id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 augustus 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 542, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121450 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN.
OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING Vrije woorden: Verzoek tot verwijzing van een rechtbank naar een andere - Strafzaken - Gewettigde verdenking - Taak van het Hof - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titels V en VI (Art. 525 tot en met 588) -
Art. 542
, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121450 Fiche 3 Het verzoek tot verwijzing van de zaak van een rechtscollege naar een ander rechtscollege wegens gewettigde verdenking is slechts ontvankelijk als de verdenking kan worden aangenomen ten aanzien van alle magistraten van het betrokken rechtscollege. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Gewettigde verdenking - Rechtscollege - Ontvankelijkheid - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titels V en VI (Art. 525 tot en met 588) -
Art. 542
, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121450 Fiche 4 Uit de loutere omstandigheid dat een magistraat van een bepaalde afdeling van een rechtbank en de conciërge van het gerechtsgebouw van diezelfde afdeling als slachtoffer en benadeelde persoon betrokken zijn in een strafzaak, kan als zodanig niet worden afgeleid dat er bij de partijen of bij derden een gewettigde verdenking kan ontstaan over het vermogen van alle rechters van die rechtbank, met inbegrip van de rechters die werkzaam zijn in andere afdelingen ervan, om op een onafhankelijke en onpartijdige wijze over die strafzaak uitspraak te doen. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Gewettigde verdenking - Rechtscollege - Afdeling van een rechtscollege - Ontvankelijkheid - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - Boek II, Titels V en VI (Art. 525 tot en met 588) -
Art. 542, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808121450 Tekst van de beslissing Nr.
P.22.0939.N M M, verzoeker tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 174, waar de verzoeker woonplaats kiest, in de zaken van PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG ANTWERPEN, afdeling Antwerpen, vervolgende partij, tegen M M, reeds vermeld, beklaagde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het op 11 juli 2022 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift strekt tot de onttrekking van de zaken gekend onder de notitienummers AN20.LB.137838/2020 (hierna zaak I) en ME18.L8.477/2022 (hierna zaak II) aan de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen. Een eensluidend verklaard afschrift van dit verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Uit het door de verzoeker ingediende verzoekschrift, de bijhorende stukken en het strafdossier blijkt dat: - tegen de verzoeker in de zaak I een strafvervolging werd ingesteld wegens informaticabedrog en externe hacking ten nadele van D.H., waarbij de verzoeker werd gedagvaard om te verschijnen voor de correctionele rechtbank Antwer-pen, afdeling Mechelen, op de rechtszitting van 5 november 2021; - de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, op de rechtszitting van 5 november 2021 de behandeling van de zaak I heeft uitgesteld naar de rechtszitting van 7 januari 2022, waarop diezelfde rechtbank op die laatste rechtszitting de zaak heeft uitgesteld naar de rechtszitting van 1 april 2022; - de zaak I door de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, op de rechtszitting van 1 april 2022 sine die werd uitgesteld; - in de zaak II op 7 januari 2022 door het openbaar ministerie bij de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, een gerechtelijk onderzoek werd gevorderd waarbij de verzoeker in verdenking werd gesteld omdat hij naar aanleiding van zijn aanwezigheid in het gerechtsgebouw te Mechelen op de voormelde rechtszitting van 7 januari 2022 zich onder meer schuldig zou hebben gemaakt aan diverse feiten van diefstal en informaticabedrog ten nadele van K.K., die als rechter werkzaam is in de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, alsook ten nadele van K.T., die conciërge is in het gerechtsgebouw te Mechelen; - het gerechtelijk onderzoek in de zaak II, waarin K.K. en K.T. zich benadeelde persoon hebben verklaard, werd gevoerd door de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, die tegen de verzoeker een bevel tot aanhouding heeft uitgevaardigd; - de verzoeker in de zaak II door de raadkamer bij de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, bij beschikking van 20 juni 2022 naar de correctionele rechtbank werd verwezen, waarbij de voorlopige hechtenis werd gehandhaafd; - de verzoeker vervolgens werd gedagvaard in de zaak II om te verschijnen voor de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, op de rechtszitting van 4 juli 2022, waarop de rechtbank de zaak heeft uitgesteld naar de rechtszitting van 7 september 2022; - het openbaar ministerie in de zaak I de verzoeker heeft gedagvaard om te verschijnen voor de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, op de rechtszitting van 7 september
- De verzoeker voert aan dat de zaken I en II dienen te worden onttrokken aan de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen omdat er sprake is van gewettigde verdenking ten aanzien van de rechters van die rechtbank, die volgens de verzoeker niet in staat zijn om op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen over de zaken I en II. Minstens zou hierover een gewettigde twijfel worden gewekt bij de verzoeker en bij de openbare opinie.
- Volgens artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan in strafzaken elke belanghebbende partij het Hof verzoeken om op grond van gewettigde verdenking een zaak te verwijzen van een rechtscollege naar een ander rechtscollege van dezelfde hoedanigheid.
- Volgens artikel 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de kamer van het Hof die kennis neemt van het cassatieberoep in criminele, correctionele en politiezaken onmiddellijk einduitspraak doen over een verzoek tot verwijzing wanneer de in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens daartoe volstaan.
- De in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens laten het Hof toe onmiddellijk uitspraak te doen.
- Er is sprake van gewettigde verdenking in de zin van artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering wanneer de aangevoerde feiten bij partijen of derden een gewettigde verdenking kunnen doen ontstaan over het vermogen van de betrokken magistraten om op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen. Het Hof moet daarbij onderzoeken of de verdenkingen die een partij op dat vlak meent te kunnen koesteren, objectief gezien verantwoord zijn. Daarbij moet worden aangenomen dat tot bewijs van het tegendeel rechters worden vermoed onpartijdig, onafhankelijk en onbevangen te oordelen.
- Het verzoek tot verwijzing van de zaak van een rechtscollege naar een ander rechtscollege wegens gewettigde verdenking is bovendien slechts ontvankelijk als de verdenking kan worden aangenomen ten aanzien van alle magistraten van het betrokken rechtscollege.
- Uit de loutere omstandigheid dat een magistraat van een bepaalde afdeling van een rechtbank en de conciërge van het gerechtsgebouw van diezelfde afdeling als slachtoffer en benadeelde persoon betrokken zijn in een strafzaak, kan als zodanig niet worden afgeleid dat er bij de partijen of bij derden een gewettigde verdenking kan ontstaan over het vermogen van alle rechters van die rechtbank, met inbegrip van de rechters die werkzaam zijn in andere afdelingen ervan, om op een onafhankelijke en onpartijdige wijze over die strafzaak uitspraak te doen.
- De verzoeker leidt de gewettigde verdenking ten aanzien van alle magistraten van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen louter af uit de omstandigheid dat K.K. en K.T., die slachtoffer en benadeelde persoon zijn in de zaak II, werkzaam zijn als rechter in de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, respectievelijk als conciërge in het gerechtsgebouw te Mechelen. Het verzoekschrift zet evenwel niet uiteen waarom die omstandigheid een gewettigde verdenking kan doen ontstaan over het vermogen van alle rechters van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen om op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen over de zaken I en II, noch vermeldt het feitelijke gegevens waaruit dit kan worden afgeleid. Het verzoek is bijgevolg kennelijk niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, sectievoorzitter Michel Lemal, de raadsheren Ariane Jacquemin, Steven Van Overbeke en Ignacio de la Serna, en in openbare rechtszitting van 30 augustus 2022 uitge-sproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220830.VAK.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div