id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.7 Rolnummer: P.22.0439.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-07-28 Raadplegingen: 930 - laatst gezien 2026-06-18 17:36 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De vereiste van een schriftelijke vordering door het openbaar ministerie overeenkomstig artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek, voor de bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit belegde voordelen heeft tot doel de betrokkene te verwittigen dat voor de in de vordering bepaalde misdrijven een bijzondere verbeurdverklaring van de door artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken of de geldwaarde voor een overeenstemmend bedrag kan worden uitgesproken, zodat daarover verweer kan worden gevoerd en het recht van verdediging wordt gewaarborgd. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, en 43, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, en 43bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 De vereiste van een schriftelijke vordering door het openbaar ministerie overeenkomstig artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek, voor de bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit belegde voordelen, belet niet dat het aan de rechter staat te bepalen welke de door artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken zijn die de in de vordering vermelde en bewezen verklaarde misdrijven hebben opgeleverd en de omvang ervan, of de overeenstemmende geldwaarde, alsook zo nodig overeenkomstig artikel 43bis, laatste lid, Strafwetboek die zaken of die geldwaarde te verminderen teneinde aan de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen; het in die schriftelijke vordering van het openbaar ministerie vermelde bedrag aan verbeurd te verklaren vermogensvoordelen of het overeenstemmend bedrag vormt geen bovengrens voor het door de rechter uit te spreken bedrag aan verbeurd te verklaren vermogensvoordelen of de overeenstemmende geldwaarde en dat geldt ook voor het in de mondelinge vordering van het openbaar ministerie vermelde bedrag
(1).
(1)Cass. 28 november 2018, AR P.18.0729.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181128.5, AC 2018, nr. 675; Cass. 25 september 2018, AR P.18.0281.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180925.5, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN - Verbeurdverklaring Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, en 43bis, eerste en laatste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0439.N I P S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen. II P J J J, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Wouter Smet, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 9 maart
- De eiser voert geen middel aan. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Cassatieberoep van de eiser
- De eiser is overleden op 21 maart
- Ingevolge zijn overlijden is de strafvordering wat hem betreft vervallen en heeft zijn cassatieberoep geen bestaansreden meer. Middel van de eiseres
- Het middel voert schending aan van artikel 43bis Strafwetboek: het arrest verklaart lastens de eiseres een bedrag van 120.000,00 euro verbeurd, terwijl de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie slechts betrekking had op een totaal bedrag van 219.000,00 euro lastens alle beklaagden, het openbaar ministerie in hoger beroep mondeling slechts de verbeurdverklaring van vermogensvoordelen lastens de eisers heeft gevorderd voor een totaal bedrag van 219.000,00 euro en de eerste rechter lastens de beide eisers slechts een verbeurdverklaring aan vermogensvoordelen had uitgesproken voor telkens een bedrag van 60.000,00 euro; het arrest spreekt lastens de beide eisers op grond van een eigen berekening een verbeurdverklaring aan vermogensvoordelen uit voor een bedrag van 400.000,00 euro, waardoor het in de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie vermelde bedrag van 219.000,00 euro wordt overschreden met 181.000,00 euro.
- Artikel 43bis, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat de bijzondere verbeurdverklaring toepasselijk op de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken door de rechter kan worden uitgesproken, maar slechts voor zover zij door de procureur des Konings schriftelijk wordt gevorderd.
- De vereiste van een schriftelijke vordering door het openbaar ministerie voor de bijzondere verbeurdverklaring van de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en de inkomsten uit belegde voordelen heeft tot doel de betrokkene te verwittigen dat voor de in de vordering bepaalde misdrijven een bijzondere verbeurdverklaring van de door artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken of de geldwaarde voor een overeenstemmend bedrag kan worden uitgesproken, zodat daarover verweer kan worden gevoerd en het recht van verdediging wordt gewaarborgd.
- Die vereiste van een schriftelijke vordering door het openbaar ministerie belet niet dat het aan de rechter staat te bepalen welke de door artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken zijn die de in de vordering vermelde en bewezen verklaarde misdrijven hebben opgeleverd en de omvang ervan, of de overeenstemmende geldwaarde, alsook zo nodig overeenkomstig artikel 43bis, laatste lid, Strafwetboek die zaken of die geldwaarde te verminderen teneinde aan de veroordeelde geen onredelijk zware straf op te leggen.
- Door de schriftelijke vordering is de mogelijkheid van een bijzondere verbeurdverklaring van de door artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken of de overeenstemmende geldwaarde, alsook het bedrag ervan, in het debat. Het in die schriftelijke vordering van het openbaar ministerie vermelde bedrag aan verbeurd te verklaren vermogensvoordelen of het overeenstemmend bedrag vormt geen bovengrens voor het door de rechter uit te spreken bedrag aan verbeurd te verklaren vermogensvoordelen of de overeenstemmende geldwaarde. Dat geldt ook voor het in de mondelinge vordering van het openbaar ministerie vermelde bedrag.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Zegt voor recht dat voor wat betreft de eiser de in het bestreden arrest vervatte beslissing op de strafvordering zonder uitwerking blijft. Verwerpt het cassatieberoep van de eiseres. Laat de kosten van het cassatieberoep van de eiser ten laste van de Staat. Veroordeelt de eiseres tot de kosten van haar cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 155,71 euro, waarvan de eiser I 77,85 euro is verschuldigd en de eiseres II 77,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220628.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180925.5 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181128.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230516.2N.4 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div