← België

JOHAN DAVID nv c. Vereniging van mede-eigenaars Residen

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220609.1N.11 Rolnummer: C.21.0395.N Zaak: JOHAN DAVID nv c. Vereniging van mede-eigenaars Residen Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-23 Raadplegingen: 727 - laatst gezien 2026-06-16 04:41 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220609.1N.11 Fiche 1 Een concreet bouwwerk kan meebrengen dat het postinterventiedossier, naast de wettelijk vooropgestelde elementen, andere elementen moet bevatten, die in geval van betwisting kunnen worden gepreciseerd in een rechterlijke beslissing

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSBESCHERMING Vrije woorden: Welzijnswet Werknemers - KB Tijdelijke of Mobiele Bouwplaatsen - Postinterventiedossier - Inhoud Wettelijke bepalingen: KB 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen - 25-01-2001 - Art. 3, 8° - 34 ELI link Pub nr 2001012050 KB 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen - 25-01-2001 - Art. 34 - 34 ELI link Pub nr 2001012050 KB 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen - 25-01-2001 - Art. 35 - 34 ELI link Pub nr 2001012050 KB 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen - 25-01-2001 - Art. 36 - 34 ELI link Pub nr 2001012050 KB 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen - 25-01-2001 - Art. 36bis - 34 ELI link Pub nr 2001012050 KB 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen - 25-01-2001 - Bijlage 1, deel C - 34 ELI link Pub nr 2001012050 Fiche 2 De bestreden beslissing dat de eiseres niet heeft voldaan aan de dwangsomveroordeling en evenmin in de onmogelijkheid verkeert om eraan te voldoen, steunt ook op de zelfstandige tevergeefs bekritiseerde redenen omtrent het ontbrekende element van de handleidingen en onderhoudsvoorschriften van de technische toestellen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Draagwijdte - Belang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quater - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385quinquies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2022, nr. 2, p. 123-
  1. - BURSSENS, Frank; Noot'Het postinterventiedossier bij verkoop van een onroerend goed' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0395.N J. D. nv, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VERENIGING VAN MEDE-EIGENAARS RESIDENTIE PETANQUE TE DENDERLEEUW, met zetel te 9470 Denderleeuw, Boomgaardstraat 29, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0811.243.365, vertegenwoordigd door haar syndicus, H. D., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 april
  2. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft op 28 maart 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste, tweede en derde onderdeel samen
  3. Het koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen voorziet in een ‘postinterventiedossier’. Artikel 3, 8°, van het koninklijk besluit definieert het postinterventiedossier als een “dossier waarvan de inhoud beantwoordt aan de bijlage I, deel C, en dat de voor de veiligheid en de gezondheid nuttige elementen bevat waarmee bij eventuele latere werkzaamheden moet worden rekening gehouden en dat aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk”. De inhoud van het postinterventiedossier wordt verder geregeld in de artikelen 34 tot 36bis van het koninklijk besluit en de bijlage I, deel C. Blijkens deze bijlage moet het postinterventiedossier ‘ten minste’ de hierin nader bepaalde elementen bevatten.
  4. Voormelde bijlage I, deel C, van het koninklijk besluit van 25 januari 2001 bevat een niet-limitatieve opsomming van elementen die het postinterventiedossier dient te bevatten. Een concreet bouwwerk kan meebrengen dat het postinterventiedossier, naast de wettelijk vooropgestelde elementen, andere elementen moet bevatten, die in geval van betwisting kunnen worden gepreciseerd in een rechterlijke beslissing. In zoverre de onderdelen uitgaan van het tegendeel, falen ze naar recht.
  5. Uit de stukken waarop het Hof kan acht slaan, blijkt dat: - het geschil betrekking heeft op de aansprakelijkheid van de eiseres als oprichter en verkoper van een gebouw met vier appartementen te Denderleeuw; - de verweerster als vereniging van mede-eigenaars van het bedoelde appartementsgebouw begin 2011 een procedure ten gronde instelde, in het raam waarvan een gerechtelijk deskundigenonderzoek plaatsvond; - de gerechtsdeskundige op pagina 16 van zijn verslag vaststelde dat in het postinterventiedossier een aantal elementen ontbraken, waaronder de handleidingen en onderhoudsvoorschriften van de technische toestellen, zoals het verwarmingstoestel, de thermostaat, eventuele keukentoestellen en de brandblusmiddelen; - de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, in haar vonnis van 7 maart 2014 met verwijzing naar het deskundigenverslag vaststelt en oordeelt dat in het postinterventiedossier een aantal elementen ontbraken; - de rechtbank in het overwegende gedeelte van voormeld vonnis beslist dat “[de eiseres] dan ook [wordt] veroordeeld tot het overleggen van een volledig post-interventiedossier dat moet beantwoorden aan de vereisten gesteld in bijlage 1 van het KB van 25.01.2001 en waarbij alle tekortkomingen die door de deskundige op p. 16 van zijn verslag zijn gemeld en die hierboven zijn herhaald dienen te zijn verholpen” en dat “gezien [de eiseres] sinds de neerlegging van het deskundig verslag reeds ruimschoots de tijd heeft gehad om dit dossier in orde te laten brengen, maar [zij] nog geen bijkomende stukken heeft overhandigd, een dwangsom [wordt] opgelegd van 150 euro per dag vertraging, indien [zij] de stukken niet voorlegt binnen de 2 maanden na betekening van dit vonnis”; - de rechtbank alle tekortkomingen die de gerechtsdeskundige op pagina 16 van zijn verslag vaststelde, als herhaald beschouwt; - de rechtbank in het beschikkende gedeelte van voormeld vonnis “[de eiseres] veroordeelt tot afgifte van het wettelijk volledig post-interventiedossier, dat moet beantwoorden aan de vereisten gesteld in bijlage 1 van het KB van 25.01.2001 inclusief een keuringsattest voor de veiligheidsverlichting, een keuringsattest voor de blustoestellen en een attest voor de vereiste brandweerstand van de kokers” en beklemtoont dat “hierbij alle tekortkomingen die door de deskundige op p. 16 van zijn verslag zijn gemeld, [dienen] te zijn verholpen”; - voormeld vonnis in kracht van gewijsde is getreden.
  6. Uit het geheel van voormelde elementen blijkt dat: - de dwangsomveroordeling in het definitieve vonnis van 7 maart 2014 van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, aldus de afgifte van een wettelijk volledig postinterventiedossier behelst, waarbij de eiseres alle tekortkomingen die de gerechtsdeskundige op pagina 16 van zijn verslag vaststelde, moet verhelpen, met inbegrip van het ontbrekende element van de handleidingen en onderhoudsvoorschriften van de technische toestellen; - de eiseres zodoende, gelet op de dwangsomveroordeling, een post-interventiedossier diende af te geven dat naast de wettelijk vooropgestelde elementen, andere elementen moet bevatten, waaronder het element van de handleidingen en onderhoudsvoorschriften van de technische toestellen, zoals gepreciseerd door de gerechtsdeskundige op pagina 16 van zijn verslag.
  7. In zoverre de onderdelen ervan uitgaan dat de eiseres niet werd veroordeeld om alle tekortkomingen die de gerechtsdeskundige op pagina 16 van zijn verslag vaststelde, te verhelpen en zodoende niet om het ontbrekende element van de handleidingen en onderhoudsvoorschriften van de technische toestellen te verhelpen, berusten zij op een onjuiste lezing van het vonnis van 7 maart 2014 van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, en missen zij bijgevolg feitelijke grondslag.
  8. In zoverre de onderdelen ervan uitgaan dat de eiseres enkel tekortkomingen diende te verhelpen voor zover die beantwoorden aan de wettelijk vooropgestelde elementen voor een postinterventiedossier, berusten ze eveneens op een onjuiste lezing van het vonnis van 7 maart 2014 van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, en missen ze bijgevolg eveneens feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
  9. Het oordeel dat de eiseres niet heeft voldaan aan de dwangsomveroordeling in het vonnis van 7 maart 2014 van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde en evenmin in de onmogelijkheid verkeert om eraan te voldoen, steunt niet alleen op de in het onderdeel bekritiseerde redenen omtrent de opgave van een foutieve inhoud van zowel de septische put als de regenwaterput in het bedoelde as-builtplan maar ook op de zelfstandige, in het eerste, tweede en derde onderdeel vergeefs bekritiseerde redenen omtrent het ontbrekende element van de handleidingen en onderhoudsvoorschriften van de technische toestellen. Het onderdeel kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 274,43 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 9 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220609.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220609.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.