgens op autonome wijze bewijzen te verzamelen, vormt als dusdanig geen bewijs van een misdrijf en is dan ook niet onderworpen aan de vereisten waaraan dergelijk bewijs moet voldoen en zodoende moet die informatie niet omstandig of gedetailleerd zijn, moet de herkomst van die informatie niet noodzakelijk worden verduidelijkt en kan de beklaagde, om die informatie uit het debat te doen weren, niet volstaan met de aanvoering dat ze onregelmatig is, maar moet hij dat aannemelijk maken. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Politionele informatie - Inlichting - Vereisten - Gevolgen Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALLERLEI Vrije woorden: Politionele informatie - Inlichting - Vereisten - Gevolgen Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Politionele informatie - Inlichting - Wering - Onregelmatigheid - Aanvoering - Wijze Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALLERLEI Vrije woorden: Politionele informatie - Inlichting - Wering - Onregelmatigheid - Aanvoering - Wijze Fiches 10 - 11 Het feit dat een vordering tot het opstarten van een gerechtelijk onderzoek onder meer steunt op politionele informatie, ontneemt die informatie niet het karakter van een inlichting en dit is niet anders wanneer de onderzoeksrechter in die informatie, samen met de andere gegevens die uit de vermelde vordering blijken, voldoende ernstige aanwijzingen van het plegen van het onderzochte misdrijf ziet om enkel op grond daarvan een huiszoeking te bevelen. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Politionele informatie - Inlichting - Aanvang van een gerechtelijk onderzoek - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Allerlei Vrije woorden: Politionele informatie - Inlichting - Aanvang van een gerechtelijk onderzoek - Gevolg Annotaties Publicaties: Juristenkrant-De Juristenkrant - 2022, nr. 455, p.
- - VANWALLEGHEM, Pim; Noot'Cassatie geeft ruime invulling aan begrip politionele informatie als start onderzoek' Tekst van de beslissing Nr. P.22.0101.N C. E. M. T., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Lieseloth Lievens, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 22 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 28bis, § 2, Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart de strafvordering ontvankelijk en oordeelt dat er geen reden is om vaststellingen uit het debat te weren omdat uit niets blijkt dat de in het aanvankelijk proces-verbaal vermelde politionele informatie dat er vermoedelijk in één van de loodsen op eisers boerderij cannabis wordt geteeld, voortspruit uit proactieve recherche; de vordering tot het opstarten van een gerechtelijk onderzoek steunt op het aanvankelijk proces-verbaal BG.60.L5.002847/ 2020 van 30 april 2020, waarin is verwezen naar die politionele informatie, meer bepaald naar het feit dat politie-inspecteurs belast met het toezicht op de naleving van de COVID-maatregelen ter plaatse een bestelwagen hebben opgemerkt; vervolgens heeft de politie over dat voertuig nazicht gedaan bij DIV en ANPR-camera’s; ingevolge een pas na die vaststellingen opgesteld kantschrift van de procureur des Konings is gebleken dat het voertuig was gehuurd door medebeklaagde B.F.; het arrest oordeelt niet naar recht dat het identificeren van een bestelwagen op een landbouwerf tijdens een schijnbaar toevallige COVID-controle geen proactieve recherche is, terwijl de verbalisanten voortgaan op politionele informatie met betrekking tot de aanwezigheid van een eventuele cannabisplantage en zij de verzamelde informatie vervolgens doorgeven aan de recherche, die ze verder verwerkt alsook bijkomende onderzoekshandelingen stelt, die uiteindelijk leiden tot een gerechtelijk onderzoek en een huiszoeking op eisers erf. Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 28bis, § 2, en 28ter, § 2, Wetboek van Strafvordering en de artikelen 15, 1°, en 40 Wet Politieambt: het arrest oordeelt dat het opvragen van de inlichtingen bij de verhuurfirma heeft plaatsgevonden ingevolge het kantschrift van de procureur des Konings van 30 april 2020 en het opvragen van de ANPR-registratie ingevolge een mondelinge opdracht van het openbaar ministerie, terwijl deze opdrachten voortvloeien uit informatie vergaard door middel van proactief onderzoek waarvan voorafgaandelijke toelating van de procureur des Konings ontbreekt; het is pas nadat informatie werd vergaard en bijgevolg pas nadat eerst proactief onderzoek werd uitgevoerd dat de procureur des Konings een eerste maal werd ingelicht; bijgevolg ontbreekt de voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van het openbaar ministerie.
- In zoverre de onderdelen opkomen tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters of zij een kennisname vereisen van de inhoud van dossierstukken die niet is opgenomen in het arrest zelf of in enig ander stuk waarop het Hof vermag acht te slaan en zodoende verplichten tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, zijn zij niet ontvankelijk.
- Het arrest (p. 22 en 25) oordeelt zoals het middel vermeldt, alsook onder meer als volgt: - “Wat betreft de inlichtingen bekomen van de inspecteurs [D.] en [M.], (…) [kan] bezwaarlijk aanstoot genomen worden aan het gegeven dat de politie-inspecteurs tijdens de vaststelling van het niet-naleven van het samenscholingsverbod op het terrein (…), door [de eiser] en [G.S.], vaststelden dat er een witte bestelwagen Mercedes Vito met nummerplaat (…) tussen 2 stallen geparkeerd stond en dat er rond het voertuig geen personen werden opgemerkt en dat zij, bekend met voormelde politionele info (ingevolge informatie-uitwisseling binnen de lokale politie Tielt), deze informatie ter kennis brachten van hun collega-rechercheur”; - “Er kan niet getwijfeld worden aan het feit dat het hier wel degelijk om een toevallige vaststelling gaat naar aanleiding van de controle op de naleving van de Covid-maatregelen. Van enige proactieve recherche naar een cannabisteelt op het erf is er absoluut geen sprake”; - “Dat het de verbalisanten tijdens deze Covid-controle opviel dat er een witte bestelwagen geparkeerd stond tussen 2 stallen, waarrond er geen personen werden opgemerkt gedurende een periode waarin enkel essentiële verplaatsingen mochten plaatsvinden en er een volledige lockdown was, hetgeen wel degelijk een vreemd gegeven was, zeker wetende dat er informatie was dat er vermoedelijk op de boerderij cannabis werd geteeld, kan hen bezwaarlijk verweten worden.” Met die redenen is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kunnen de onderdelen niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM en artikel 15 Grondwet: het arrest oordeelt dat enkel de woning van de eiser met de omliggende groenaanplant en oprit de bescherming van de vermelde artikelen geniet, maar niet de rest van het erf, inzonderheid het terrein waarop de bedrijfsgebouwen zich bevinden en de bedrijfsgebouwen zelf, waarin geenszins activiteiten worden ontwikkeld die een privékarakter vertonen noch vertrouwelijke briefwisseling wordt bewaard; het arrest oordeelt verder dat de politie-inspecteurs belast met de Covid-controle zich geen onrechtmatige toegang hebben verschaft tot eisers erf aangezien in de bedrijfsgebouwen en op het omliggend terrein een manege en een hoeveslagerij werden uitgebaat, wat volgens de appelrechters commerciële uitbatingen zijn die inhouden dat zij voor het publiek toegankelijk zijn; ook eisers privéwoning bevindt zich op het betrokken adres; het feit dat op dat adres ook een landbouwonderneming wordt uitgebaat, doet daaraan geen afbreuk; de exploitatie van een commerciële uitbating heeft niet tot gevolg dat eisers adres een voor het publiek toegankelijke plaats is; ook bedrijfsgebouwen genieten bescherming in de mate dat de daar ontwikkelde activiteiten een privékarakter vertonen of er vertrouwelijke briefwisseling wordt bewaard; eisers commerciële inrichtingen zijn bovendien slechts voor een beperkt publiek toegankelijk; bijgevolg konden de verbalisanten ter plaatse geen huiszoeking doen zonder toestemming of huiszoekingsbevel.
- In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- Het enkele feit dat op eenzelfde erf zowel bedrijfsgebouwen als een privéwoning zijn gelegen, impliceert niet dat gans dat erf en al die bedrijfsgebouwen zonder meer genieten van de onschendbaarheid van die privéwoning, zoals gewaarborgd in de als geschonden aangewezen bepalingen. Zo kan de rechter oordelen dat deze onschendbaarheid niet geldt voor de bedrijfsterreinen en de bedrijfsgebouwen die geen privékarakter hebben of waar geen vertrouwelijke briefwisseling wordt bewaard en die ruimtelijk te onderscheiden zijn van de privéwoning met haar aanhorigheden. De rechter oordeelt daarover onaantastbaar op grond van alle dienstige gegevens, zoals de ruimtelijke inrichting van het erf, de erop geplaatste afsluitingen en omheiningen, de in de bedrijfsgebouwen uitgeoefende bedrijvigheid en de publieke toegankelijkheid van die gebouwen, zoals deze laatste onder meer kan blijken uit de aard van die bedrijvigheid. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 23-25) oordeelt zoals het middel vermeldt, alsook onder meer als volgt: - ten tijde van de feiten was er op het bewuste adres ook een paardenmanege gevestigd, zijnde een commerciële uitbating voor iedereen toegankelijk, zodat de vaststellingen van de verbalisanten in verband met de bestelwagen op eisers erf geenszins op puur privaat terrein gebeurden; - in casu werd op het terrein van de eiser niet alleen een manege maar ook een succesvolle hoeveslagerij naast een landbouwbedrijf uitgebaat, zoals ten overvloede blijkt uit de voorliggende gegevens van het strafdossier; - uit de naar aanleiding van de huiszoeking opgemaakte schets van het erf blijkt dat er naast de alleenstaande woning nog vijf bijgebouwen aanwezig zijn en er een aparte toegangsweg-oprit naar de woning is en drie toegangswegen tot de rest van het erf; - aan de hand van de in het strafdossier aanwezige schets van het erf blijkt genoegzaam dat de verbalisanten D. en M. bij het betreden van het erf om de identiteitscontrole te doen en zich verder te vergewissen of er een daadwerkelijke inbreuk was op het samenscholingsverbod, de aanwezigheid van de geparkeerde bestelwagen tussen de stallen konden vaststellen, zonder zich daadwerkelijk tot die stallen te moeten begeven. Met die redenen is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede miskenning van het recht op een eerlijk proces: het arrest oordeelt dat de in het aanvankelijk proces-verbaal vermelde politionele informatie enkel een inlichting betrof die is gebruikt om het onderzoek op te starten of in een bepaalde richting te sturen en dat de herkomst van die informatie niet kan worden onthuld omdat zulks een ongeoorloofde inmenging in de werking van de politiediensten zou betekenen; doordat de informatie anoniem en niet gedetailleerd was, kon de eiser zich niet verdedigen over die informatie en kon niet worden nagegaan of zij rechtmatig werd verkregen; de informatie werd hier bovendien niet louter als inlichting gebruikt om een onderzoek te oriënteren, maar was het startpunt van het gerechtelijk onderzoek waarin onmiddellijk een huiszoeking is bevolen.
- In zoverre het middel opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de appelrechters of verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- Politionele informatie die enkel in aanmerking wordt genomen als inlichting die toelaat het onderzoek in een bepaalde richting te oriënteren en vervolgens op autonome wijze bewijzen te verzamelen, vormt als dusdanig geen bewijs van een misdrijf en is dan ook niet onderworpen aan de vereisten waaraan dergelijk bewijs moet voldoen. Zodoende moet die informatie niet omstandig of gedetailleerd zijn, moet de herkomst van die informatie niet noodzakelijk worden verduidelijkt en kan de beklaagde, om die informatie uit het debat te doen weren, niet volstaan met de aanvoering dat ze onregelmatig is, maar moet hij dat aannemelijk maken.
- Het feit dat een vordering tot het opstarten van een gerechtelijk onderzoek onder meer steunt op politionele informatie, ontneemt die informatie niet het karakter van een inlichting. Dit is niet anders wanneer de onderzoeksrechter in die informatie, samen met de andere gegevens die uit de vermelde vordering blijken, voldoende ernstige aanwijzingen van het plegen van het onderzochte misdrijf ziet om enkel op grond daarvan een huiszoeking te bevelen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 22 en 26-28) oordeelt zoals het middel vermeldt, alsook onder meer als volgt: - het geviseerde aanvankelijk proces-verbaal betreft inlichtingen. Uit niets blijkt dat de politie haar informatie op een onregelmatige wijze zou hebben verkregen. De beklaagden maken dat ook niet aannemelijk; - daarenboven is een strafonderzoek niet nietig en is de vervolging die erop is gesteund niet onontvankelijk als strijdig met artikel 6 EVRM, artikel 14 IVBPR en artikel 12 Grondwet of met het recht van verdediging, op de enkele grond dat het onderzoek is aangevat op grond van een proces-verbaal dat de bron van erin vervatte inlichtingen niet vermeldt; - bovendien belet het gegeven dat anonieme inlichtingen geen eigenlijke bewijswaarde hebben, niet dat op grond daarvan autonoom bewijzen kunnen worden verzameld. Dergelijke inlichtingen worden niet beschouwd als een bewijsmiddel dat aan de tegenspraak moet worden onderworpen, maar wel als een indicatie van het bestaan van een misdrijf dat verder dient te worden onderzocht en dient te worden gestaafd met eigenlijke bewijsmiddelen, waarover de partijen tegenspraak kunnen voeren; - het recht om kennis te nemen van alle bewijselementen van de vervolgende partij is niet absoluut. In sommige gevallen kan het immers noodzakelijk zijn om bepaalde bewijselementen geheim te houden om de fundamentele rechten van andere personen of een behartenswaardig algemeen belang te vrijwaren; - de onderzoeksrechter oordeelt onaantastbaar over de noodzaak van een huiszoeking, mits er vooraf voldoende nauwkeurige en gedetailleerde aanwijzingen bestaan dat er een misdrijf werd gepleegd. Noch het recht van verdediging noch het recht op een eerlijk proces worden miskend en geen enkele wettelijke of verdragsrechtelijke bepaling wordt geschonden door de omstandigheid dat deze aanwijzingen voortvloeien uit niet-geïdentificeerde inlichtingen. Het feit dat zulke inlichtingen als dusdanig geen bewijswaarde hebben, belet immers niet dat op grond ervan autonoom bewijzen kunnen worden vergaard; - het opstarten van het gerechtelijk onderzoek werd niet gevorderd en de huiszoeking werd niet bevolen op basis van louter de politionele informatie, maar ook op grond van andere ernstige aanwijzingen die het arrest verder vermeldt. Met die redenen is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 242,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220517.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220906.2N.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221115.2N.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231031.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div