id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.1 Rolnummer: C.21.0219.N Zaak: PROVINCIE VLAAMS BRABANT contra KORESTATE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Burgerlijk recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-30 Raadplegingen: 1645 - laatst gezien 2026-06-19 03:15 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechterlijke macht is bevoegd om het bestuur te veroordelen tot vergoeding van de schade die een derde lijdt ingevolge zijn onzorgvuldig optreden, zonder daarbij evenwel aan het bestuur zijn beleidsvrijheid te ontnemen en zonder zich in zijn plaats te stellen, wat inhoudt dat de rechterlijke macht de beoordelingsvrijheid moet eerbiedigen die het bestuur de mogelijkheid biedt zelf te oordelen over de wijze waarop het zijn bevoegdheid uitoefent en de meest geschikt lijkende oplossing te kiezen binnen de door de wet gestelde grenzen
(1)Zie Cass. 12 maart 2020, AR C.18.0383.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.1N.1, AC 2020, nr. 186, met concl. OM; Cass. 27 oktober 2006, AR C.03.0584.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.1, AC 2006, nr. 518; Cass. 28 september 2006, AR C.02.0570.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060928.7, AC 2006, nr.
- Thesaurus CAS: MACHTEN - RECHTERLIJKE MACHT Vrije woorden: Overheid - Onzorgvuldig optreden - Taak van de rechter - Veroordeling tot vergoeding van schade - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: MACHTEN - UITVOERENDE MACHT Vrije woorden: Overheid - Onzorgvuldig optreden - Taak van de rechter - Veroordeling tot vergoeding van schade - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Overheid - Onzorgvuldig optreden - Taak van de rechter - Veroordeling tot vergoeding van schade - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 4 Het niet of laattijdig opmaken van ruimtelijke uitvoeringsplannen ter uitvoering van een ruimtelijk structuurplan dan wel het in overeenstemming brengen van deze uitvoeringsplannen met het ruimtelijk structuurplan, maakt slechts een fout uit in hoofde van het bestuur wanneer blijkt dat, alle omstandigheden in acht genomen, het bestuur kennelijk niet binnen een redelijke termijn heeft gehandeld of geen wettige reden voor haar weigering om te handelen aanvoert. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Vrije woorden: Ruimtelijk structuurplan - Niet of laattijdige opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen - Fout van het bestuur - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Artt. 2.1.2, § 6, en 2.1.13, eerste lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Nota: Artt. 2.1.2, § 6, en 2.1.13, eerste lid, VCRO in de versie zoals toepasselijk voor de wijziging bij decreet van 8 december
- Tekst van de beslissing Nr. C.21.0219.N PROVINCIE VLAAMS-BRABANT, vertegenwoordigd door de deputatie van Vlaams-Brabant, met kantoor te 3010 Leuven (Kessel-Lo), Provincieplein 1, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen KORESTATE bv, met zetel te 8500 Kortrijk, President Kennedypark 16B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0627.721.345, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 december
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 7 april 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde onderdeel
- Geen enkele grondwettelijke of wettelijke bepaling of enig algemeen rechtsbeginsel stelt het bestuur in de uitoefening van zijn bevoegdheden vrij van de verplichting voortvloeiend uit de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek om de door zijn fout aan een ander toegebrachte schade te vergoeden. Hieruit volgt dat de rechterlijke macht bevoegd is om het bestuur te veroordelen tot vergoeding van de schade die een derde lijdt ingevolge zijn onzorgvuldig optreden, zonder daarbij evenwel aan het bestuur zijn beleidsvrijheid te ontnemen en zonder zich in zijn plaats te stellen. Aldus moet de rechterlijke macht de beoordelingsvrijheid eerbiedigen die het bestuur de mogelijkheid biedt zelf te oordelen over de wijze waarop het zijn bevoegdheid uitoefent en de meest geschikt lijkende oplossing te kiezen binnen de door de wet gestelde grenzen.
- Artikel 1.1.3 VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017 bepaalt: “De ruimtelijke ordening van het Vlaamse Gewest, de provincies en de gemeenten wordt vastgelegd in ruimtelijke structuurplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verordeningen.” Artikel 1.1.3 VCRO, in de versie zoals toepasselijk na de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “De ruimtelijke ordening van het Vlaamse Gewest, de provincies en de gemeenten wordt vastgelegd in ruimtelijke structuurplannen of ruimtelijke beleidsplannen, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verordeningen.” Artikel 2.1.1, eerste lid, VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “Onder ruimtelijk structuurplan wordt verstaan een beleidsdocument dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied in kwestie. Het is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen.” Artikel 2.1.1, § 1, eerste en tweede lid, VCRO, in de versie zoals toepasselijk na de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “Een ruimtelijk beleidsplan bestaat uit een strategische visie en een of meer beleidskaders die samen het kader aangeven voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Het ruimtelijk beleidsplan is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen in de ruimtelijke ordening. Het is realisatiegericht. De strategische visie omvat een langetermijnvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling.” Artikel 2.1.7 VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “De provincie stelt hetzij uit eigen beweging, hetzij binnen de termijn die haar door de Vlaamse Regering wordt opgelegd, een provinciaal ruimtelijk structuurplan vast.” Artikel 2.1.9, § 1, VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “De deputatie is belast met het opmaken van het provinciaal ruimtelijk structuurplan en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.” Artikel 2.1.12, § 1, eerste lid, VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “Het provinciaal ruimtelijk structuurplan wordt vastgesteld voor een termijn van vijf jaar. Het blijft in ieder geval van kracht tot het door een nieuw goedgekeurd provinciaal ruimtelijk structuurplan is vervangen, behoudens de bindende bepalingen die van rechtswege opgeheven zijn ingevolge artikel 2.1.5, § 1, tweede lid.” Artikel 2.1.12, § 2, VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “Het provinciaal ruimtelijk structuurplan kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden herzien.” Artikel 2.1.2, § 6, VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “Na de vaststelling van een ruimtelijk structuurplan neemt de overheid die het structuurplan heeft vastgesteld de nodige maatregelen om de ruimtelijke uitvoeringsplannen in kwestie in overeenstemming te brengen met het ruimtelijk structuurplan.” Artikel 2.1.13, eerste lid, VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 8 december 2017, bepaalt: “De provincie kan provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken en herzien ter uitvoering van het provinciaal ruimtelijk structuurplan en van dat deel van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen waarvan de uitvoering aan de provincie werd toegewezen.” Artikel 2.2.1, § 1, VCRO, in de versie zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 1 juli 2016, bepaalt: “Er worden ruimtelijke uitvoeringsplannen op de volgende niveaus opgemaakt : 1° gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen voor een deel of delen van het grondgebied van het Gewest; 2° provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen voor een deel of delen van het grondgebied van de provincie; 3° gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen voor een deel of delen van het grondgebied van de gemeente.” Artikel 2.2.2, § 2, eerste lid, VCRO, zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 1 juli 2016, bepaalt: “Ruimtelijke uitvoeringsplannen blijven gelden tot ze worden vervangen. Ze kunnen te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden vervangen.” Artikel 2.2.9, § 1, eerste lid, VCRO, zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 1 juli 2016, bepaalt: “De deputatie is belast met het opmaken van provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen en neemt de nodige maatregelen tot opmaak.” Artikel 2.2.9, § 2, eerste lid, VCRO, zoals toepasselijk v??r de wijziging bij decreet van 1 juli 2016, bepaalt: “De provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt ter uitvoering van het provinciaal ruimtelijk structuurplan.”
- Uit deze bepalingen volgt dat de provincie de nodige maatregelen dient te nemen om provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen op te maken in uitvoering van het provinciaal ruimtelijk structuurplan dan wel de provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen in overeenstemming dient te brengen met het provinciaal ruimtelijk structuurplan. Geen enkele van de voormelde wettelijke bepalingen noch enige andere wettelijke of reglementaire bepaling voorziet in een termijn binnen dewelke de provincie de provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen dient op te maken ter uitvoering van het provinciaal ruimtelijk structuurplan dan wel in overeenstemming dient te brengen met het provinciaal ruimtelijk structuurplan. Aldus beschikt het bestuur over een ruime beoordelingsvrijheid. Het niet of laattijdig uitvoeren van de voormelde wettelijke bepalingen maakt slechts een fout uit in hoofde van het bestuur wanneer blijkt dat, alle omstandigheden in acht genomen, het bestuur kennelijk niet binnen een redelijke termijn heeft gehandeld of geen wettige reden voor haar weigering om te handelen aanvoert. De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite of de redelijke termijn kennelijk is overschreden dan wel of de overheid een wettige reden voor haar weigering tot handelen aanvoert, doch het Hof gaat na of uit de vaststellingen en redenen van de bestreden beslissing niet blijkt dat werd geoordeeld met miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten.
- De appelrechter oordeelt dat: - uit de contacten tussen partijen gebleken is dat de eiseres niet overgaat tot het vaststellen van het ruimtelijk uitvoeringsplan volgens haar beleidskeuzes omdat zij wenst dat de verweerster de eigenaars van onvergunde kleinhandelsvestigingen, die buiten de vast te stellen kleinhandelszone liggen en verplaatst moeten worden, vergoedt; - de eiseres zich voorgenomen heeft een beleid te voeren dat nadelige gevolgen heeft voor de eigenaars van de percelen in de uitdoofzone en eist dat de verweerster die nadelige gevolgen op zich neemt, maar het evenwel niet valt in te zien op welke grond zij de uitvoering van haar wettelijke opdracht afhankelijk kan maken van financiering door de verweerster; - de verweerster terecht wijst op het bestaan van planbaten en planschade en de eiseres daarover geen enkele verduidelijking geeft; - het klopt dat de eiseres voor het in overeenstemming brengen van het ruimtelijk uitvoeringsplan met het ruimtelijk structuurplan niet gebonden is aan een termijn, doch dat de eiseres dit in overeenstemming brengen aldus alleen laat afhangen van betaling door de verweerster en tot zolang geen initiatief wenst te nemen; - de eiseres aldus weigert de taak uit te voeren die artikel 12 VCRO aan haar oplegt en uitvoering te geven aan haar zelf bepaalde doelstellingen, maar haar wens dat de verweerster kosten van het beleid draagt evenwel geen wettige rechtvaardiging vormt voor die weigering.
- Op die gronden kon de appelrechter wettig, zonder miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der machten, oordelen dat de eiseres een fout heeft begaan in de zin van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek en zij dient in te staan voor de schade die de verweerster daardoor lijdt. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 583,65 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 16 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060928.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061027.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div