← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.10 Rolnummer: P.22.0705.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2022-06-20 Raadplegingen: 708 - laatst gezien 2026-06-16 03:10 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het door een veroordeelde zelf ingestelde cassatieberoep tegen een vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank, door het afleggen van een verklaring tegenover de afgevaardigde van de gevangenisdirecteur, is niet-ontvankelijk

(1).
(1)Cass. 15 juni 2010, AR P.10.0878.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100615.1, AC 2010, nr. 429 met concl. van eerste advocaat-generaal M. DE SWAEF. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 97, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 425, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 97, § 1, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Arrest Nr. P.22.0705.N D. S., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Brussel van 13 mei 2022. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Uit artikel 97, § 1, tweede lid, Wet Strafuitvoering en artikel 425, § 1, Wetboek van Strafvordering volgt dat het cassatieberoep van de veroordeelde moet worden ingesteld door het afleggen van een verklaring ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank binnen een termijn van vijf dagen te rekenen van de uitspraak van het vonnis en dit door een advocaat die houder is van een getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures zoals bedoeld in boek II, titel III van het Wetboek van Strafvordering. Het door de eiser zelf ingestelde cassatieberoep tegen het op 13 mei 2022 gewezen vonnis door het afleggen van een verklaring van cassatieberoep op donderdag 19 mei 2022 tegenover de afgevaardigde van de gevangenisdirecteur te Vorst is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 14 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100615.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260505.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.