id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 mei 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:A
Art. 203
, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 25 juli 1893 betreffende de aantekening van hoger beroep van gedetineerde of geïnterneerde personen - 25-07-1893 - Art. 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1893072550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Veroordeling in eerste aanleg - Hoger beroep ingesteld door verklaring aan de gevangenisdirecteur - Grievenformulier - Informatie over het grievenformulier - Laattijdig ingediend grievenformulier - Verval van het hoger beroep - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 203
, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 25 juli 1893 betreffende de aantekening van hoger beroep van gedetineerde of geïnterneerde personen - 25-07-1893 - Art. 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1893072550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 3 - 5 Indien de gedetineerde beklaagde op het ogenblik van het instellen van het hoger beroep of tijdens de in artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn wordt bijgestaan door een raadsman, kan er redelijkerwijze worden aangenomen dat die raadsman hem ter zake heeft voorgelicht; uit artikel 6.1 EVRM en het door die bepaling gewaarborgde recht van toegang tot de rechter volgt voor de overheid in de regel niet de verplichting om een beklaagde die tijdens de procedure in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman en die kennis heeft gekregen van de beroepen beslissing, alle vormvereisten voor het hoger beroep tegen die beslissing, waaronder de voorgeschreven verplichting om tijdig nauwkeurig bepaalde grieven in te dienen, ter kennis te brengen of toe te lichten en dat geldt ook voor de griffie van de gevangenis die aan de gedetineerde beklaagde een in te vullen grievenformulier ter beschikking stelt; het appelgerecht oordeelt onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak of de gedetineerde beklaagde op de hoogte was of kon zijn van de verplichting om tijdig een grievenschrift in te dienen. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op toegang tot de rechter - Veroordeling in eerste aanleg - Bijstand van een raadsman - Hoger beroep ingesteld door verklaring aan de gevangenisdirecteur - Grievenformulier - Informatie over het grievenformulier - Draagwijdte - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 203
, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 25 juli 1893 betreffende de aantekening van hoger beroep van gedetineerde of geïnterneerde personen - 25-07-1893 - Art. 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1893072550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Veroordeling in eerste aanleg - Hoger beroep ingesteld door verklaring aan de gevangenisdirecteur - Grievenformulier - Informatie over het grievenformulier - Draagwijdte - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 203
, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 25 juli 1893 betreffende de aantekening van hoger beroep van gedetineerde of geïnterneerde personen - 25-07-1893 - Art. 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1893072550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Veroordeling in eerste aanleg - Bijstand van een raadsman - Hoger beroep ingesteld door verklaring aan de gevangenisdirecteur - Grievenformulier - Informatie over het grievenformulier - Draagwijdte - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 203
, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111901 Wet 25 juli 1893 betreffende de aantekening van hoger beroep van gedetineerde of geïnterneerde personen - 25-07-1893 - Art. 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1893072550 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0182.N D. A. H. F., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Kris Vincke, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 21 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering: het arrest verklaart eisers hoger beroep ten onrechte vervallen omdat hij niet tijdig een grievenformulier heeft ingediend; het kan die sanctie enkel toepassen indien er redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de gedetineerde eiser, die zelf hoger beroep heeft ingesteld, op de hoogte was of kon zijn van de verplichting om tijdig een grievenformulier in te dienen, hetzij omdat de gevangenisdirecteur of zijn afgevaardigde hem over die verplichting heeft ingelicht of die kennisgeving op enige andere wijze is gebeurd, hetzij omdat de eiser werd bijgestaan door een raadsman; uit de omstandigheid dat de eiser een dag na het instellen van zijn hoger beroep op de griffie van de gevangenis zonder verdere toelichting een grievenformulier heeft ontvangen, kan niet worden afgeleid dat hij van de verplichte grievenopgave op de hoogte was of kon zijn; uit de omstandigheid dat de eiser bijstand genoot van een raadsman bij de behandeling in eerste aanleg, kan niet worden afgeleid dat hij alvorens het beroepen vonnis werd gewezen instructies ontving over de wijze waarop een rechtsmiddel moet worden ingesteld; uit het feit dat de eiser reeds op dezelfde dag van de uitspraak zelf hoger beroep heeft ingesteld in de gevangenis, kan anderzijds wel worden afgeleid dat hij geen overleg heeft gepleegd met zijn toenmalige raadsman; het navolgens raadplegen van een nieuwe raadsman impliceert bovendien dat de eiser niet tevreden was over zijn vorige raadsman; bijgevolg verschalkt het arrest de redelijke verwachting die de eiser had op grond van zijn verklaring van hoger beroep tegen alle beschikkingen van het beroepen vonnis.
- Op grond van artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering vervalt het recht van hoger beroep van een beklaagde indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan uiterlijk dertig dagen na de uitspraak van een op tegenspraak gewezen vonnis. Artikel 204 van dat wetboek bepaalt dat een beklaagde, op straffe van verval van het hoger beroep, binnen dezelfde termijn ook een grievenschrift moet indienen, dat nauwkeurig de tegen het vonnis ingebrachte grieven bevat. Volgens artikel 1, eerste lid, van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep of van voorziening in cassatie van de gedetineerde of geïnterneerde personen kunnen in de gevangenis opgesloten personen de verklaringen van hoger beroep in strafzaken en de verzoekschriften waarin nauwkeurig de grieven worden bepaald die tegen het vonnis worden ingebracht, doen aan de directeur van de instelling of zijn gemachtigde.
- Uit die bepalingen volgt dat het appelgerecht, behoudens overmacht, in beginsel verplicht is om het hoger beroep van een gedetineerde beklaagde die heeft nagelaten tijdig een grievenschrift in te dienen, vervallen te verklaren.
- Uit artikel 6.1 EVRM en de door die bepaling gewaarborgde recht van toegang tot de rechter en op een daadwerkelijk rechtsmiddel, volgt evenwel dat het appelgerecht die vervallenverklaring enkel mag uitspreken indien het redelijkerwijze kan aannemen dat een gedetineerde beklaagde, die zelf hoger beroep heeft ingesteld door het afleggen van een verklaring aan de gevangenisdirecteur of zijn afgevaardigde, op de hoogte was of kon zijn van de verplichting om tijdig een grievenschrift in te dienen.
- Indien de gedetineerde beklaagde op het ogenblik van het instellen van het hoger beroep of tijdens de in artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijn wordt bijgestaan door een raadsman, kan er redelijkerwijze worden aangenomen dat die raadsman hem ter zake heeft voorgelicht. Wanneer deze bijstand niet aanwezig is, kan de gedetineerde beklaagde worden ingelicht op enig welke wijze. Dit kan ook gebeuren door de gevangenisadministratie.
- Uit artikel 6.1 EVRM en het door die bepaling gewaarborgde recht van toegang tot de rechter volgt voor de overheid in de regel niet de verplichting om een beklaagde die tijdens de procedure in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman en die kennis heeft gekregen van de beroepen beslissing, alle vormvereisten voor het hoger beroep tegen die beslissing, waaronder de voorgeschreven verplichting om tijdig nauwkeurig bepaalde grieven in te dienen, ter kennis te brengen of toe te lichten. Dat geldt ook voor de griffie van de gevangenis die aan de gedetineerde beklaagde een in te vullen grievenformulier ter beschikking stelt.
- Het appelgerecht oordeelt onaantastbaar op grond van de concrete gegevens van de zaak of de gedetineerde beklaagde op de hoogte was of kon zijn van de verplichting om tijdig een grievenschrift in te dienen. Het Hof gaat wel na of dat gerecht uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest oordeelt dat: - de eiser op 17 juni 2021 tegen het beroepen vonnis van dezelfde datum een verklaring van hoger beroep heeft gedaan op de griffie van de gevangenis te Brugge; - deze verklaring van hoger beroep tijdig was, alsook regelmatig naar de vorm; - de eiser op 18 juni 2021 op de voormelde griffie een grievenformulier heeft ontvangen, waarvoor hij tekende voor ontvangst; - uit niets volgt dat de eiser niet het adequate mentale vermogen had om er kennis en besef van te hebben dat wanneer hem bij het instellen van het hoger beroep een grievenformulier wordt ter hand gesteld, hij dit ingevuld op de griffie moet indienen; - uit niets een tekortkoming van de overheid bij de informatieverplichting volgt; - de eiser tijdens de procedure in eerste aanleg werd bijgestaan door een raadsman; - ook nadat de eiser zijn nieuwe advocaat had geraadpleegd, niet alsnog een grievenformulier werd ingediend.
- Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat de eiser op de hoogte was van de verplichting om bij het instellen van hoger beroep tijdig een grievenschrift in te dienen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Gelet op de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep verkrijgt het arrest kracht van gewijsde. Daaruit volgt dat eisers cassatieberoep in zoverre gericht tegen de beslissing over zijn onmiddellijke aanhouding, geen bestaansreden meer heeft. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 87,51 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 31 mei 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220920.2N.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201020.2N.14 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211012.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220118.2N.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.3 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231010.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div