id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220621.2N.23 Rolnummer: P.22.0786.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-06-28 Raadplegingen: 996 - laatst gezien 2026-06-19 03:58 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Een aangehouden inverdenkinggestelde en zijn advocaat die, zonder daartoe in de onmogelijkheid te zijn, niet verschijnen voor de kamer van inbeschuldigingstelling die te oordelen heeft over de handhaving van de voorlopige hechtenis, kunnen zich niet erop beroepen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest te controleren of er nieuwe stukken aan het dossier zijn toegevoegd; de inverdenkinggestelde of zijn raadsman kan immers zelf het recht van verdediging vrijwaren door ter rechtszitting te vragen die controle te mogen doen of zo nodig daartoe een uitstel te verkrijgen: in die omstandigheden kan de kamer van inbeschuldigingstelling wettig de handhaving van de voorlopige hechtenis bevelen in afwezigheid van de beklaagde, zonder dat zij diende uit te weiden over de mogelijkheid tot inzage van het dossier door de beklaagde of zijn advocaat
(1).
(1)Cass. 27 november 2013, AR P.13.1841.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131127.4, AC 2013, nr. 638; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, la Charte, 2021, 9de editie, t. II, pp. 1171-
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INZAGE VAN HET DOSSIER Vrije woorden: Niet verschijning van de inverdenkinggestelde en zijn advocaat voor de kamer van inbeschuldigingstelling - Geen onmogelijkheid om te verschijnen - Handhaving van de voorlopige hechtenis - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Inzage van het dossier - Niet verschijning van de inverdenkinggestelde en zijn advocaat voor de kamer van inbeschuldigingstelling - Geen onmogelijkheid om te verschijnen - Handhaving van de voorlopige hechtenis - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorlopige hechtenis - Inzage van het dossier - Niet verschijning van de inverdenkinggestelde en zijn advocaat voor de kamer van inbeschuldigingstelling - Geen onmogelijkheid om te verschijnen - Handhaving van de voorlopige hechtenis - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorlopige hechtenis - Inzage van het dossier - Niet verschijning van de inverdenkinggestelde en zijn advocaat voor de kamer van inbeschuldigingstelling - Geen onmogelijkheid om te verschijnen - Handhaving van de voorlopige hechtenis - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0786.N I-II Y. B., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Laurens Evens, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II
- Artikel 419 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat niemand een tweede maal cassatieberoep kan instellen tegen dezelfde beslissing, behoudens in de gevallen waarin de wet voorziet.
- De eiser heeft het cassatieberoep I vanuit de gevangenis ingesteld op 8 juni
- Eisers raadsman heeft het cassatieberoep II ingesteld op 9 juni
- Het cassatieberoep II is niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 30, § 2, vijfde lid, Voorlopige Hechteniswet, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het arrest handhaaft eisers voorlopige hechtenis op de laatste dag van de appeltermijn; de eiser en zijn raadsman hebben ingevolge de laattijdige oproeping van eisers raadsman, namelijk de dag voor de rechtszitting na de openingsuren van de griffie, niet meer de mogelijkheid gehad om voorafgaand aan de rechtszitting het dossier van de voorlopige hechtenis in te zien en dus zelf te controleren of er nieuwe stukken waren toegevoegd en in welke mate die nieuwe stukken een invloed hebben op eisers hechtenis; in die omstandigheden kon de kamer van inbeschuldigingstelling eisers hechtenis niet tijdig handhaven; het arrest stelt niet vast dat de eiser voorafgaand aan de rechtszitting geen inzage in het dossier heeft kunnen nemen.
- Een aangehouden inverdenkinggestelde en zijn advocaat die, zonder daartoe in de onmogelijkheid te zijn, niet verschijnen voor de kamer van inbeschuldigingstelling die te oordelen heeft over de handhaving van de voorlopige hechtenis, kunnen zich niet erop beroepen dat zij niet in de gelegenheid zijn geweest te controleren of er nieuwe stukken aan het dossier zijn toegevoegd. De inverdenkinggestelde of zijn raadsman kan immers zelf het recht van verdediging vrijwaren door ter rechtszitting te vragen die controle te mogen doen of zo nodig daartoe een uitstel te verkrijgen. De kamer van inbeschuldigingstelling beslist daarover op grond van alle voorliggende gegevens. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest stelt vast: “[De eiser] noch zijn advocaat is ter zitting aanwezig. [De eiser] verklaarde bij rapportbriefje dat hij niet wenste te verschijnen. Zijn advocaat, hoewel behoorlijk opgeroepen, is ter zitting niet verschenen en dit zonder enige voorafgaande mededeling.”
- In die omstandigheden kon de kamer van inbeschuldigingstelling wettig de handhaving van eisers voorlopige hechtenis bevelen in zijn afwezigheid, zonder dat zij diende uit te weiden over de mogelijkheid tot inzage van het dossier door de eiser of zijn advocaat. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 102,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 21 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220621.2N.23 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131127.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div