← België

T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.1 Rolnummer: P.22.0048.N Zaak: T. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2020-05-14 Raadplegingen: 599 - laatst gezien 2026-06-16 06:24 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Krachtens artikel 22, § 1, WAM zijn strafbaar de eigenaar en de houder van het motorrijtuig die het in het verkeer brengt of toelaat dat het in het verkeer wordt gebracht op een van de in artikel 2, § 1, WAM bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, gedekt is overeenkomstig deze wet, alsmede de bestuurder van dat motorrijtuig; deze bepaling is van toepassing wanneer een motorrijtuig in het verkeer wordt gebracht waarvan de verzekering, gesloten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, geschorst is wegens niet-betaling van de premie, zelfs wanneer die schorsing door de verzekeraar aan de derde-benadeelde niet kan worden tegengeworpen

(1).
(1)Cass. 20 januari 1999, AR P.98.0924.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990120.16, AC 1999, nr. 33, RW 1999-2000, 707; Cass. 9 januari 1990, AR 2657, AC 1989-90, 604; Pol. Hasselt 11 oktober 1995, De Verz. 1996, 296; C. VAN SCHOUBROECK, G. JOCQUE, A. VANDERSPIKKEN en H. COUSY, “Overzicht van rechtspraak verzekering motorrijtuigen (1980-1997)”, TPR 1998,
  1. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Strafbaarstellingen - In verkeer brengen van een motorvoertuig zonder dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid van de eigenaar en houder - Schorsing van de verzekering wegens niet-betaling van de premie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen - 21-11-1989 - Artt. 2, § 1, en 22, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Fiche 2 Uit de samenhang van de artikelen 69, eerste lid, 70, tweede lid, en 71, eerste lid Verzekeringswet volgt dat in geval van niet-betaling van de premie voor de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van het motorrijtuig, de bestuurder ervan slechts strafbaar is vanaf de schorsing van de dekking na het verstrijken van de termijn bepaald in de ingebrekestelling. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Schorsing van de verzekering wegens niet-betaling van de premie - Ingebrekestelling - Termijn - Gevolg voor de strafbaarheid van de bestuurder Wettelijke bepalingen: Wet van 11 juni 1874 houdende de titels X en XI van Boek I van het Wetboek van Koophandel - 11-06-1874 - Artt. 69, eerste lid, 70, tweede lid, en 71, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1874061150 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0048.N A P T, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 10 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Tweede middel Tweede onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 69 en 70 Verzekeringswet: uit geen enkel stuk in het strafdossier blijkt dat de eiser in gebreke werd gesteld wegens niet-betaling van de premie; bovendien kan een ingebrekestelling ingevolge wanbetaling van de premie pas uitwerking hebben ten vroegste één maand na de betekening ervan; de eiser was op het ogenblik van de vaststellingen dan ook nog geldig verzekerd.
  4. Krachtens artikel 22, § 1, WAM zijn strafbaar de eigenaar en de houder van het motorrijtuig die het in het verkeer brengt of toelaat dat het in het verkeer wordt gebracht op een van de in artikel 2, § 1, WAM bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, gedekt is overeenkomstig deze wet, alsmede de bestuurder van dat motorrijtuig. Deze bepaling is van toepassing wanneer een motorrijtuig in het verkeer wordt gebracht waarvan de verzekering, gesloten tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, geschorst is wegens niet-betaling van de premie, zelfs wanneer die schorsing door de verzekeraar aan de derde-benadeelde niet kan worden tegengeworpen.
  5. Krachtens artikel 69, eerste lid, Verzekeringswet kan niet-betaling van de premie op de vervaldag grond opleveren tot schorsing van de dekking of tot opzegging van de overeenkomst mits de schuldenaar in gebreke is gesteld. Krachtens artikel 70, tweede lid, Verzekeringswet maant de ingebrekestelling aan om de premie te betalen binnen de termijn erin bepaald. Krachtens artikel 71, eerste lid, Verzekeringswet hebben de schorsing of de opzegging slechts uitwerking na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 70, tweede lid, Verzekeringswet.
  6. Uit de samenhang van de voormelde wetsbepalingen volgt dat in geval van niet-betaling van de premie voor de verzekering tot dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van het motorrijtuig, de bestuurder ervan slechts strafbaar is vanaf de schorsing van de dekking na het verstrijken van de termijn bepaald in de ingebrekestelling.
  7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de politie op 14 maart 2020 vaststelde dat de eiser niet in het bezit was van een verzekeringsbewijs van het door hem bestuurde voertuig; - de eiser verklaarde dat hij tussen 1 maart 2020 en 3 april 2020 geen verzekering had omdat hij de premie vergeten betalen was aan de verzekeraar AG Insurance nv; - de nieuwe verzekeringsovereenkomst afgesloten bij AXA nv pas op 3 april 2020 in werking is getreden.
  8. De appelrechter die, zonder na te gaan of de dekking van de verzekeringsovereenkomst afgesloten bij AG Insurance nv op 14 maart 2020 geschorst was, oordeelt dat het misdrijf van niet-verzekering in hoofde van de eiser bewezen is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  9. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden en behoeven bijgevolg geen antwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing over de schuld van de eiser aan de feiten van de telastlegging A leidt tot de vernietiging van de beslissing over de voor de feiten van de telastleggingen A en B opgelegde bestraffing met inbegrip van de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds, maar laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser schuldig verklaart aan de feiten van de telastlegging A en hem voor de feiten van de telastleggingen A en B samen tot straf veroordeelt, met inbegrip van de veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 159,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990120.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.