id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.13 Rolnummer: P.22.0752.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-20 Raadplegingen: 882 - laatst gezien 2026-06-18 14:35 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Artikel 149 Grondwet is weliswaar niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die moeten oordelen over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel
(1), maar de artikelen 16 en 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel stellen wel een debat op tegenspraak in en verplichten de onderzoeksgerechten hun beslissingen met redenen te omkleden; daaruit volgt dat de kamer van inbeschuldigingstelling verplicht is te antwoorden op een regelmatig neergelegde conclusie in zoverre de daarin aangevoerde betwisting betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
(1)Cass. 1 maart 2017, AR P.17.0197.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170301.4, AC 2017, nr. 147; M.-A BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procedure pénale, Die Keure, 2021,
- Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Artt. 16 en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Artt. 16 en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Artt. 16 en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0752.N A. F. K., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, eiser, met als raadsman mr. Sanne De Clerck, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 31 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet eisers in appelconclusie gevoerde verweer dat de akte van uitreiking van 2 februari 2022 geen kennisgeving van de beroepstermijn bevatte zoals bepaald in artikel 16, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel.
- Artikel 149 Grondwet is weliswaar niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die moeten oordelen over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, maar de artikelen 16 en 17 Wet Europees Aanhoudingsbevel stellen wel een debat op tegenspraak in en verplichten de onderzoeksgerechten hun beslissingen met redenen te omkleden. Daaruit volgt dat de kamer van inbeschuldigingstelling verplicht is te antwoorden op een regelmatig neergelegde conclusie in zoverre de daarin aangevoerde betwisting betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het hoger beroep.
- De eiser heeft in zijn appelconclusie het in het onderdeel bedoelde verweer gevoerd. Het arrest beantwoordt dat verweer niet. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 14 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170301.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div