id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:
Art. 195
, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Straftoemeting - Bijzondere motiveringsplicht - Feitelijke omstandigheden waarop de motivering betrekking kan hebben - Feitelijke omstandigheden die als een misdrijf kunnen worden omschreven - Misdrijf waarvoor de beklaagde niet wordt vervolgd - Betrekking bij de straftoemeting - Grenzen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 195
, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Strafzaken - Vermoeden van onschuld - Straftoemeting - Bijzondere motiveringsplicht - Feitelijke omstandigheden waarop de motivering betrekking kan hebben - Feitelijke omstandigheden die als een misdrijf kunnen worden omschreven - Misdrijf waarvoor de beklaagde niet wordt vervolgd - Betrekking bij de straftoemeting - Grenzen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titel I (Art. 137 tot en met 216septies) -
Art. 195, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111901 Tekst van de beslissing Nr.
P.22.0425.N EURO’SPHERE bv, met zetel te 1300 Waver, Avenue du Ruisseau du Godru 61, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Gust Detienne, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 17 februari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis neemt bij de straftoemeting onder meer de ernst van de feiten in aanmerking en oordeelt dat het toevertrouwen van een voertuig aan een bestuurder die rijdt ondanks verval en zonder het opgelegde onderzoek te hebben ondergaan, een ernstig misdrijf is en getuigt van een ernstig gebrek aan respect voor gerechtelijke uitspraken; de eiseres werd evenwel niet vervolgd voor of schuldig verklaard aan een dergelijk feit.
- Artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre het middel schending aanvoert van die wetsbepaling, faalt het naar recht.
- Voor de bepaling van de straf kan de rechter alle feitelijke omstandigheden in aanmerking nemen die naar zijn oordeel een licht werpen op de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de persoonlijkheid van de dader op voorwaarde dat deze feiten aan tegenspraak zijn onderworpen en dat daardoor het vermoeden van onschuld niet wordt miskend. Het enkele gegeven dat die feitelijke omstandigheden als een misdrijf kunnen worden omschreven, waarvoor de beklaagde niet wordt vervolgd, belet de rechter niet die omstandigheden bij de straftoemeting te betrekken, voor zover hij niet vaststelt dat de beklaagde zich aan die feiten heeft schuldig gemaakt.
- Het bestreden vonnis houdt bij de straftoemeting onder meer rekening met de ernst van de feiten en verwijst daarvoor naar het misdrijf van het toevertrouwen van een voertuig aan een bestuurder die rijdt ondanks verval en zonder het opgelegde onderzoek te hebben ondergaan en dat het als ernstig beoordeelt, getuigend van een manifest gebrek aan respect voor gerechtelijke uitspraken. Aldus neemt het bestreden vonnis bij de straftoemeting eisers schuld aan een misdrijf waarvoor hij niet wordt vervolgd of werd veroordeeld in aanmerking en miskent het eisers recht van verdediging. De straftoemetingsbeslissing is dan ook niet naar recht verantwoord. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis maar enkel in zoverre het door bevestiging van het beroepen vonnis de eiseres veroordeelt tot straf en tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot de helft van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 150,87 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 21 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220621.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140325.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div