← België

MEVI nv contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.5 Rolnummer: C.21.0335.N Zaak: MEVI nv contra M. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-06-30 Raadplegingen: 1051 - laatst gezien 2026-06-18 12:18 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De exceptie van nietigheid die een verweermiddel ten gronde is dat niet de vernietiging van de overeenkomst tot gevolg heeft maar enkel ertoe strekt het beroep op die overeenkomst te doen afwijzen, is niet voor verjaring vatbaar

(1).
(1)Zie Cass. 3 september 2020, AR C.19.0412.F ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200903.1F.3, AC 2020, nr. 483, met concl. van advocaat-generaal Ph. de KOSTER op datum in Pas. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Toestemming Vrije woorden: Nietigheid van de overeenkomst - Exceptie van nietigheid - Verjaring Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Overeenkomst - Exceptie van nietigheid - Verjaring Tekst van de beslissing Nr. C.21.0335.N MEVI nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Vrijheidslaan 120, bus 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0454.675.226, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. R. M.,
  2. P. M.,
  3. M. M.,
  4. D. M.,
  5. H. M.,
  6. C. M., eerste tot en met zesde verweerders, in hun hoedanigheid van de rechtsopvolgers van K. M.,
  7. M. V. O., zevende verweerster, zowel in eigen naam als in haar hoedanigheid van rechtsopvolgster van K. M., mede inzake
  8. PVL HOLDING nv, met zetel te 2380 Ravels, Kanaaldijk 16, bus C, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0832.305.134,
  9. PLUYM – VAN LOON bv, met zetel te 2380 Ravels, Kanaaldijk 16, bus C, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0431.484.407, tot bindend verklaring opgeroepen partijen, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de tot bindend verklaring opgeroepen partijen woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 mei
  10. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 28 april 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  11. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiseres de uitvoering vorderde van de koopovereenkomst die tot stand zou zijn gekomen door lichting op 2 juli 2014 van de aankoopoptie verleend door de echtgenoten M.-V. O. aan P. V. d. B. en de consoorten M. en de tot bindend verklaring opgeroepen partijen zich beriepen op de nietigheid van de aankoopoptie op grond van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit.
  12. Anders dan waarvan het middel uitgaat, hebben de consoorten M. en de tot bindend verklaring opgeroepen partijen aldus geen vordering tot nietigverklaring van de optieovereenkomst ingesteld maar enkel de exceptie van nietigheid van deze overeenkomst ingeroepen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  13. De appelrechters oordelen dat de exceptie niet verjaard is aangezien de verjaring pas is beginnen lopen vanaf de dag waarop het echtpaar M.-V. O. het bedrog heeft ontdekt.
  14. De exceptie van nietigheid die een verweermiddel ten gronde is dat niet de vernietiging van de overeenkomst tot gevolg heeft maar enkel ertoe strekt het beroep op die overeenkomst te doen afwijzen, is niet voor verjaring vatbaar. Deze in de plaats gestelde reden verantwoordt de beslissing van de appelrechters dat de exceptie van nietigheid niet verjaard is. In zoverre kan het middel niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.250,74 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 16 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200903.1F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.