id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220530.3N.7 Rolnummer: F.19.0006.N Zaak: GHENT RIVER HOTEL NV contra BELGISCHE STAAT Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-06-30 Raadplegingen: 1084 - laatst gezien 2026-06-18 12:05 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220530.3N.7 Fiche Het vereiste dat enkel de fiscale toestand van de belastingplichtige binnen de onderzoekstermijn het voorwerp van onderzoek kan zijn, sluit niet uit dat documenten die dateren van een belastbaar tijdperk dat zich buiten die onderzoekstermijn bevindt, zonder voorafgaande kennisgeving van aanwijzingen van belastingontduiking overeenkomstig artikel 333, derde lid, WIB92, kunnen worden aangewend om inkomsten vast te stellen betreffende een belastbaar tijdperk dat zich binnen die onderzoekstermijn bevindt
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Belastingaangifte Vrije woorden: Onderzoek en controle - Opvragen van documenten daterend van buiten de onderzoekstermijn - Vereiste Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 333, derde lid - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0006.N GHENT RIVER HOTEL nv, met zetel te 9000 Gent, Waaistraat 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0437.528.693, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Gewestelijke Directie BBI, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6/801, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 oktober
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 5 mei 2022 verwezen naar de derde kamer. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 4 mei 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 333, tweede lid, WIB92 mogen de in het eerste lid van die wetsbepaling bedoelde onderzoekingen zonder voorafgaande kennisgeving worden verricht gedurende het belastbaar tijdperk evenals in de termijn bedoeld in artikel 354, eerste lid, WIB92, hetzij drie jaar vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de belasting verschuldigd is. Krachtens artikel 333, derde lid, WIB92 mogen zij bovendien worden verricht gedurende de in artikel 354, tweede lid, WIB92 bedoelde aanvullende termijn van vier jaar, op voorwaarde dat de administratie de belastingplichtige vooraf schriftelijk en op nauwkeurige wijze kennis heeft gegeven van de aanwijzingen inzake belastingontduiking die te zijnen aanzien bestaan voor het bedoelde tijdperk. Die voorafgaande kennisgeving is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de aanslag. Het vereiste dat enkel de fiscale toestand van de belastingplichtige binnen de onderzoekstermijn het voorwerp van onderzoek kan zijn, sluit niet uit dat documenten die dateren van een belastbaar tijdperk dat zich buiten die onderzoekstermijn bevindt, zonder voorafgaande kennisgeving van aanwijzingen van belastingontduiking overeenkomstig artikel 333, derde lid, WIB92, kunnen worden aangewend om inkomsten vast te stellen betreffende een belastbaar tijdperk dat zich binnen die onderzoekstermijn bevindt.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerder in februari 2012 bij Les Glycines vzw een fiscaal onderzoek voerde naar de aanslagjaren 2010 en 2011 (boekjaren 2009 en 2010) en daarbij een verklaring vroeg van de beginstand van de leveranciersrekening van Veronika Editions bij aanvang van het boekjaar (1 januari 2009); - die informatie relevant was omdat de betalingen ter aanzuivering van die rekening gebeurden met betalingen in 2009, omdat die bedragen door Les Glycines vzw geactiveerd werden op de rekening “22100 – Immeubles” en in de afschrijvingstabel van het aanslagjaar 2010 afschrijvingen op die investeringen werden gedaan, en omdat naderhand zou blijken dat twee van die betalingen aan Veronika Editions dezelfde dag en de dag nadien werden getransfereerd naar een rekening van de eiseres die in haar boekhouding niet terug te vinden was.
- Door te oordelen dat “de vraag naar de verklaring van de toestand van een rekening op 1 januari 2009 wel degelijk een onderzoek [is] naar het boekjaar 2009” zodat “dat onderzoek dus niet gebeurd [is] met schending van artikel 333, derde lid WIB92” en dat de omstandigheid dat “de verklaring voor de stand van de leveranciersrekening zijn oorsprong vindt in facturen uit een eerder belastbaar tijdperk” daaraan geen afbreuk doet, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 512,22 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de sectievoorzitters Eric Dirix en Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 30 mei 2022 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220530.3N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220530.3N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div