← België

V. contra GEMEENTE WIJNEGEM

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.3 Rolnummer: C.21.0320.N Zaak: V. contra GEMEENTE WIJNEGEM Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-06-30 Raadplegingen: 806 - laatst gezien 2026-06-16 04:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche De integratietegemoetkoming die wordt toegekend krachtens artikel 2, § 2, Wet Tegemoetkoming Gehandicapten, beoogt geen vergoeding voor inkomensderving. Thesaurus CAS: MINDERVALIDEN Vrije woorden: Tegemoetkomingen aan personen met een handicap - Wet 27 februari 1987 - Integratietegemoetkoming - Doel Wettelijke bepalingen: Wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten - 27-02-1987 - Art. 2, § 2 - 31 ELI link Pub nr 1987022077 Annotaties Publicaties: T.Verz.-Tijdschrift voor verzekeringen (vanaf 1987) - 2022, nr. 4, p. 496-

  1. - HAENEBALCKE, Karel; Noot'Het is rekening brengen van de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming bij de gemeenrechtelijke afhandeling van een schadegeval?' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0320.N G. V. C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  2. GEMEENTE WIJNEGEM, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2110 Wijnegem, Turnhoutsebaan 422, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.533.775,
  3. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, met kabinet te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kantoor te 1000 Brussel, Koolstraat 35, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 23 september 2019 en 16 december
  4. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Grieven tegen het vonnis van 16 december 2019 Eerste middel (…) Gegrondheid
  5. Krachtens artikel 2, § 1, Wet Tegemoetkoming Gehandicapten, zoals ten deze van toepassing, wordt de inkomensvervangende tegemoetkoming toegekend aan de persoon met een handicap die ten minste 21 jaar is en op het ogenblik van het indienen van de aanvraag minder dan 65 jaar is, van wie is vastgesteld dat zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot een derde of minder van wat een gezonde persoon door het uitoefenen van een beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen. Krachtens § 2 van deze bepaling, zoals ten deze van toepassing, wordt de integratietegemoetkoming toegekend aan de persoon met een handicap die ten minste 21 jaar is en op het ogenblik van het indienen van de aanvraag minder dan 65 jaar is, van wie een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid is vastgesteld. Hieruit volgt dat de integratietegemoetkoming geen vergoeding voor inkomensderving beoogt.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - aangezien de uitbetaling van de tegemoetkomingen waarvoor de subrogatie geldt tot gevolg heeft dat het vorderingsrecht voor de schade die ze dekken uit het vermogen van de persoon met een handicap verdwijnt, deze bedragen in mindering moeten worden gebracht van de vergoeding in gemeen recht; - op de vergoeding voor economische schade die het voorwerp uitmaakt van de heropening van het debat, in principe enkel de inkomensvervangende tegemoetkomingen in mindering moeten worden gebracht; - er echter dient op gewezen dat in het tussenvonnis nog niet werd geoordeeld over het lot van de integratietegemoetkomingen, zodat de rechtbank haar rechtsmacht op dit punt nog niet heeft uitgeput; - daar de integratietegemoetkomingen hoe dan ook wegens de subrogatie in mindering dienen te worden gebracht, zij worden afgetrokken van het in dit vonnis aan de eiser toegekende saldo; - aangezien de betalingen van de FOD telkens zijn gebeurd in één enkele overschrijving en dus geen opsplitsing kan worden gemaakt, de totale aftrek om praktische redenen van de vergoeding voor inkomstenderving gebeurt.
  7. De appelrechters die de integratietegemoetkomingen aldus aanrekenen op de vergoeding voor inkomensderving, kennen voor deze post een lagere vergoeding toe dan de werkelijk door de eiser geleden schade en schenden bijgevolg artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek. Het middel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis van 16 december 2019, in zoverre het de integratietegemoetkomingen van de FOD Sociale Zekerheid aanrekent op de schadepost “inkomstenverlies tot heden” en het oordeelt over de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 16 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.