id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.5 Rolnummer: P.22.0714.N Zaak: B. contra B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2022-07-28 Raadplegingen: 693 - laatst gezien 2026-06-16 03:11 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Er is sprake van gewettigde verdenking in de zin van artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering wanneer de aangevoerde feiten bij partijen of derden een gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over het vermogen van de betrokken magistraten om op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen en het verzoek tot verwijzing van de zaak van een rechtscollege naar een ander rechtscollege wegens gewettigde verdenking is bovendien slechts ontvankelijk als de verdenking kan worden aangenomen ten aanzien van alle magistraten van het betrokken rechtscollege ; het Hof moet daarbij onderzoeken of de verdenkingen die een partij op dat vlak meent te kunnen koesteren, objectief gezien verantwoord zijn en daarbij moet worden aangenomen dat tot bewijs van het tegendeel rechters worden vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 542, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN. OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 542, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 5 Uit artikel 13 Grondwet, dat bepaalt dat niemand tegen zijn wil kan worden afgetrokken van de rechter die de wet hem toekomt, volgt niet dat eens een strafzaak is gedagvaard voor een bepaalde correctionele kamer en die kamer een conclusiekalender heeft vastgelegd en een datum voor behandeling heeft bepaald, die zaak niet meer aan die kamer kan worden onttrokken ; de voorzitter van de rechtbank kan op grond van artikel 90 Gerechtelijk Wetboek en rekening houdend met het bijzonder reglement van de rechtbank een bij een bepaalde correctionele kamer aanhangige zaak wel degelijk aan die kamer onttrekken en hertoebedelen aan een andere kamer, voor zover daartoe een objectieve reden voorhanden is en de vaststelling dat een bepaalde correctionele kamer gelet op de beperkte zittingscapaciteit de behandeling van de zaak met aangehouden beklaagden slechts maanden later kan aanvatten kan een objectieve reden zijn voor de voorzitter van een rechtbank om die zaak te onttrekken aan die kamer en ze vervolgens toe te bedelen aan een andere correctionele kamer waar er op korte termijn wel zittingscapaciteit is. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 90 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 13 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 90 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 13 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 90 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0714.N V B, verzoekster tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 174, waar de verzoekster woonplaats kiest, in de zaak van PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Antwerpen, vervolgende partij, tegen
- D B, alias E O, beklaagde,
- B R, alias T H, alias I K, beklaagde, aangehouden,
- Z U, beklaagde, aangehouden,
- A S, beklaagde,
- Z M, beklaagde,
- A V R, beklaagde, aangehouden,
- E K, beklaagde,
- V B, reeds vermeld, beklaagde,
- R N, beklaagde,
- E G, alias N P, beklaagde,
- I G, alias I G, alias S D, beklaagde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het op 25 mei 2022 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift strekt tot de onttrekking van de zaak gekend onder het notitienummer AN.45.F1.504908/2021 (hierna de strafzaak) aan de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen (hierna de rechtbank). Een eensluidend verklaard afschrift van dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Uit het door de verzoekster ingediende verzoekschrift, de bijhorende stukken en het strafdossier blijkt wat volgt: - in deze strafzaak werd de rechtspleging geregeld door de raadkamer bij beschikking van 11 februari 2022 en besliste de dienstdoende voorzitter van de rechtbank bij beschikking van dezelfde dag dat gelet op de complexiteit en het belang van de zaak ze zou worden behandeld door een kamer met drie rechters; - de strafzaak werd daarop door het openbaar ministerie gedagvaard voor de rechtszitting van de AC5-kamer van 1 maart 2022; - op die rechtszitting werd een conclusiekalender vastgelegd en werd de zaak voor behandeling vastgesteld op de rechtszitting van 22 september 2022; - de procureur des Konings heeft op 3 maart 2022 de voorzitter van de rechtbank verzocht de zaak toe te bedelen aan een andere correctionele kamer met het oog op een zo spoedig mogelijke behandeling ten gronde gelet op de hechtenistoestand van drie aangehouden beklaagden. In het verzoekschrift voert de procureur des Konings aan dat op de rechtszitting van 1 maart 2022 werd vastgesteld dat er op de AC5-kamer slechts voldoende ruimte voor behandeling ten gronde van de strafzaak kon worden voorzien op 22 september 2022, dat ondanks de hechtenistoestand van drie beklaagden de zaak naar die zitting werd uitgesteld en dat gelet op de hechtenistoestand van drie beklaagden en de aard en de ernst van de feiten het in het belang van een goede rechtsbedeling aangewezen is het dossier zo snel mogelijk ten gronde te behandelen, zodat het aangewezen is de strafzaak toe te wijzen aan een andere kamer van de correctionele rechtbank Antwerpen met het oog op een snellere behandeling ten gronde; - de voorzitter heeft bij beschikking van 9 maart 2022 de strafzaak toebedeeld aan de AC4-kamer zetelend in een collegiale samenstelling met een inleidingszitting op 22 maart 2022 en heeft bepaald dat de AC4-kamer elke dag van de week zowel in de voor- en namiddag zitting kan houden. De voorzitter wijst in zijn beschikking op het volgende: op de inleidingszitting van AC5-kamer werd de zaak vastgesteld voor behandeling op de rechtszitting van 22 september 2022 omdat dit de eerste vrije ruimte was om deze zaak te behandelen; drie beklaagden bevinden zich in voorlopige hechtenis; het probleem van de zittingscapaciteit van de AC5-kamer mag niet in het nadeel spelen van de aangehouden beklaagden; het bijzonder reglement van de rechtbank en de dienstregeling voorzien in een ad hoc-correctionele kamer, die kan worden ingeschakeld wanneer bepaalde capaciteitsproblemen zich stellen; het is met het oog op een behoorlijke rechtsbedeling aangewezen om de strafzaak toe te bedelen aan de AC4-kamer, die in een collegiale samenstelling zitting zal houden en een inleidingszitting zal organiseren op 22 maart 2022 voor verdere regeling van de conclusiekalender en het vaststellen van een datum voor behandeling; - de zaak werd daarop gedagvaard voor de rechtszitting van de AC4-kamer van 22 maart 2022; - de AC-4 kamer heeft op die rechtszitting een conclusiekalender vastgelegd en de zaak voor behandeling vastgesteld op de rechtszitting van 21 mei
- De verzoekster voert samengevat aan dat het de procureur des Konings is toegestaan om in strijd met artikel 13 Grondwet zelf zijn rechters te kiezen en dat de rechtbank zich schijnbaar welwillend heeft ingeschakeld in de vervolgingsstrategie van de procureur des Konings om de invrijheidstelling van drie aangehouden medebeklaagden te vermijden. Volgens de verzoekster is het duidelijk of bestaat minstens de schijn dat de onttrekking van de zaak aan de AC5-kamer waar ze slechts zou worden behandeld op 22 september 2022 is ingegeven door het willen vermijden van de invrijheidstelling van aangehouden beklaagden. Een dergelijke handelwijze door de voorzitter, zijnde de hiërarchische overste van alle zetelende magistraten van de rechtbank, wekt volgens de verzoekster de indruk dat de rechters van de rechtbank niet onafhankelijk zijn van het openbaar ministerie en dus niet objectief en onpartijdig kunnen oordelen.
- Volgens artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan in strafzaken elke belanghebbende partij het Hof verzoeken om op grond van gewettigde verdenking een zaak te verwijzen van een rechtscollege naar een ander rechtscollege van dezelfde hoedanigheid.
- Volgens artikel 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de kamer van het Hof die kennis neemt van het cassatieberoep in criminele, correctionele en politiezaken onmiddellijk einduitspraak doen over een verzoek tot verwijzing wanneer de in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens daartoe volstaan.
- De in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens laten het Hof toe onmiddellijk uitspraak te doen.
- Er is sprake van gewettigde verdenking in de zin van artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering wanneer de aangevoerde feiten bij partijen of derden een gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over het vermogen van de betrokken magistraten om op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen. Het Hof moet daarbij onderzoeken of de verdenkingen die een partij op dat vlak meent te kunnen koesteren, objectief gezien verantwoord zijn. Daarbij moet worden aangenomen dat tot bewijs van het tegendeel rechters worden vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen.
- Het verzoek tot verwijzing van de zaak van een rechtscollege naar een ander rechtscollege wegens gewettigde verdenking is bovendien slechts ontvankelijk als de verdenking kan worden aangenomen ten aanzien van alle magistraten van het betrokken rechtscollege.
- Uit artikel 13 Grondwet, dat bepaalt dat niemand tegen zijn wil kan worden afgetrokken van de rechter die de wet hem toekomt, volgt niet dat eens een strafzaak is gedagvaard voor een bepaalde correctionele kamer en die kamer een conclusiekalender heeft vastgelegd en een datum voor behandeling heeft bepaald, die zaak niet meer aan die kamer kan worden onttrokken. De voorzitter van de rechtbank kan op grond van artikel 90 Gerechtelijk Wetboek en rekening houdend met het bijzonder reglement van de rechtbank een bij een bepaalde correctionele kamer aanhangige zaak wel degelijk aan die kamer onttrekken en hertoebedelen aan een andere kamer, voor zover daartoe een objectieve reden voorhanden is.
- Uit de artikelen 5 en 6 EVRM volgt dat de rechter erover moet waken dat de redelijke termijn van de voorlopige hechtenis en de redelijke termijn waarbinnen over een strafvordering moet zijn beslist, niet worden overschreden.
- De vaststelling dat een bepaalde correctionele kamer gelet op de beperkte zittingscapaciteit de behandeling van de zaak met aangehouden beklaagden slechts maanden later kan aanvatten kan een objectieve reden zijn voor de voorzitter van een rechtbank om die zaak te onttrekken aan die kamer en ze vervolgens toe te bedelen aan een andere correctionele kamer waar er op korte termijn wel zittingscapaciteit is.
- Er is geen enkele aanwijzing dat de voorzitter bij het nemen van de beschikking van 9 maart 2022 om de strafzaak te onttrekken aan de AC5-kamer en ze toe te bedelen aan de AC4-kamer, zich heeft laten leiden door een andere beweegreden dan de goede rechtsbedeling. Er blijkt geenszins dat de beslissing van de voorzitter is ingegeven door het willen vermijden van de invrijheidstelling van aangehouden beklaagden of door het zich willen inschakelen in de vervolgingsstrategie van het openbaar ministerie. Zulks kan niet worden afgeleid uit het verloop van de rechtspleging zoals hierboven geschetst. Het verzoek is dan ook kennelijk niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten tot op heden op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div