id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juli 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:
Art. 6
- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Strafzaken - Principe van “wapengelijkheid” Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
- 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht van verdediging Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
- 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 4 - 7 Het recht van verdediging, waartoe het recht op tegenspraak behoort, vereist dat wanneer aan het dossier gegevens uit een ander strafdossier worden gevoegd, de verdediging inzage krijgt van alle pertinente elementen uit dat dossier, zowel à charge als à décharge, die beschikbaar zijn; dat recht is evenwel niet absoluut en kan onderhevig zijn aan beperkingen, onder meer in de fase van het gerechtelijk onderzoek, wanneer de inverdenkinggestelde zich nog niet voor de vonnisrechter moet verdedigen tegen de lastens hem ingebrachte beschuldiging; het recht van verdediging vereist niet dat op het moment waarop het onderzoeksgerecht op grond van artikel 21 Voorlopige Hechteniswet overgaat tot het nazicht van de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding en de noodzakelijkheid van de handhaving van de voorlopige hechtenis, reeds alle voormelde elementen zijn toegevoegd aan het dossier; dat recht vereist in de fase van het gerechtelijk onderzoek evenmin dat de verdachte inzage krijgt van andere stukken uit een afzonderlijk strafdossier dan deze die aan het voorliggende dossier zijn gevoegd, louter op grond van zijn niet aannemelijk gemaakte aanvoering dat uit die stukken gegevens à décharge of nietigheden kunnen blijken
(1).
(1)Cass. 11 januari 2022, AR P.22.0019.N ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.20 en Cass. 8 mei 2019, AR P.19.0441.F ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190508.16, AC 2019, nr. 273; Zie Cass. 7 december 2021, AR P.21.1503.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.15, en Cass. 17 juli 2019, AR P.19.0732.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190717.4, AC 2019, nr. 421. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INZAGE VAN HET DOSSIER Vrije woorden: Stukken afkomstig uit een ander dossier - Recht op een eerlijk proces - Recht van verdediging - Recht op tegenspraak - Fase gerechtelijk onderzoek Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Algemeen Vrije woorden: Inzage van stukken afkomstig uit een ander dossier - Recht van verdediging - Recht op tegenspraak Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht van verdediging Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Inzage van stukken afkomstig uit een ander dossier Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
- 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 21 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0868.N K. V., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadslieden mr. Thibaud Delva en mr. Bart Vanmarcke, beiden advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM alsmede miskenning van het recht van verdediging en van het recht op wapengelijkheid: het arrest is niet naar recht verantwoord; het miskent eisers recht van verdediging en recht op wapengelijkheid door te oordelen dat het aan het onderzoeksgerecht niet behoort te oordelen over de waarde of de geloofwaardigheid van bij het dossier ontbrekende stukken waarvan de eiser de voeging vroeg; dit ontneemt aan eisers verdediging de mogelijkheid om de regelmatigheid na te gaan van de machtiging tot decryptering van de SKY berichten die hem worden toegedicht; eisers verdediging kan hier door evenmin controleren op welke wijze de politie een PIN en SKY berichten aan de eiser toeschrijft.
- Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel van wapengelijkheid, dat onderscheiden zou zijn van de algemene beginselen van de eerbiediging van het recht van verdediging en van het recht op een eerlijke behandeling van de zaak. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Volgens artikel 5.4 EVRM heeft eenieder die door arrestatie of gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt indien de gevangenhouding onrechtmatig is.
- Het recht van verdediging, waartoe het recht op tegenspraak behoort, vereist dat wanneer aan het dossier gegevens uit een ander strafdossier worden gevoegd, de verdediging inzage krijgt van alle pertinente elementen uit dat dossier, zowel à charge als à décharge, die beschikbaar zijn. Daartoe behoren niet enkel de elementen die een rechtstreeks belang hebben voor de feiten van de zaak, maar ook deze die betrekking kunnen hebben op de ontvankelijkheid, de betrouwbaarheid en de volledigheid van de eerst vermelde elementen. Dat recht is evenwel niet absoluut en kan onderhevig zijn aan beperkingen, onder meer in de fase van het gerechtelijk onderzoek, wanneer de inverdenkinggestelde zich nog niet voor de vonnisrechter moet verdedigen tegen de lastens hem ingebrachte beschuldiging. Ook kunnen de gegevens verkregen uit het afzonderlijke dossier zelf nog het voorwerp uitmaken van een lopend onderzoek en vallen onder het geheim van het onderzoek bepaald in artikel 57, § 1, Wetboek van Strafvordering.
- Het recht van verdediging vereist niet dat op het moment waarop het onderzoeksgerecht op grond van artikel 21 Voorlopige Hechteniswet overgaat tot het nazicht van de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding en de noodzakelijkheid van de handhaving van de voorlopige hechtenis, reeds alle voormelde elementen zijn toegevoegd aan het dossier.
- Dat recht vereist in deze fase evenmin dat de verdachte inzage krijgt van andere stukken uit een afzonderlijk strafdossier dan deze die aan het voorliggende dossier zijn gevoegd, louter op grond van zijn niet aannemelijk gemaakte aanvoering dat uit die stukken gegevens à décharge of nietigheden kunnen blijken.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het onderzoeksgerecht oordeelt onaantastbaar in welke mate de beoordeling van de regelmatigheid van het bevel tot aanhouding en de beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis, alsook de eerbiediging van het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de verdachte, de voeging vereisen van andere stukken uit een ander gerechtelijk onderzoek dan deze waarvan reeds een afschrift bij het dossier is gevoegd en in welke mate er een wettelijk beletsel voor die voeging bestaat. Het Hof gaat na of dat gerecht uit zijn vaststellingen geen onverantwoorde gevolgen afleidt.
- Het arrest oordeelt als volgt: - de eiser maakt niet aannemelijk op een wijze die het niveau van een loutere bewering of veronderstelling overstijgt, dat de door hem aangeklaagde gegevens op onregelmatige wijze werden verkregen; - in het aanvankelijk proces-verbaal (…) dat aan tegenspraak is onderworpen, wordt op de eerste twee pagina’s een overzicht van alle voorgaande initiatieven en procedurele handelingen van de onderzoeksrechter en van het federaal parket gegeven; - het recht van verdediging en dat op een eerlijk proces moeten worden beoordeeld over het geheel van de rechtspleging; - in deze fase van de strafrechtspleging zijn die rechten niet absoluut, tenzij zou blijken dat een eerlijk proces ten gronde onmogelijk is geworden, hetgeen niet het geval is; het is bovendien mogelijk dat die gegevens zelf nog het voorwerp uitmaken van lopende strafrechtelijke onderzoeken; - uit de omstandigheid dat de eiser thans geen inzage heeft in die gegevens, kan geen schending van enige nationale of internationale rechtsregels worden afgeleid. Op grond van die redenen kan het arrest wettig beslissen dat eisers recht op inzage van het dossier van de voorlopige hechtenis niet is miskend. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit voorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, sectievoorzitters Geert Jocqué en Mireille Delange, en de raadsheren Françoise Roggen en Sidney Berneman, en in openbare rechtszitting van 5 juli 2022 uitgesproken door voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michèle Deconynck, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220705.VAK.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121107.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190508.16 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190717.4 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211207.2N.15 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div