← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220607.2N.8 Rolnummer: P.22.0433.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-14 Raadplegingen: 1110 - laatst gezien 2026-06-15 05:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 37quinquies, § 1, Strafwetboek bepaalt onder welke voorwaarden een werkstraf kan worden opgelegd, maar zelfs als die voorwaarden zijn vervuld, heeft een beklaagde evenwel geen recht op een werkstraf; het staat aan de rechter om in het licht van de doelstellingen van de straftoemeting te oordelen of een werkstraf passend is en bij die beoordeling kan de rechter wel degelijk rekening houden met elementen betreffende de aard en de ernst van de feiten en de persoonlijkheid van de beklaagde, met inbegrip van zijn strafrechtelijk verleden. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Werkstraf Vrije woorden: Beoordeling - Redenen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Straftoemeting - Autonome werkstraf - Beoordeling - Redenen Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0433.N A. K., beklaagde, eiser, met als raadsman Ibrahim El Ouahi, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 10 maart 2022 (dossiernummer 22N000325). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel

  1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 195 Wetboek van Strafvordering en artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek: het bestreden vonnis weigert het opleggen van een werkstraf en verwijst hiervoor naar de persoonlijkheid van de eiser en zijn strafrechtelijk verleden, terwijl dit geen criteria zijn op grond waarvan het verzoek om de werkstraf, zijnde een autonome straf, die niet het karakter van een gunst heeft, kan worden afgewezen.
  2. De in het middel vermelde wetsbepalingen zijn vreemd aan de aangevoerde grief.
  3. Artikel 37quinquies, § 1, Strafwetboek bepaalt onder welke voorwaarden een werkstraf kan worden opgelegd. Zelfs als die voorwaarden zijn vervuld, heeft een beklaagde evenwel geen recht op een werkstraf. Het staat aan de rechter om in het licht van de doelstellingen van de straftoemeting te oordelen of een werkstraf passend is. Bij die beoordeling kan de rechter wel degelijk rekening houden met elementen betreffende de aard en de ernst van de feiten en de persoonlijkheid van de beklaagde, met inbegrip van zijn strafrechtelijk verleden.
  4. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Het bestreden vonnis verwerpt eisers verzoek om een werkstraf met verwijzing naar de nader toegelichte zwaarwichtigheid van de bewezen verklaarde feiten, de specifieke voorgaanden van de eiser die niet aan zijn proefstuk toe is en de persoonlijkheid van de eiser. Aldus verantwoordt het bestreden vonnis de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 7 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220607.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.