id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.2 Rolnummer: P.22.0055.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-03 Raadplegingen: 1018 - laatst gezien 2026-06-19 00:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter dient enkel uitdrukkelijk vast te stellen dat hij door het uitspreken van de bijzondere verbeurdverklaring van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen of er het voorwerp van uitmaakt geen onredelijk zware straf oplegt, indien hij daartoe door de veroordeelde wordt uitgenodigd en het komt dan ook de veroordeelde toe de gegevens aan te reiken welke de rechter in staat moeten stellen die beoordeling te maken; de rechter oordeelt onaantastbaar of hij door het bevelen van deze verbeurdverklaring aan de veroordeelde een onredelijk zware straf oplegt en bij die beoordeling kan hij onder meer rekening houden met de aard en de zwaarwichtigheid van de bewezen verklaarde misdrijven, de nagestreefde verrijking, de rol van de veroordeelde bij de feiten, zijn persoonlijkheid en zijn vermogenstoestand, zonder dat het noodzakelijk is dat hij al die toetsingscriteria in zijn beoordeling betrekt en uit het enkele gegeven dat een veroordeelde wijst op de financiële gevolgen die een verbeurdverklaring voor hem heeft, volgt niet dat de rechter moet aannemen dat die verbeurdverklaring een onredelijk zware straf inhoudt. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Vrije woorden: Onredelijk zware straf - Motivering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 1°, en 505, derde en zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Straf - Verbeurdverklaring - Onredelijk zware straf - Motivering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 1°, en 505, derde en zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Straf - Verbeurdverklaring - Onredelijk zware straf - Motivering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 1°, en 505, derde en zesde lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0055.N A. M. H. V. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2600 Antwerpen (Berchem), Elisabethlaan 122, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest stelt vast dat de vrijspraak van de eiser aan de feiten van de telastlegging B.5 definitief is. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 43bis Strafwetboek: ondanks eisers aanvoering in zijn appelconclusie en ter rechtszitting dat hij zich in een moeilijke financiële situatie bevindt, verklaart het arrest ten onrechte en zonder verdere motivering een omvangrijke geldsom verbeurd; het enkele oordeel dat “uit niets blijkt dat (dit) tot gevolg heeft dat [de eiser] aan een onredelijk zware straf zou worden onderworpen”, kan hiertoe niet volstaan.
- Het arrest maakt geen toepassing van artikel 43bis Strafwetboek, dat aldus vreemd is aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser ter rechtszitting heeft aangevoerd dat hij zich in een moeilijke financiële situatie bevond. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- De rechter dient enkel uitdrukkelijk vast te stellen dat hij door het uitspreken van de bijzondere verbeurdverklaring van een zaak die heeft gediend of was bestemd om een misdaad of een wanbedrijf te plegen of er het voorwerp van uitmaakt geen onredelijk zware straf oplegt, indien hij daartoe door de veroordeelde wordt uitgenodigd. Het komt ook de veroordeelde toe de gegevens aan te reiken welke de rechter in staat moeten stellen die beoordeling te maken.
- Uit de appelconclusie van de eiser blijkt niet dat hij heeft aangevoerd dat de verbeurdverklaring met toepassing van artikel 4, § 6, Drugwet van een simkaart, simkaarthouder, beschermhoes, cryptofoon en iPhone, gelet op zijn financiële toestand, een onredelijk zware straf uitmaakt. De appelrechters dienden deze beslissing dan ook niet nader te motiveren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Artikel 505, zesde lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter het bedrag van de verbeurdverklaarde gelden, die het voorwerp uitmaken van het door artikel 505, derde lid, Strafwetboek bedoelde misdrijf in de zin van artikel 42, 1°, Strafwetboek, kan verminderen om de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of hij door het bevelen van deze verbeurdverklaring aan de veroordeelde een onredelijk zware straf oplegt. Bij die beoordeling kan de rechter onder meer rekening houden met de aard en de zwaarwichtigheid van de bewezen verklaarde misdrijven, de nagestreefde verrijking, de rol van de veroordeelde bij de feiten, zijn persoonlijkheid en zijn vermogenstoestand, zonder dat het noodzakelijk is dat hij al die toetsingscriteria in zijn beoordeling betrekt.
- Uit het enkele gegeven dat een veroordeelde wijst op de financiële gevolgen die een verbeurdverklaring voor hem heeft, volgt niet dat de rechter moet aannemen dat die verbeurdverklaring een onredelijk zware straf inhoudt.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt in verband met de verplichte verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen als voorwerp van de witwas voor een bedrag van 119.609,52 euro als volgt: - de verbeurdverklaring van de wederrechtelijke vermogensvoordelen maakt voor de eiser geen onredelijk zware straf uit, zodat niet is voldaan aan de voorwaarden om tot mildering over te gaan; - de eiser legde wisselende verklaringen af omtrent zijn financiële toestand, waarbij hij aanvankelijk verklaarde dat er geen financiële problemen waren, terwijl er volgens een latere verklaring wel dergelijke problemen zouden zijn; - bij de bestraffing wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de misdrijven, het georganiseerd en internationaal karakter, alsook met de persoonlijkheid van de eiser, die louter uit was op snel geldgewin; - bij deze bestraffing wordt tevens rekening gehouden met eisers persoonlijke en sociale toestand zoals die uit het debat of de neergelegde stukken bleek; - geen enkel argument in de appelconclusie van de eiser is van aard om anders te doen besluiten of is pertinent.
- Met die redenen omkleedt het arrest de beslissing dat de verplichte verbeurdverklaring van het voorwerp van de witwas geen onredelijk zware straf inhoudt voor de eiser regelmatig met redenen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 156,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 31 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div