← België

VANHEEDE LANDFILL SOLUTIONS nv c. BS MIN FIN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220623.1N.7 Rolnummer: F.20.0104.N Zaak: VANHEEDE LANDFILL SOLUTIONS nv c. BS MIN FIN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-07-04 Raadplegingen: 1055 - laatst gezien 2026-06-16 10:29 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het aftrekverbod van artikel 198, § 1, 5°, WIB92 is van toepassing op elke heffingsplichtige vennootschap, zonder onderscheid; de omstandigheid dat de heffingsplichtige de betaalde heffing nadien verhaalt op zijn klant, doet daaraan geen afbreuk aangezien die klant zelf geen heffing betaalt en het aftrekverbod in zijn hoofde niet kan worden toegepast. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Aftrekverbod gewestelijke belastingen - Afvalstoffenheffing - Doorrekening - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 198 - 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0104.N VANHEEDE LANDFILL SOLUTIONS nv, met zetel te 8800 Roeselare, Moorseelsesteenweg 32, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0449.214.126, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de adviseur Gewestelijk Directeur Centrum GO, met kantoor te 8000 Brugge, Gustave Vincke-Dujardinstraat 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 januari

  1. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 mei 2022 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel (…) Tweede onderdeel
  2. Overeenkomstig het hier toepasselijke artikel 198, § 1, 5°, WIB92 worden de gewestelijke belastingen, heffingen en retributies andere dan deze bedoeld in artikel 3 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, alsmede de verhogingen, vermeerderingen, kosten en nalatigheidsinteresten met betrekking tot deze niet-aftrekbare belastingen, heffingen en retributies, niet als beroepskosten aangemerkt. Het aftrekverbod van artikel 198, § 1, 5°, WIB92 is van toepassing op elke heffingsplichtige vennootschap, zonder onderscheid. De omstandigheid dat de heffingsplichtige de betaalde heffing nadien verhaalt op zijn klant, doet daaraan geen afbreuk. Die klant betaalt zelf geen heffing, zodat het aftrekverbod in zijn hoofde niet kan worden toegepast.
  3. Het onderdeel voert een ongelijkheid aan die erin bestaat dat de heffingsplichtige de afvalstoffenheffing niet als beroepskost mag aftrekken terwijl een niet-heffingsplichtige klant, aan wie de heffing wordt doorgerekend als kost, die als beroepskost wel kan aftrekken. Bijgevolg gaat het onderdeel in wezen ervan uit dat eenzelfde uitgave door de heffingsplichtige niet en door de niet-heffingsplichtige wel mag worden afgetrokken als beroepskost. Het onderdeel dat aldus berust op de veronderstelling dat de afvalstoffenheffing twee maal wordt betaald, zowel door de heffingsplichtige als door zijn klanten, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt bijgevolg naar recht.
  4. De door de eiseres voorgestelde prejudiciële vraag die ervan uitgaat dat eenzelfde uitgave door de heffingsplichtige niet en door de niet-heffingsplichtige wel mag worden afgetrokken als beroepskost, berust op een onjuiste rechtsopvatting en wordt bijgevolg niet gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 304,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 23 juni 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220623.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.