← België

F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.13 Rolnummer: P.22.0458.N Zaak: F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-03 Raadplegingen: 958 - laatst gezien 2026-06-19 02:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 De rechter kan een toestand van herhaling maar aannemen als hij vaststelt dat de bestanddelen voor die herhaling en de daarvoor geldende voorwaarden verenigd zijn en het bewijs daarvoor dient te blijken uit de aan de rechter overgelegde en voor de partijen beschikbare stukken, waarbij het openbaar ministerie als vervolgende partij de bewijslast draagt voor het voldaan zijn aan de voorwaarden voor de toestand van herhaling; het voor het vaststellen van de toestand van herhaling vereiste bewijs van een vroegere veroordeling die kracht van gewijsde heeft, wordt in de regel geleverd door een door de griffier uitgereikt afschrift van de veroordelende beslissing of uittreksel met de vermelding dat die beslissing kracht van gewijsde heeft maar het bewijs van het bestaan van een vroegere veroordeling en van het kracht van gewijsde hebben van die beslissing kan door het openbaar ministerie ook met andere middelen worden geleverd waarbij de afwezigheid van betwisting door de beklaagde op dit punt in aanmerking kan worden genomen en het aan de rechter staat te oordelen of het openbaar ministerie slaagt in zijn bewijslast

(1).
(1)Cass. 10 mei 2022, AR P.22.0193.N, ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220510.2N.
  1. Thesaurus CAS: HERHALING Vrije woorden: Vaststelling van de staat van herhaling - Bewijs - Bewijslast - Openbaar ministerie - Vormen - Artikel 29ter Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 29 Vrije woorden: Artikel 29ter - Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Bewijs - Bewijslast - Openbaar ministerie - Vormen - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Bewijs - Bewijslast - Openbaar ministerie - Vormen - Artikel 29ter Wegverkeerswet Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Bewijslast - Openbaar ministerie - Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Vormen - Artikel 29ter Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Strafzaken - Bewijslast - Herhaling - Vaststelling van de staat van herhaling - Vormen - Artikel 29ter Wegverkeerswet - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 29ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0458.N A. P. H. F., beklaagde, eiser, met als raadsman Olivier Martins, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 3 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert miskenning aan van het recht van verdediging en de regel dat de bewijslast op het openbaar ministerie rust: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het bewijs van het in kracht van gewijsde zijn getreden van het vonnis dat de grondslag vormt voor de door artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde toestand van verzwaring wordt geleverd met een uittreksel uit het MACH-informaticasysteem; het is aan het openbaar ministerie om het onomstotelijk bewijs te leveren dat het bedoelde vonnis kracht van gewijsde heeft.
  4. De rechter kan een toestand van herhaling maar aannemen als hij vaststelt dat de bestanddelen voor de door artikel 38, § 6, Wegverkeerswet bedoelde toestand van verzwaring en de daarvoor geldende voorwaarden verenigd zijn. Het bewijs daarvoor dient te blijken uit de aan de rechter overgelegde en voor de partijen beschikbare stukken.
  5. Het openbaar ministerie draagt als vervolgende partij de bewijslast voor het voldaan zijn aan de voorwaarden voor de vermelde toestand.
  6. Het voor het vaststellen van deze toestand vereiste bewijs van een vroegere veroordeling die kracht van gewijsde heeft, wordt in de regel geleverd door een door de griffier uitgereikt afschrift van de veroordelende beslissing of uittreksel met de vermelding dat die beslissing kracht van gewijsde heeft.
  7. Het bewijs van het bestaan van een vroegere veroordeling en van het kracht van gewijsde hebben van die beslissing kan door het openbaar ministerie evenwel ook met andere middelen worden geleverd. Daarbij kan de afwezigheid van een concrete betwisting door de beklaagde op dit punt in aanmerking worden genomen.
  8. Het staat aan de rechter te oordelen of het openbaar ministerie slaagt in zijn bewijslast.
  9. Het Hof gaat evenwel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  11. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - het dossier bevat een uittreksel uit het strafregister van 5 januari 2022 waarop het op tegenspraak gewezen vonnis van de politierechtbank Waals-Brabant, afdeling Nijvel, van 20 december 2018, dat de grondslag vormt voor de door artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde toestand, is vermeld, alsook een gewone kopie van dit vonnis en een schermafdruk uit het MACH-informaticasysteem betreffende dit vonnis waarin bij de rubrieken beroep en verzet niets is vermeld; - de eiser heeft weliswaar in zijn appelconclusie de toepasselijkheid betwist van de door artikel 38, § 6, eerste lid, Wegverkeerswet bedoelde toestand omdat het openbaar ministerie niet het bewijs voorbrengt van het in kracht van gewijsde getreden zijn van het voormelde vonnis, maar hij heeft geen enkel concreet element aangevoerd om de bewering dat dit vonnis geen kracht van gewijsde had te staven.
  12. Het bestreden vonnis verwijst voor het oordeel over de kracht van gewijsde naar het voormelde uittreksel uit het MACH-informaticasysteem dat geen melding maakt van een rechtsmiddel dat tegen dit vonnis is ingesteld. Het neemt ook in aanmerking dat de eiser zelf van een dergelijk rechtsmiddel geen melding maakt. Op grond van die redenen kan het bestreden vonnis wettig oordelen dat bewezen is dat het bedoelde vonnis kracht van gewijsde heeft. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 149 Grondwet.
  13. Het bestreden vonnis oordeelt enerzijds dat niet kan worden ingegaan op het verzoek van de eiser om de geldboete te verminderen met de door de eiser te betalen kosten van de herstelonderzoeken en -examens en van de erelonen overeenkomstig artikel 29, § 4, tweede lid, Wegverkeerswet. Het bestreden vonnis bevestigt anderzijds integraal het beroepen vonnis en dus ook de beslissing waarbij dit vonnis voor recht heeft gezegd dat de kosten van de examens en onderzoeken in mindering zouden worden gebracht op de geldboete overeenkomstig artikel 29, § 4, Wegverkeerswet. Beide oordelen zijn tegenstrijdig. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis enkel in zoverre het oordeelt over het verzoek van de eiser om de kosten van de examens en proeven in mindering te brengen op de geldboete overeenkomstig artikel 29, § 4, tweede lid, Wegverkeerswet. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot vier vijfden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 132,06 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 31 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220510.2N.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241231.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.