← België

V. contra MARISON nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220623.1N.4 Rolnummer: C.20.0470.N Zaak: V. contra MARISON nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-08-30 Raadplegingen: 2656 - laatst gezien 2026-06-19 12:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Hoewel de korte termijn waarbinnen de vordering op grond van koopvernietigende gebreken van de verkoper tegen diegene van wie hij de zaak heeft gekocht moet worden ingesteld, in beginsel begint te lopen vanaf het ogenblik waarop de verkoper kennis had of behoorde te hebben van het gebrek, begint, wanneer het gebrek pas aan het licht komt nadat het goed werd doorverkocht, de korte termijn eerst te lopen vanaf het tijdstip waarop de verkoper zelf door zijn koper in rechte wordt aangesproken

(1).
(1)Cass. 27 mei 2011, AR C.10.0178.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110527.3, AC 2011, nr. 357; Cass. 25 juni 2010, AR C.09.0085.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100625.2, AC 2010, nr. 463; Cass. 29 januari 2004, AR C.01.0491.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040129.6, AC 2004, nr. 52. Thesaurus CAS: KOOP Vrije woorden: Koopvernietigende gebreken - Rechtsvordering van de verkoper tegen diegene van wie hij de zaak heeft gekocht - Korte termijn - Aanvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1648 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Wanneer een contractspartij in de aan het sluiten van een overeenkomst voorafgaande fase een fout begaat, is zij overeenkomstig de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk wetboek verplicht de hierdoor aan een derde veroorzaakte schade te vergoeden. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Contractspartij - Fout in de precontractuele fase - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 4 Diegene die ingevolge de fout van een derde op vrijwillige basis prestaties verricht is gerechtigd op schadevergoeding voor zover hij hierdoor schade lijdt, hetgeen onder meer het geval is wanneer deze prestaties op redelijke gronden worden verricht ten behoeve van het slachtoffer teneinde bij deze de schadelijke gevolgen van de door de derde begane fout te lenigen en wanneer het niet in de bedoeling van de verstrekker van de prestaties ligt om de last ervan definitief voor zijn rekening te nemen
(1).
(1)Cass. 4 maart 2002, AR C.01.0284.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020304.6, AC 2002, nr.
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Algemeen Vrije woorden: Vrijwillig verrichte prestaties - Schade - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ZAAKWAARNEMING Vrije woorden: Vrijwillig verrichte prestaties - Schade - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2022-23, nr. 17, p. 654-
  2. - VAN DE PUTTE, W.; VAN DEN ABEELE, F.; Noot'(Door)verkoop van goed met stedenbouwkundige overtreding' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0470.N
  3. D. V. W.,
  4. V.W.I.C bv, met zetel te 2000 Antwerpen, Verschansingstraat 48, bus 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0502.500.283, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen MARISON nv, met zetel te 2070 Zwijndrecht, Westpoort 61, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0428.362.589, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest, mede inzake:
  5. ALGEMENE BOUWWERKEN TORFS bv, met zetel te 2970 Schilde (’s Gravenwezel), Begonialaan 14, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0441.195.590,
  6. A. P.,
  7. K. P.,
  8. J. P., tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 juni
  9. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  10. Krachtens artikel 1648 Oud Burgerlijk Wetboek moet de rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken door de koper worden ingesteld binnen een korte termijn, al naar de aard van de koopvernietigende gebreken en de gebruiken van de plaats waar de koop is gesloten.
  11. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de rechtsvordering van de verkoper tegen diegene van wie hij de zaak heeft gekocht. De korte termijn waarbinnen deze vordering moet worden ingesteld, begint in beginsel te lopen vanaf het ogenblik waarop de verkoper kennis had of behoorde te hebben van het gebrek. Wanneer het gebrek evenwel pas aan het licht komt nadat het goed werd doorverkocht, begint de korte termijn eerst te lopen vanaf het tijdstip waarop hij zelf door zijn koper in rechte wordt aangesproken.
  12. Het onderdeel dat uitgaat van de veronderstelling dat de vrijwaringsvordering van de verkoper tegen degene van wie hij de zaak heeft gekocht pas een aanvang neemt op het ogenblik dat de verkoper door zijn koper wordt gedagvaard, ook wanneer de verkoper het gebrek kende of behoorde te kennen toen hij zelf nog eigenaar was van het goed, steunt op een onjuiste rechtsopvatting en faalt derhalve Tweede onderdeel
  13. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek moet degene die door zijn fout aan een ander schade berokkent die schade integraal vergoeden, wat inhoudt dat de benadeelde wordt teruggeplaatst in de toestand waarin hij zich zou bevinden indien de fout niet was begaan.
  14. Wanneer een contractpartij in de aan het sluiten van de overeenkomst voorafgaande fase een fout begaat, is zij overeenkomstig de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek verplicht de hierdoor aan een derde veroorzaakte schade te vergoeden.
  15. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de tweede eiseres in haar appelconclusie vordert haar te vrijwaren en haar schade te vergoeden wegens het bedrog dat de verweerster zou hebben gepleegd bij het verzwijgen van de bouwmisdrijven.
  16. De appelrechters oordelen en stellen vast dat: - de verweerster zich ten aanzien van de eerste eiser bij het sluiten van de koopovereenkomst van het onroerend goed schuldig maakt aan bedrog door de gebreken aan het onroerend goed te verzwijgen; - de tweede eiseres vordert de verweerster te veroordelen tot vrijwaring en tot de betaling van een provisionele schadevergoeding, onder meer op grond van bedrog vanwege de verweerster bij het sluiten van de koopovereenkomst van het onroerend goed met de eerste eiser.
  17. De appelrechters die vervolgens de vordering tot schadevergoeding van de tweede eiseres afwijzen louter omdat zij zich bij gebrek aan enige contractuele band met de verweerster niet kan beroepen op bedrog, hetgeen een wilsgebrek is dat enkel ingeroepen zou kunnen worden door de medecontractant, en verder uit geen enkel stuk blijkt dat de tweede eiseres betrokken was bij de precontractuele besprekingen met het oog op de verkoop van het onroerend goed aan de eerste eiser, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel Tweede onderdeel
  18. Krachtens de artikelen 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek is degene die door zijn schuld aan een ander schade berokkent, verplicht deze schade integraal te vergoeden, wat impliceert dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zich zou bevinden indien de daad waarover hij zich beklaagt, niet was gesteld.
  19. De omstandigheid dat een prestatie op vrijwillige basis wordt verricht, verhindert niet noodzakelijk dat die prestatie schade kan uitmaken in de zin van artikel 1382 Oud Burgerlijk Wetboek. Dit is ook het geval indien deze vrijwillige prestatie kadert in een zaakwaarneming. Diegene die ingevolge de fout van een derde op vrijwillige basis prestaties verricht is immers gerechtigd op schadevergoeding voor zover hij hierdoor schade lijdt, hetgeen onder meer het geval is wanneer deze prestaties op redelijke gronden worden verricht ten behoeve van het slachtoffer teneinde bij deze de schadelijke gevolgen van de door de derde begane fout te lenigen en wanneer het niet in de bedoeling van de verstrekker van de prestaties ligt om de last ervan definitief voor zijn rekening te nemen.
  20. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eerste eiser en de verweerster een koopovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot een onroerend goed waarbij de verweerster voordien als opdrachtgeefster werken heeft laten uitvoeren aan het goed; - de verweerster bedrog pleegde ten aanzien van de eerste eiser door het verzwijgen van het feit dat de werken werden uitgevoerd zonder of strijdig met de stedenbouwkundige vergunning; - de verweerster de voormelde gebreken heeft verzwegen met het oogmerk de eerste eiser te overhalen het onroerend goed aan te kopen; - de eerste eiser een schadevergoeding eist voor de door hem beweerd geleden schade ingevolge van dit bedrog; - in dit kader een factuur voorligt voor een bedrag van 44.296,97 euro die door MCM bvba werd uitgeschreven aan de eerste eiser; - de uitgevoerde werken waarop deze factuur betrekking heeft de gemene delen van het onroerend goed betreffen; - het niet aan individuele mede-eigenaars – zoals de eerste eiser – toekomt om werken aan de gemene delen te laten uitvoeren, maar dat deze beslissing toekomt aan de algemene vergadering van mede-eigenaars overeenkomstig artikel 577-7, 1°, b), Oud Burgerlijk Wetboek; - de eerste eiser bijgevolg vrijwillig en zonder enige contractuele of wettelijke verplichting daartoe noodzakelijke en nuttige regularisatiewerken heeft laten uitvoeren aan de gemene delen van het pand; - de eerste eiser deze werken hoofdzakelijk met het oogmerk om te handelen in het belang van de vereniging van mede-eigenaars heeft uitgevoerd en aldus als zaakwaarnemer van deze vereniging van mede-eigenaars.
  21. De appelrechters die op grond van deze redenen beslissen dat de eerste eiser zich niet kan richten tot de verweerster in terugbetaling van de gemaakte kosten en uitgaven, maar zich dient te richten tot de vereniging van mede-eigenaars die de meester van de zaak is en hieruit niet volgt dat de eiser enige eigen schade zou hebben geleden als gevolg van de door de verweerster verzwegen niet-vergunde werken aan het onroerend goed, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  22. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart en oordeelt over de vordering tot vrijwaring wegens koopvernietigende verbreken. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 23 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220623.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251121.1F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020304.6 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040129.6 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100625.2 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110527.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.