← België

G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.12 Rolnummer: P.22.0658.N Zaak: G. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2020-05-14 Raadplegingen: 401 - laatst gezien 2026-06-16 02:40 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling om de behandeling van de vordering van het openbaar ministerie tot het bevelen van de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel uit te stellen naar een latere terechtzitting is geen eindbeslissing, zodat overeenkomstig artikel 18 Wet Europees Aanhoudingsbevel, in samenhang met artikel 420 Wetboek van Strafvordering het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging - Uitstel van de behandeling van de zaak Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 18 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Tenuitvoerlegging - Uitstel van de behandeling van de zaak - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 18 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel III (Art. 407 tot en met 447bis) - 10-12-1808 - Art. 420 - 30 ELI link Pub nr 1808121050 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0658.N G K alias G G-K, persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie met kantoor te 2000 Antwerpen, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 mei 2022, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 26 april 2022. De eiser voert in een memorie grieven aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het arrest oordeelt dat de zaak niet in staat is en verdaagt de behandeling van de vordering van het openbaar ministerie tot het bevelen van de tenuitvoerlegging van het Deens Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd op 20 januari 2022 op grond van artikel 19, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel naar de rechtszitting van maandag 13 juni 2022. Dit is geen eindbeslissing, zodat overeenkomstig artikel 18 Wet Europees Aanhoudingsbevel, in samenhang met artikel 420 Wetboek van Strafvordering het cassatieberoep niet ontvankelijk is. Middel 2. Het middel dat geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.