← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.17 Rolnummer: P.22.0229.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Invoerdatum: 2022-07-28 Raadplegingen: 605 - laatst gezien 2026-06-16 03:11 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit de bepalingen van artikel 45bis, §§ 2, 4 en 6, Wegverkeersreglement, volgt dat de rechter die oordeelt dat een ladingzekeringssysteem niet voldoet aan de eisen van artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement omdat het ladingzekeringssysteem niet geschikt is voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de kenmerken van de lading en aldus niet het omvallen of het kantelen van de lading voorkomt, niet bijkomend dient te toetsen aan de Europese normen, bepaald in artikel 45bis, § 6, Wegverkeersreglement. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 45 - Artikel 45bis Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 45bis, §§ 2, 4 en 6 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0229.N

  1. G L B, beklaagde,
  2. GEERTRANS-HELLINGS nv, met zetel te 3940 Hechtel (Hechtel-Eksel), Geerstraat 32, burgerrechtelijk aansprakelijke partij, eisers, beiden met als raadsman mr. Frederik Vanden Bogaerde, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8830 Hooglede, Bruggesteenweg 315, waar de eisers woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 12 januari
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres 2
  4. Overeenkomstig artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering moet de partij die het cassatieberoep instelt, dit laten betekenen aan de partij tegen wie het is gericht.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres 2, die als burgerrechtelijk aansprakelijke partij geen vervolgde partij is in de zin van artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan het openbaar ministerie bij het appelgerecht. In zoverre gericht tegen de beslissing die de eiseres 2 burgerrechtelijk aansprakelijk verklaart voor de geldboete en de kosten die ten laste van de eiser 1 zijn gelegd, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel Eerste onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de motiveringsplicht: bij de herkwalificatie van de telastlegging A naar een inbreuk van artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement verwijst het bestreden vonnis ten onrechte naar de Europese richtsnoeren voor het correct zekeren van de lading, bepaald in artikel 45bis, § 6, eerste lid, Wegverkeersreglement en niet naar de Europese normen waaraan de zekeringsmethoden en –middelen moeten voldoen, bepaald in artikel 45bis, § 6, tweede lid, Wegverkeersreglement; aldus steunt de herkwalificatie op een onjuiste en onterechte motivering.
  7. Artikel 45bis, § 2, Wegverkeersreglement bepaalt dat de bestuurder zijn voertuig niet mag gebruiken als het ladingzekeringssysteem van de in of op het voertuig vervoerde lading niet in overeenstemming is met de voorwaarden, vermeld in paragraaf
  8. Artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement bepaalt: “Het ladingzekeringssysteem moet de krachten kunnen weerstaan die worden uitgeoefend als het voertuig de volgende versnellingen of vertragingen ondergaat: 1° 0,8 g in voorwaartse richting; 2° 0,5 g in achterwaartse richting; 3° 0,5 g in zijdelingse richting, aan beide zijden. Als een samenstellend onderdeel van een ladingzekeringssysteem onderworpen wordt aan een kracht als vermeld in het eerste lid, mag de erop uitgeoefende drukkracht de maximale nominale last van dat onderdeel niet overschrijden. De samenstellende onderdelen van een ladingzekeringssysteem van een voertuig voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1° ze moeten correct functioneren; 2° ze moeten geschikt zijn voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt; 3° ze mogen geen knopen, beschadigde of verzwakte elementen vertonen die de werking ervan met het oog op het zekeren van de lading kunnen aantasten; 4° ze mogen geen scheuren, sneden of uitrafelingen vertonen; 5° ze moeten conform de daarvoor geldende Europese en/of internationale productnormen zijn. Het ladingzekeringssysteem dat wordt gebruikt om een lading in of op een voertuig te omsluiten, vast te zetten of tegen te houden, moet geschikt zijn voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de kenmerken van de lading. Het ladingzekeringssysteem kan opgebouwd zijn uit een enkelvoudige of gecombineerde toepassing van ladingzekeringssystemen. Het omvallen of het kantelen van de lading wordt voorkomen. Voor het vastzetten van de lading wordt gebruikgemaakt van een of meer van de volgende bevestigingsmethodes: 1° opsluiten; 2° vergrendelen (plaatselijk/overal); 3° direct vastzetten; 4° neersjorren.”
  9. Krachtens artikel 45bis, § 6, eerste lid, Wegverkeersreglement voldoet een lading die op een voertuig wordt gezekerd in overeenstemming met de richtsnoeren voor de Europese beste praktijken over het zekeren van lading voor vervoer over de weg aan de eisen, vermeld in paragraaf 4, eerste lid. Het tweede lid van deze bepaling vereist dat de zekeringsmethoden en –middelen in overeenstemming zijn met de meest recente versie van de verder opgesomde Europese normen.
  10. Hieruit volgt dat de rechter die oordeelt dat een ladingzekeringssysteem niet voldoet aan de eisen van artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement omdat het ladingzekeringssysteem niet geschikt is voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de kenmerken van de lading en aldus niet het omvallen of het kantelen van de lading voorkomt, niet bijkomend dient te toetsen aan de Europese normen, bepaald in artikel 45bis, § 6, Wegverkeersreglement. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  11. De appelrechters stellen vast dat uit de vaststellingen van de verbalisanten blijkt dat de lading, vervoerd door de eiser 1, zich verplaatste en te hoog werd gestapeld met gevaar voor kantelen. Zij oordelen dat de eiser 1 wordt vervolgd voor het niet correct zekeren van de door hem vervoerde lading, feit dat door hem niet wordt betwist en herkwalificeren dit feit in een inbreuk op artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement. Die beslissing is regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  12. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van strafvordering, alsook miskenning van de “kwalificatieplicht”: het bestreden vonnis herkwalificeert het ten laste gelegde feit naar een inbreuk op artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement, zonder aan te duiden welk van de onderscheiden misdrijven die deze bepaling omvat, precies wordt bedoeld; in zoverre de appelrechters de eiser 1 zowel het gebruik van een ongeschikt ladingzekeringssysteem als het niet-voorkomen van het omvallen of kantelen van de lading verwijten, is er sprake van een onwettige ontdubbeling van de kwalificatie.
  13. Uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat de appelrechters het niet correct zekeren van de lading kwalificeren als een inbreuk op de vereiste van artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement dat het gebruikte ladingzekeringssysteem geschikt moet zijn voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de kenmerken van de lading en het omvallen of kantelen van de lading moet voorkomen. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
  14. Met verwijzing naar de vaststellingen van de verbalisanten, stellen de appelrechters vast dat het gebruikte ladingzekeringssysteem niet volstond om een gevaarlijke verschuiving van de lading te voorkomen, dat de gebruikte spanbanden onder zeer hoge spanning stonden en dat de lading te hoog werd gestapeld en er gevaar was voor kantelen. Zij oordelen vervolgens dat de eiser 1 een inbreuk heeft gepleegd op artikel 45bis, § 4, Wegverkeersreglement en geven hiermee te kennen dat er zowel sprake is van het gebruik van een ongeschikt ladingzekeringssysteem als een ongeschikte laadwijze. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.