← België

J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 augustus 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220816.VAK.6 Rolnummer: P.22.1094.N Zaak: J. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-09-02 Raadplegingen: 886 - laatst gezien 2026-06-19 04:27 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het misdrijf van exhibitionisme vereist dat de dader op een openbare plaats of op een plaats die zichtbaar is voor het publiek de eigen ontblote geslachtsdelen toont of een seksuele daad stelt terwijl hij weet dat derden dit ongewild zullen waarnemen of kunnen waarnemen. Thesaurus CAS: OPENBARE SCHENNIS VAN DE GOEDE ZEDEN Vrije woorden: Exhibitionisme - Materieel bestanddeel - Moreel bestanddeel Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 417/53 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Exhibitionisme - Materieel bestanddeel - Moreel bestanddeel Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 417/53 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 18, p. 1370-

  1. - VEREECKE, Vincent; Noot'Exhibitionisme van artikel 417/53 Strafwetboek' Tekst van de beslissing Nr. P.22.1094.N M J, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 2 augustus 2022, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 19 juli
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 417/53 en 417/54 Strafwetboek en artikel 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet: het oordeel dat de eiser de door hem gestelde seksuele handelingen en zijn ontblote geslachtsdelen heeft opgedrongen aan derden, waaronder kinderen, aangezien geen van hen om deze handelingen zou hebben verzocht, is niet naar recht verantwoord; de eiser heeft in zijn conclusie aangevoerd dat hij zijn ontblote geslachtsdelen of enige seksuele daad niet aan andermans zicht heeft opgedrongen; het begrip “opdringen” moet strikt worden geïnterpreteerd en kan niet worden afgeleid uit de omstandigheid dat de betrokken derden niet om deze handelingen zouden hebben verzocht; het arrest miskent derhalve dit wettelijke begrip, zoals verduidelijkt in de parlementaire voorbereiding.
  4. De omstandigheid dat het onderzoeksgerecht anders oordeelt dan wat de inverdenkinggestelde in zijn conclusie heeft voorgehouden, levert geen schending op van artikel 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
  5. Artikel 417/53 Strafwetboek omschrijft exhibitionisme als het opdringen aan andermans zicht van de eigen ontblote geslachtsdelen of van een seksuele daad op een openbare plaats of op een plaats die zichtbaar is voor het publiek. Het misdrijf van exhibitionisme vereist aldus dat de dader op een dergelijke plaats de eigen ontblote geslachtsdelen toont of een seksuele daad stelt terwijl hij weet dat derden dit ongewild zullen waarnemen of kunnen waarnemen.
  6. Bij de beoordeling van de actuele strafbaarheid van de feiten die het voorwerp uitmaken van de ernstige schuldaanwijzingen, beperkt het arrest zich niet tot het oordeel dat geen van de betrokken derden om de door de eiser gestelde seksuele handelingen zou hebben verzocht. Door de overname van de redenen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie oordeelt het arrest (p. 3) ook dat meerdere getuigen hebben verklaard dat de eiser zich masturbeerde en dat het niet om wildplassen ging, dat de eiser duidelijk in hun richting keek terwijl hij seksuele handelingen stelde, dat in de afgelegde verklaringen en meldingen telkens wordt gesteld dat de beschreven handelingen in het openbaar en in het zicht van meerdere personen werden gesteld en dat er dan ook sterke aanwijzingen zijn dat de eiser het zicht van zijn eigen ontblote geslachtsdelen en seksuele handelingen heeft opgedrongen aan meerdere personen, waaronder meerdere minderjarigen.
  7. Met de voormelde redenen verantwoordt het arrest naar recht de beslissing dat er ernstige schuldaanwijzingen zijn dat de eiser zijn eigen ontblote geslachtsdelen en seksuele handelingen aan andermans zicht heeft opgedrongen. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1318, 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek, thans de artikelen 8.17 en 8.18 Burgerlijk Wetboek: het oordeel dat er ernstige schuldaanwijzingen zijn dat de eiser zijn eigen ontblote geslachtsdelen en seksuele daden aan andermans zicht heeft opgedrongen, miskent de bewijskracht van de verklaring van de meldster L.D., waarop het arrest zich beroept; L.D. verklaarde immers dat de eiser zijn penis wegstak onder zijn trui wanneer iemand hem naderde.
  9. De artikelen 1318, 1319, 1320 en 1322 oud Burgerlijk Wetboek zijn temporeel niet van toepassing. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
  10. Het onderdeel dat formeel de miskenning aanvoert van de bewijskracht van de verklaring van L.D., komt in werkelijkheid op tegen de onaantastbare beoordeling van die verklaring door de kamer van inbeschuldigingstelling of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede middel
  11. Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 1, en 22, voorlaatste lid, Voorlopige Hechteniswet: de door het arrest overgenomen redenen van de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie in verband met het recidive- en onttrekkingsgevaar zijn manifest incorrect; op grond van het voorverslag van de gerechtspsychiater had de eiser aangevoerd dat het risico op recidive gering is, terwijl er gelet op zijn verblijfadres in Brussel evenmin enig onttrekkingsgevaar is en hij zijn volledige medewerking heeft verleend.
  12. Het middel komt op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters over de feiten of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, sectievoorzitter Michel Lemal, de raadsheren Sabine Geubel, Steven Van Overbeke en Ignacio de la Serna, en in openbare rechtszitting van 16 augustus 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220816.VAK.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.