← België

V. contra Gemeente Zoersel

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.8 Rolnummer: C.21.0319.N Zaak: V. contra Gemeente Zoersel Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-06-30 Raadplegingen: 1447 - laatst gezien 2026-06-17 08:25 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220616.1N.8 Fiche Een stedenbouwkundig voorschrift in een RUP dat voor onbepaalde tijd verbiedt om woningen te bouwen of constructies op te richten voor aan wonen verwante activiteiten en voorzieningen en aldus elke woonontwikkeling voor onbepaalde tijd onmogelijk maakt, is onverenigbaar met de categorie wonen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Vrije woorden: Ruimtelijk uitvoeringsplan - Stedenbouwkundig voorschrift - Categorie van gebiedsaanduiding - Onverenigbaarheid - Toepassing Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 159 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 2.2.6, § 2, eerste en tweede lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Annotaties Publicaties: T.Gem.-Tijdschrift voor gemeenterecht - 2023, nr. 2, p. 114-119. - PAUWELS, Sigrid; VAN DE VENSTER, Wout; Noot'Klimaatzorg en 'Woonreservegebieden': een kwestie van planningstechniek én rechtstechniek' Tekst van de beslissing Nr. C.21.0319.N 1. I. V. D. V., 2. R. V. D. V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen GEMEENTE ZOERSEL, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2980 Zoersel, Handelslei 167, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.499.133, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 22 maart 2021. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 13 mei 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 159 Grondwet passen de hoven en rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met de wetten overeenstemmen. 2. Artikel 2.2.6, § 2, eerste lid, VCRO bepaalt dat een stedenbouwkundig voorschrift in een ruimtelijk uitvoeringsplan op elk moment ressorteert onder een categorie of een subcategorie van gebiedsaanduiding. Krachtens artikel 2.2.6, § 2, tweede lid, VCRO bestaat de gebiedsaanduiding uit verschillende categorieën waaronder wonen. Deze categorie bestaat ten minste uit de volgende subcategorieën van gebiedsaanduiding:
  1. a)woongebied: in hoofdzaak bestemd voor wonen en aan wonen verwante activiteiten en voorzieningen;
  2. b)gebied voor wonen en voor landbouw: in hoofdzaak bestemd voor wonen, landbouw, openbare groene ruimten en openbare verharde ruimten en aan wonen verwante activiteiten. Een stedenbouwkundig voorschrift in een RUP dat voor onbepaalde tijd verbiedt om woningen te bouwen of constructies op te richten voor aan wonen verwante activiteiten en voorzieningen en aldus elke woonontwikkeling voor onbepaalde tijd onmogelijk maakt, is onverenigbaar met de categorie wonen zoals vermeld in 2.2.6, § 2, 1°, VCRO. 3. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de percelen van de eisers door het GRUP van de verweerster “Reservering binnengebieden in woongebied” vastgesteld op 23 januari 2018 werden bestemd als reservegebied voor wonen; - het voorschrift bij deze bestemming luidt als volgt: “Het gebied is gereserveerd voor wonen, openbare groene en verharde ruimten en aan het wonen verwante voorzieningen. Het gebied kan pas worden ontwikkeld nadat een kwantitatieve woonbehoefte wordt aangetoond door middel van een woningbouwprogrammatie dat: - deel uitmaakt van een (eventueel gedeeltelijke) herziening van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en na een (eventueel gedeeltelijke) herziening van het ruimtelijk uitvoeringsplan; - onderdeel uitmaakt van een gemeentelijk beleidsplan (aankomende wetgeving)”; - het plan de effectieve ontwikkeling van het gebied bevriest; - de stedenbouwkundige voorschriften duidelijk zijn wat betreft het actuele lot van haar percelen: elke vorm van nieuwe bebouwing is onmogelijk; - aan de bestemmingscategorie “wonen” geen einde wordt gemaakt omdat de realisatie ervan wordt opgeschort met het oog op een evenwichtige toekomstgerichte ruimtelijke ordening; - binnen de bestemming woongebied niet alle gronden noodzakelijkerwijze bouwgrond zijn; - de realisatie van de oorspronkelijke woonbestemming in de toekomst niet noodzakelijk is uitgesloten. 4. De appelrechters die oordelen dat de bestemming ‘reservegebied voor wonen’ in het Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan van de verweerster “Reservering binnengebieden in woongebied” vastgesteld op 23 januari 2018 niet tegenstrijdig is met de bestemmingscategorie “wonen” omdat aan de bestemmingscategorie wonen geen einde wordt gemaakt, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven 5. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 16 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220616.1N.8 Gerelateerde publicatie(
  3. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220616.1N.8 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260326.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.