id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220519.1N.8 Rolnummer: F.20.0160.N Zaak: D. contra VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-05-20 Raadplegingen: 1242 - laatst gezien 2026-06-19 14:39 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220519.1N.8 Fiche De inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed maakt een noodzakelijke voorwaarde uit voor de toepassing van het verlaagd tarief
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: REGISTRATIE (RECHT VAN) Vrije woorden: Verlaagd tarief bescheiden woning - Toepassingsvoorwaarden - Inschrijving in het bevolkingsregister Wettelijke bepalingen: Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - 30-11-1939 - Artt. 53 en 60 - 36 Link Justel databank 19391130-36 Decreet 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit - 13-12-2013 - Art. 2.9.4.2.1 - 06 ELI link Pub nr 2013036154 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0160.N P. D. G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 juni 2020. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 1 april 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 53, eerste lid, 2°, Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals hier van toepassing, wordt het bij artikel 44 vastgestelde recht tot 5 ten honderd verminderd in geval van verkoop van de eigendom van woningen waarvan het gebouwd of ongebouwd kadastraal inkomen een bij een koninklijk besluit vast te stellen maximum niet overschrijdt. Krachtens artikel 60, tweede en derde lid, Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, in de versie zoals hier van toepassing, blijft het voordeel van de in artikel 53, 2° bedoelde vermindering alleen dan behouden zo de verkrijger of zijn echtgenoot ingeschreven is in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed. Deze inschrijving moet geschieden binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum van de authentieke akte van verkrijging en ten minste drie jaar zonder onderbreking behouden blijven. Evenwel blijft de verlaging verkregen zo niet-nakoming van die voorwaarden het gevolg is van overmacht. 2. Krachtens artikel 2.9.4.2.1, § 1 en § 2, 5°,
- b)Vlaamse Codex Fiscaliteit, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan bij decreet van 18 mei 2018, bedraagt het verkooprecht, in afwijking van artikel 2.9.4.1.1, 5 pct. voor verkoopovereenkomsten van landgoederen of woningen, op voorwaarde dat de verkrijger zich ertoe verbindt, in geval van de aankoop van een woning, dat hij of zijn echtgenoot de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed zal verkrijgen binnen een termijn van drie jaar die ingaat op de datum van de akte van verkrijging, en die inschrijving ten minste drie jaar zonder onderbreking zal behouden. 3. Uit de tekst van deze bepalingen volgt dat de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed een noodzakelijke voorwaarde uitmaakt voor de toepassing van voormeld verlaagd tarief. Het middel dat ervan uitgaat dat voor de toepassing van het verlaagd registratietarief het volstaat dat de verkrijger zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd op het adres van het verkregen onroerend goed, kan niet worden aangenomen. 4. In ondergeschikte orde verzoekt de eiser het Hof een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. 5. De rechtstoestand van een persoon die ingeschreven is in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister valt niet te vergelijken met de rechtstoestand van een persoon die heeft nagelaten zich in te schrijven op enig adres waar hij zou verblijven. Er is geen grond de voorgestelde prejudiciële vraag te stellen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 207,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 19 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220519.1N.8 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220519.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div