← België

C. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:A

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Strafzaken - Stuk aangewend in de strafprocedure - Valsheidsvordering - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Fiches 3 - 8 De omstandigheid dat een stuk van het strafdossier of een door een procespartij voorgelegd stuk het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke strafvervolging wegens valsheid in geschriften, heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat er met betrekking tot dat stuk een valsheidsvordering wordt ingesteld zoals bedoeld in artikel 458 Wetboek van Strafvordering, ook al beroept een van de procespartijen zich uitdrukkelijk op dat stuk; die loutere omstandigheid verplicht de rechter ook niet om de procedure op te schorten en de uitspraak aan te houden tot er uitspraak is gedaan over die strafvervolging; de rechter beoordeelt in feite of het resultaat van die strafvervolging noodzakelijk is voor de beoordeling van de bij hem aanhangig gemaakte feiten; de rechter miskent het recht van verdediging niet door de loutere omstandigheid dat hij uitspraak doet over de strafvordering en de erop gebaseerde burgerrechtelijke vordering zonder het resultaat af te wachten van een strafvervolging betreffende feiten die de regelmatigheid kunnen aantasten van bewijselementen die deel uitmaken van het strafdossier waarover hij dient te oordelen

(1).
(1)Cass. 6 oktober 2010, AR P.09.0635.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101006.5, AC 2010, nr. 577, met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.; Cass. 15 oktober 2003, AR P.03.0931.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031015.3, AC 2003, nr. 501. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Strafzaken - Gebruik van een stuk in een strafprocedure door de beklaagde - Klacht met burgerlijke partijstelling wegens valsheid van deze stukken door de burgerlijke partij - Verzoek tot opschorting van de rechtspleging - Valsheidsvordering - Recht van verdediging - Regelmatigheid van bewijselementen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Valsheid en gebruik van valse stukken - Gebruik van een stuk in een strafprocedure door de beklaagde - Klacht met burgerlijke partijstelling wegens valsheid van deze stukken door de burgerlijke partij - Verzoek tot opschorting van de strafprocedure - Valsheidsvordering - Recht van verdediging - Regelmatigheid van bewijselementen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Valsheid en gebruik van valse stukken - Gebruik van een stuk in een strafprocedure door de beklaagde - Klacht met burgerlijke partijstelling wegens valsheid van deze stukken door de burgerlijke partij - Verzoek tot opschorting van de strafprocedure - Valsheidsvordering - Recht van verdediging - Regelmatigheid van bewijselementen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Strafzaken - Valsheid en gebruik van valse stukken - Gebruik van een stuk in een strafprocedure door de beklaagde - Klacht met burgerlijke partijstelling wegens valsheid van deze stukken door de burgerlijke partij - Verzoek tot opschorting van de strafprocedure - Valsheidsvordering - Regelmatigheid van bewijselementen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Valsheid en gebruik van valse stukken - Gebruik van een stuk in een strafprocedure door de beklaagde - Verzoek tot opschorting van de strafprocedure - Valsheidsvordering - Regelmatigheid van bewijselementen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458

- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Valsheid en gebruik van valse stukken - Gebruik van een stuk in een strafprocedure door de beklaagde - Klacht met burgerlijke partijstelling wegens valsheid van deze stukken door de burgerlijke partij - Verzoek tot opschorting van de strafprocedure - Valsheidsvordering - Regelmatigheid van bewijselementen - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - eerste boek (Art. 8 tot en met 136ter), zoals gewijzigd door de Wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken en houdende een aantal bepalingen betreffende de versnelling en de modernizering van de strafrechtspleging - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel IV (Art 448 tot en met 524septies) -

Art. 458- 30 ELI link Pub nr 1808121250 Tekst van de beslissing Nr.

P.21.1518.N

  1. M C, burgerlijke partij,
  2. P C, burgerlijke partij, eisers, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen P A R O D M, beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 3 november
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en de artikelen 448 tot en met 464, “in het bijzonder artikel 459”, Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging: het oordeel dat er geen rekening wordt gehouden met de drie openbare testamenten die door de verweerder worden voorgebracht en waarop deze zich in hoger beroep is blijven steunen, is niet naar recht verantwoord; ingevolge de door de eisers in een afzonderlijke strafprocedure aangevoerde valsheid van de drie testamenten dienden de appelrechters ofwel zelf deze valsheidsvordering te beoordelen bij wijze van tussengeschil, ofwel de uitspraak ten gronde op te schorten tot de definitieve uitspraak in die afzonderlijke strafprocedure, die nog aanhangig is in hoger beroep; wanneer een partij zich van een van valsheid beticht stuk wenst te bedienen, mag de rechter dit stuk immers niet buiten het geding houden zonder de valsheidsvordering te beoordelen of de beoordeling ervan af te wachten; de valsheid van de drie testamenten kan ook van belang zijn voor de telastleggingen waarop de eisers zich in de voorliggende procedure tegen de verweerder baseerden, aangezien bij een gebleken valsheid van die drie testamenten de verweerder hoogstwaarschijnlijk niet zou zijn vrijgesproken en de thans verleende vrijspraak mogelijks niet meer zou gelden; de verweerder heeft niet verklaard geen gebruik te willen maken van de drie door hem voorgelegde testamenten, zodat het arrest, door die testamenten buiten het geding te houden, de eisers het recht ontzegt om zich op de valsheid van die drie testamenten te beroepen, tevens de valsheidsvordering ten onrechte niet beoordeelt noch het resultaat ervan afwacht en ten slotte het recht van verdediging van de eisers miskent door de eisers niet de mogelijkheid te bieden zich te beroepen op de valsheid van de drie testamenten om aldus de valsheid aan te tonen van het testament van hun vader.
  5. Uit het arrest blijkt het volgende: - de eisers hebben zich in de zaak met referte II burgerlijke partij gesteld tegen de verweerder wegens valsheid in geschriften (telastlegging A) en gebruik van valse stukken (telastlegging B) door een openbaar officier of ambtenaar, meer bepaald omdat de verweerder in het door hem als notaris op 17 januari 2012 verleden openbaar testament van hun vader heeft vermeld dat dit testament werd verleden in de voortdurende aanwezigheid van de getuigen R.D.M. en R.V., terwijl die getuigen daarbij niet aanwezig waren; - in het beroepen vonnis, dat de verweerder heeft vrijgesproken van de telastleggingen A en B in de zaak met referte II, werd geoordeeld dat er “minstens gerede twijfel” was die in het voordeel is van de verweerder, waarbij er onder meer werd op gewezen dat er sprake was van een “onoverbrugbare tegenstrijdigheid” tussen eensdeels de belastende verklaringen van de getuige R.V., die stelde dat hij nooit met R.D.M. samen als getuige in een notariële akte is opgetreden, en anderdeels de door de verweerder voorgelegde drie openbare testamenten van andere testators, waaruit blijkt dat R.V. wél al samen met R.D.M. als getuige is opgetreden; - de eerste eiseres heeft klacht met burgerlijkepartijstelling ingediend bij de onderzoeksrechter wegens valsheid in geschrifte met betrekking tot de voormelde drie testamenten, omdat de daarin bevestigde aanwezigheid van R.D.M. en R.V. als getuigen volgens haar telkens vals was; - de klacht met burgerlijkepartijstelling tegen onder meer de verweerder met betrekking tot die drie testamenten heeft geleid tot een vonnis van de correctionele rechtbank van 17 mei 2021, waarbij de strafvordering met betrekking tot de telastleggingen in verband met twee van de drie voormelde testamenten niet ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn, en met betrekking tot de telastlegging in verband met het derde testament niet bewezen werd verklaard; - tegen het voormelde vonnis van 17 mei 2021 werd hoger beroep aangetekend door de eerste eiseres en door het openbaar ministerie, dat op het ogenblik van de behandeling door de appelrechters nog aanhangig was voor het hof van beroep.
  6. Er is sprake van een valsheidsvordering in de zin van artikel 458 Wetboek van Strafvordering wanneer een procespartij een vordering instelt waarmee zij duidelijk aangeeft dat een bepaald stuk volgens haar vals is en er een rechtspleging moet worden opgestart om die valsheid vast te stellen en te herstellen door dat stuk te verbeteren of uit het rechtsverkeer te verwijderen in zoverre het niet met de waarheid overeenstemt.
  7. De omstandigheid dat een stuk van het strafdossier of een door een procespartij voorgelegd stuk het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke strafvervolging wegens valsheid in geschriften, heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat er met betrekking tot dat stuk een valsheidsvordering wordt ingesteld zoals bedoeld in artikel 458 Wetboek van Strafvordering, ook al beroept een van de procespartijen zich uitdrukkelijk op dat stuk. Die loutere omstandigheid verplicht de rechter ook niet om de procedure op te schorten en de uitspraak aan te houden tot er uitspraak is gedaan over die strafvervolging. De rechter beoordeelt in feite of het resultaat van die strafvervolging noodzakelijk is voor de beoordeling van de bij hem aanhangig gemaakte feiten.
  8. De rechter miskent het recht van verdediging niet door de loutere omstandigheid dat hij uitspraak doet over de strafvordering en de erop gebaseerde burgerrechtelijke vordering zonder het resultaat af te wachten van een strafvervolging betreffende feiten die de regelmatigheid kunnen aantasten van bewijselementen die deel uitmaken van het strafdossier waarover hij dient te oordelen.
  9. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  10. Uit het arrest en de overige stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eisers een valsheidsvordering hebben ingesteld met betrekking tot de voormelde drie testamenten. In zoverre het middel ervan uitgaat dat er door de eisers, of een van hen, een valsheidsvordering werd ingesteld zoals bedoeld in artikel 458 Wetboek van Strafvordering, mist het feitelijke grondslag.
  11. Het arrest oordeelt niet dat de voormelde drie testamenten “buiten het geding” worden gehouden. Het oordeelt wel (p. 44, voorlaatste en laatste alinea) dat het geen rekening houdt met die testamenten, waarmee het te kennen geeft dat het die testamenten, ook al werd de valsheid ervan niet vastgesteld, niet in aanmerking neemt als element à décharge bij de beoordeling van de schuld van de verweerder aan de hem ten laste gelegde feiten van valsheid in geschriften en gebruik van valse stukken in verband met het door hem als notaris op 17 januari 2012 verleden openbaar testament van de vader van de eisers. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  12. In zoverre het middel aanvoert dat, indien de valsheid van de drie testamenten zou worden vastgesteld, het arrest “hoogstwaarschijnlijk” niet tot de vrijspraak van de verweerder zou hebben besloten op grond van de thans voorliggende redenen, verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 225,91 euro, waarvan 190,91 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220524.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031015.3 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101006.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.