← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.3 Rolnummer: P.22.0337.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2022-07-28 Raadplegingen: 669 - laatst gezien 2026-06-16 03:11 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het arrest dat de eiser schuldig verklaart aan mededaderschap aan een poging tot invoer van cocaïne zonder vergunning met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf een daad van deelneming inhoudt aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging en hierbij onder meer artikel 51 Strafwetboek, artikel 2bis Drugswet en de artikelen 2, 12°, 14° en 18°, 3, 6, § 1, 8, 50 en 61 van het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen en de bijlagen I tot V bij dat koninklijk besluit vermeldt, vermeldt de wetsbepalingen die de feiten strafbaar stellen, zonder dat het ertoe gehouden was om ook de bepalingen te vermelden waarin de begrippen “doorvoer”, “invoer” en “uitvoer” worden gedefinieerd en waarnaar wordt verwezen in het vermelde artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 6 september

  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 51 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 KB 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen - 06-09-2017 - Artt. 2, 12°, 14° en 18°, 3, 6, § 1, 8, 50 en 61 - 03 ELI link Pub nr 2017031231 Thesaurus CAS: VERDOVENDE MIDDELEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 51 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wet 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende ... - 24-02-1921 - Art. 2bis - 01 ELI link Pub nr 1921022450 KB 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen - 06-09-2017 - Artt. 2, 12°, 14° en 18°, 3, 6, § 1, 8, 50 en 61 - 03 ELI link Pub nr 2017031231 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0337.N U B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Johan Vangenechten, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Léon Stynenstraat 70 bus 2204, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 februari
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, alsook miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging: de schuldigverklaring van de eiser op grond van bewijsgegevens à charge die worden afgeleid uit transcripties, analyses en interpretaties van getapte telefoongesprekken uit de periode juli en augustus 2018 waarbij de eiser was betrokken, is niet naar recht verantwoord; het arrest oordeelt immers dat moet worden overgegaan tot bewijsuitsluiting van die transcripties, analyses en interpretaties omdat de desbetreffende getapte telefoongesprekken niet konden worden aangetroffen op de gegevensdragers die door de politiediensten werden neergelegd ter griffie, zoals vereist door artikel 90septies, § 4, Wetboek van Strafvordering, zodat die gesprekken door de eiser niet konden worden gecontroleerd; de eiser heeft nooit afstand gedaan van deze bewijsuitsluiting maar in zijn appelconclusie integendeel uitdrukkelijk het probleem van de ontbrekende tapgesprekken en de bewijsuitsluiting opgeworpen; bijgevolg diende het bewijs à charge op grond van die getapte telefoongesprekken volledig te worden uitgesloten bij de beraadslaging en de beoordeling; de omstandigheid dat de eiser zelf à décharge verwijst naar een bewijsgegeven dat werd geweerd, betekent niet dat de eiser kan worden vermoed desbetreffend afstand te hebben gedaan van zijn recht van verdediging en laat het arrest niet toe dat bewijsgegeven ook à charge in aanmerking te nemen.
  4. Het arrest (p. 9) oordeelt dat moet worden overgegaan tot bewijsuitsluiting van de transcripties, analyses en interpretaties van de getapte telefoongesprekken waarbij de eiser betrokken is behoudens wat betreft de transcripties, analyses en interpretaties waarop de eiser zelf een beroep zou doen in het kader van zijn verdediging en behoudens de transcripties, analyses en interpretaties die elementen à décharge voor de eiser zouden inhouden. Die geweerde bewijsgegevens worden door het arrest niet in aanmerking genomen als bewijsgegevens à charge bij de beoordeling van de schuld van de eiser als mededader aan de poging tot invoer van cocaïne. Het arrest baseert de schuldigverklaring van de eiser immers op andere bewijselementen à charge, waaronder het bestaan van veelvuldige telefonische contacten tussen de eiser en de oorspronkelijk medebeklaagde K.S. (arrest, p. 11). Het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 195 Wetboek van Strafvordering: de veroordeling van de eiser wegens poging tot het invoeren, uitvoeren of vervoeren van cocaïne zonder vergunning is niet regelmatig met redenen omkleed; het arrest vermeldt niet de wetsbepalingen waaruit de omschrijving van alle essentiële bestanddelen van het bewezenverklaarde misdrijf blijkt; immers wordt in het arrest geen melding gemaakt van artikel 2, 6°, 11° en 20°, van het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen, dat de wettelijke definities bevat van de begrippen “doorvoer”, “invoer” en “uitvoer”.
  6. Uit artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, dat overeenkomstig artikel 211 Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de hoven van beroep, volgt dat een veroordelende beslissing de wetsbepalingen moet vermelden die de feiten strafbaar stellen en die de toegepaste straffen bepalen.
  7. Het arrest verklaart de eiser schuldig aan mededaderschap aan een poging tot invoer van cocaïne zonder vergunning met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf een daad van deelneming inhoudt aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging. Het vermeldt hierbij onder meer artikel 51 Strafwetboek, artikel 2bis Drugwet en de artikelen 2, 12°, 14° en 18°, 3, 6, § 1, 8, 50 en 61 van het voormelde koninklijk besluit van 6 september 2017 en de bijlagen I tot V bij dat koninklijk besluit. Aldus vermeldt het arrest de wetsbepalingen die de feiten strafbaar stellen, zonder dat het ertoe gehouden was om ook de bepalingen te vermelden waarin de begrippen “doorvoer”, “invoer” en “uitvoer” worden gedefinieerd en waarnaar wordt verwezen in het vermelde artikel 6, § 1, van het koninklijk besluit van 6 september
  8. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 110,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.