id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.13 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.4 Rolnummer: P.22.0050.N Zaak: KDS LOGISTICS BVBA Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-06-02 Raadplegingen: 1272 - laatst gezien 2026-06-17 07:39 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220524.2N.13 Fiches 1 - 2 Een misdrijf kan materieel aan een rechtspersoon worden toegerekend indien de verwezenlijking van het misdrijf hetzij een intrinsiek verband heeft met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen of indien, zoals blijkt uit de concrete omstandigheden, het voor zijn rekening is gepleegd
(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Vrije woorden: Materieel element van het misdrijf - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 5 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTSPERSOONLIJKHEID Vrije woorden: Strafzaken - Toerekenbaarheid - Materieel element van het misdrijf - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 5 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 5 Een misdrijf kan moreel aan een rechtspersoon worden toegerekend indien blijkt dat het voor het misdrijf vereiste moreel bestanddeel aanwezig is bij de rechtspersoon; de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon heeft een autonoom karakter in die zin dat die verantwoordelijkheid geen louter afgeleide is van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de natuurlijke personen die voor of namens de rechtspersonen handelen; dit autonoom karakter sluit echter niet uit dat bij de beoordeling van de materiële en morele toerekening van het misdrijf rekening wordt gehouden met de gedragingen van de natuurlijke personen die voor of namens de rechtspersoon handelen, zoals daar onder meer kunnen zijn de organen van de rechtspersoon, werknemers of zij die zonder een officiële functie te vervullen het gedrag van de rechtspersoon bepalen, en dit ongeacht of dit één of meerdere natuurlijke personen betreft; een rechtspersoon als fictieve entiteit handelt immers noodzakelijk door middel van één of meer natuurlijke personen; het autonoom karakter van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon belet dan ook niet dat de rechter zijn oordeel over de materiële en morele toerekening van een misdrijf aan een rechtspersoon grondt op de gedragingen van één enkele natuurlijke persoon indien uit de concrete gegevens van de zaak blijkt dat die éne natuurlijke persoon het gedrag van de rechtspersoon volledig beheerst; deze principes gelden ook voor de in artikel 324ter Strafwetboek omschreven misdrijven van criminele organisatie
(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Vrije woorden: Autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid - Moreel element van het misdrijf - Gedragingen van natuurlijke personen die voor of namens de rechtspersonen handele - Eén natuurlijke persoon die voor of namens de rechtspersoon handelt - Criminele organisatie - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 5 en 324bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTSPERSOONLIJKHEID Vrije woorden: Strafzaken - Toerekenbaarheid - Autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid - Moreel element van het misdrijf - Gedragingen van natuurlijke personen die voor of namens de rechtspersonen handele - Eén natuurlijke persoon die voor of namens de rechtspersoon handelt - Criminele organisatie - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 5 en 324bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS Vrije woorden: Criminele organisatie - De rechtspersoon als lid van de criminele organisatie - Autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid - Moreel element van het misdrijf - Gedragingen van natuurlijke personen die voor of namens de rechtspersonen handele - Eén natuurlijke persoon die voor of namens de rechtspersoon handelt - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 5 en 324bis - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 6 - 8 Noch de tekst noch de wetgeschiedenis van de artikelen 324bis, eerste lid, en 324ter, § 2 Strafwetboek beletten het oordeel dat de begrippen “meer dan twee personen” in artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek en “ieder persoon” in artikel 324ter, § 2, Strafwetboek zowel natuurlijke als rechtspersonen beogen en dat het onderling overleg waarvan sprake in artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek kan geschieden tussen natuurlijke personen en rechtspersonen of zelfs tussen rechtspersonen onderling; noch het gegeven dat een rechtspersoon als fictieve entiteit handelt via natuurlijke personen noch het gegeven dat het gedrag van een rechtspersoon kan worden bepaald door het gedrag van één natuurlijke persoon, sluiten de mogelijkheid uit van een overleg in de zin van die bepaling met een of meerdere rechtspersonen; het gegeven dat de aanwending van commerciële of andere structuren om het plegen van misdrijven te verbergen of te vergemakkelijken een bestanddeel kan zijn van het door artikel 324ter, § 1, Strafwetboek bedoelde misdrijf belet niet dat indien de commerciële of andere structuur een rechtspersoon is, die rechtspersoon een persoon kan zijn als bedoeld met de begrippen “meer dan twee personen” in artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek en “ieder persoon” in artikel 324ter, § 2, Strafwetboek; de rechtstoestand van een rechtspersoon die op enige wijze betrokken is bij het misdrijf van criminele organisatie valt niet te vergelijken met een feitelijke structuur zonder rechtspersoonlijkheid die strafrechtelijk niet kan worden aangesproken
(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: VERENIGING VAN MISDADIGERS Vrije woorden: Criminele organisatie - Vereisten van minstens drie personen en in onderling overleg plegen van bepaalde misdrijven - Lidmaatschap van een criminele organisatie - Rechtspersonen - Aanwending van commerciële en andere structuren om het plegen van misdrijven te verbergen of te vergemakkelijken - Verschil met een structuur zonder rechtspersoonlijkheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 5, 324bis en 324ter - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Vrije woorden: Lidmaatschap van een criminele organisatie - Aanwending van commerciële en andere structuren om het plegen van misdrijven te verbergen of te vergemakkelijken - Verschil met een structuur zonder rechtspersoonlijkheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 5, 324bis en 324ter - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHTSPERSOONLIJKHEID Vrije woorden: Criminele organisatie - Vereisten van minstens drie personen en in onderling overleg plegen van bepaalde misdrijven - Lidmaatschap van een criminele organisatie - Toepassing op rechtspersonen - Aanwending van commerciële en andere structuren om het plegen van misdrijven te verbergen of te vergemakkelijken - Verschil met een structuur zonder rechtspersoonlijkheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 5, 324bis en 324ter - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: TRV-Tijdschrift voor rechtspersoon en vennootschap - 2023, nr. 2, p. 127-
- - DEVROE, Simon; Noot'Rechtspersonen met een oogmerk: toerekening van kennis in het Strafwetboek' Tekst van de beslissing Nr. P.22.0050.N KDS LOGISTICS bv, met zetel te 9700 Oudenaarde, Bedrijvenpark Coupure 10, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Louis De Groote, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 oktober
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 25 april 2022 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht en de voormelde advocaat-generaal heeft geconcludeerd. De eiseres heeft een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot ingediend. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest beveelt opheffing van het beslag en de vrijgave aan de eiseres van een bedrag van 1.474,18 euro en een bedrag van 2.408,10 euro. In zoverre ook gericht tegen deze beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering: het arrest neemt aan dat rechtspersonen in alle opzichten denken en handelen via individuen, om zich vervolgens te beperken tot de vaststelling dat er een frauduleuze constructie is tot stand gekomen tussen meer dan twee personen, namelijk K.D.S., D.M., Cool Traffic bv en Doprava sro bra, die in gemeen of onderling overleg handelden, maar antwoordt niet op het precieze en omstandige verweer van de eiseres dat overleg tussen leden van de hier aangenomen criminele organisatie de facto slechts tussen twee natuurlijke personen onderling dan wel met zichzelf kon gebeuren waardoor niet aan het minimumaantal leden, meer dan twee personen, voor een criminele organisatie voldaan kon zijn. Het tweede onderdeel voert schending aan van de artikelen 5, zoals hier toepasselijk, 66, 67, 324bis en 324ter, § 2, Strafwetboek: het arrest verantwoordt de schuldigverklaring van de eiseres aan de feiten van de telastlegging K niet naar recht; het arrest stelt immers niet regelmatig vast dat er in casu een gestructureerde vereniging bestond van meer dan twee personen, met als doel in overleg misdrijven te plegen; het arrest stelt vast dat het de eerste en tweede beklaagde, K.D.S. en D.M. zijn die als natuurlijke personen in elk van de rechtspersonen als aandeelhouders en zaakvoerders of bestuurders optraden; het stelt niet vast dat er enige vorm van overleg is geweest behalve tussen deze beide natuurlijke personen; de rechtspersonen worden enkel gezien als door deze beide natuurlijke personen of één van hen bestuurde en geleide rechtssubjecten, zodat deze structuren geen persoon kunnen zijn waarmee enig apart en inhoudelijk overleg kan worden gepleegd; bijgevolg beslist het arrest ten onrechte dat er in casu een georganiseerde structuur bestond van meer dan twee personen met als oogmerk om in overleg misdrijven te plegen; er kan niet wettig worden geoordeeld dat een of twee natuurlijke personen fysiek overleggen alsof ze drie of meer personen vormen op de grond dat één of beiden ook nog bestuursorgaan van een rechtspersoon is of zijn; de facto blijkt immers elk overleg slechts plaats te vinden tussen een of twee natuurlijke personen; het is niet omdat er misbruik wordt gemaakt van een legale commerciële structuur dat deze structuur meteen lid wordt van de organisatie; anders is er een discriminatie tussen rechtspersonen die worden opgericht om te worden gebruikt om het doel van de criminele organisatie te bereiken en structuren zonder rechtspersoonlijkheid die niet strafbaar zijn. Het derde onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd door aan te nemen, enerzijds, dat de vennootschappen waaronder de eiseres slechts mantelvennootschappen waren van K.D.S. en gebonden waren door zijn beslissing, en, anderzijds, bij de motivering van de schuld de vennootschappen waaronder de eiseres te verwijten dat ze geen afstand namen van de handelingen van K.D.S.; de rechtspersoon waarvan wordt vastgesteld dat deze gebonden is door de beslissing van zijn bestuur kan immers onmogelijk tezelfdertijd afstand nemen van die beslissing.
- Uit artikel 5 Strafwetboek volgt dat: - een rechtspersoon in beginsel elk misdrijf kan plegen voor zover dit misdrijf hem materieel en moreel kan worden toegerekend; - de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon de strafrechtelijke verantwoordelijkheid niet uitsluit van de natuurlijke personen, die daders zijn van dezelfde feiten of eraan hebben deelgenomen, onvermin¬derd de toepassing van artikel 5, tweede lid (oud), Strafwetboek.
- Een misdrijf kan materieel aan een rechtspersoon worden toegerekend indien de verwezenlijking van het misdrijf hetzij een intrinsiek verband heeft met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen of indien, zoals blijkt uit de concrete omstandigheden, het voor zijn rekening is gepleegd.
- Een misdrijf kan moreel aan een rechtspersoon worden toegerekend indien blijkt dat het voor het misdrijf vereiste moreel bestanddeel aanwezig is bij de rechtspersoon.
- De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon heeft een autonoom karakter in die zin dat die verantwoordelijkheid geen louter afgeleide is van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de natuurlijke personen die voor of namens de rechtspersonen handelen.
- Dit autonoom karakter sluit echter niet uit dat bij de beoordeling van de materiële en morele toerekening van het misdrijf rekening wordt gehouden met de gedragingen van de natuurlijke personen die voor of namens de rechtspersoon handelen, zoals daar onder meer kunnen zijn de organen van de rechtspersoon, werknemers of zij die zonder een officiële functie te vervullen het gedrag van de rechtspersoon bepalen, en dit ongeacht of dit één of meerdere natuurlijke personen betreft. Een rechtspersoon als fictieve entiteit handelt immers noodzakelijk door middel van één of meer natuurlijke personen.
- Het autonoom karakter van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een rechtspersoon belet dan ook niet dat de rechter zijn oordeel over de materiële en morele toerekening van een misdrijf aan een rechtspersoon grondt op de gedragingen van één enkele natuurlijke persoon indien uit de concrete gegevens van de zaak blijkt dat die éne natuurlijke persoon het gedrag van de rechtspersoon volledig beheerst.
- Deze principes gelden ook voor de in artikel 324ter Strafwetboek omschreven misdrijven van criminele organisatie.
- Artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat met een criminele organisatie wordt bedoeld iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrijven die strafbaar zijn met gevangenisstraf van drie jaar of een zwaardere straf, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen.
- Artikel 324ter, § 2, Strafwetboek bestraft met gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar en met geldboete van honderd euro tot vijfduizend euro of met een van die straffen alleen ieder persoon die deelneemt aan de voorbereiding of de uitvoering van enige geoorloofde activiteit van een criminele organisatie, terwijl hij weet dat zijn deelneming bijdraagt tot de oogmerken van deze criminele organisatie zoals bedoeld in artikel 324bis Strafwetboek.
- Noch de tekst noch de wetgeschiedenis van deze bepalingen beletten het oordeel dat de begrippen “meer dan twee personen” in artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek en “ieder persoon” in artikel 324ter, § 2, Strafwetboek zowel natuurlijke als rechtspersonen beogen en dat het onderling overleg waarvan sprake in artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek kan geschieden tussen natuurlijke personen en rechtspersonen of zelfs tussen rechtspersonen onderling. Noch het gegeven dat een rechtspersoon als fictieve entiteit handelt via natuurlijke personen noch het gegeven dat het gedrag van een rechtspersoon kan worden bepaald door het gedrag van één natuurlijke persoon, sluiten de mogelijkheid uit van een overleg in de zin van die bepaling met een of meerdere rechtspersonen.
- Het gegeven dat de aanwending van commerciële of andere structuren om het plegen van misdrijven te verbergen of te vergemakkelijken een bestanddeel kan zijn van het door artikel 324ter, § 1, Strafwetboek bedoelde misdrijf belet niet dat indien de commerciële of andere structuur een rechtspersoon is, die rechtspersoon een persoon kan zijn als bedoeld met de begrippen “meer dan twee personen” in artikel 324bis, eerste lid, Strafwetboek en “ieder persoon” in artikel 324ter, § 2, Strafwetboek.
- De rechtstoestand van een rechtspersoon die op enige wijze betrokken is bij het misdrijf van criminele organisatie valt niet te vergelijken met een feitelijke structuur zonder rechtspersoonlijkheid die strafrechtelijk niet kan worden aangesproken.
- In zoverre het tweede onderdeel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Met het geheel van redenen die het arrest bevat (p. 189-225) oordeelt het dat de natuurlijke personen K.D.S. en D.M. en de rechtspersonen Cool Traffic bv en Doprava sro bra handelend via K.D.S en D.M. deelachtig waren aan de criminele organisatie waarbij de rechtspersonen Kurt De Smet nv, K&E Trucking bv, M-Trading nv en de eiseres mantelvennootschappen waren van K.D.S., die door van hem geen afstand te hebben genomen een eigen fout hebben begaan. Aldus beantwoordt het arrest het door het eerste onderdeel bedoelde verweer en is de beslissing dat er een gestructureerde vereniging bestond tussen K.D.S en D.M. en de rechtspersonen Cool Traffic bv en Doprava sro bra met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdrijven naar recht verantwoord. In zoverre kunnen het eerste en tweede onderdeel niet worden aangenomen.
- Het met het derde onderdeel aangevoerde motiveringsgebrek is afgeleid uit de vergeefs met het tweede onderdeel aangevoerde onwettigheden en bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 849,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220524.2N.13 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230509.2N.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.34 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div