← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 augustus 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220830.VAK.2 Rolnummer: P.22.1088.N Zaak: D. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-09-06 Raadplegingen: 789 - laatst gezien 2026-06-19 04:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche De door artikel 57 Wet Strafuitvoering aan de strafuitvoeringsrechtbank opgelegde verplichting om bij de afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit in het vonnis een datum te bepalen waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen, is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechter die een bij toepassing van artikel 74 Wet Strafuitvoering neergelegd verzoek tot voorlopige invrijheidstelling om medische redenen afwijst

(1).
(1)Het openbaar ministerie concludeerde dat de grondslag hiertoe gelegen is in de aard van de invrijheidstelling om medische redenen. Immers, de gezondheidstoestand van een gedetineerde kan evolueren, zelfs op korte termijn. Waardoor er in functie van deze evolutie een nieuw, niet tijdsgebonden, verzoek kan worden ingediend. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Voorlopige invrijheidstelling - Medische redenen - Strafuitvoeringsmodaliteit - Bepalen datum nieuw verzoek Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 57 en 74 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1088.N A D, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Kris Masson, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Antwerpen van 29 juli
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 5 EVRM, artikel 12 Grondwet en artikel 57 Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechter kon eisers verzoek tot toekenning van een voorlopige invrijheidstelling om medische redenen niet wettig afwijzen zonder een datum te bepalen waarop de eiser een nieuw verzoek kan indienen.
  3. De door artikel 57 Wet Strafuitvoering aan de strafuitvoeringsrechtbank opgelegde verplichting om bij de afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit in het vonnis een datum te bepalen waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen, is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechter die een bij toepassing van artikel 74 Wet Strafuitvoering neergelegd verzoek tot voorlopige invrijheidstelling om medische redenen afwijst. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Voor het overige is het middel afgeleid uit deze vergeefs aangevoerde wetsschending en is het niet ontvankelijk. Tweede middel
  5. Het middel voert schending aan van de artikelen 3 en 5 EVRM, artikel 12 Grondwet en artikel 74 Wet Strafuitvoering: hoewel het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling om medische redenen reeds werd ingediend op 8 juli 2022, werden de in artikel 74, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde adviezen pas meegedeeld aan de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank op 19 en 26 juli 2022, dit is pas na 11, respectievelijk 18 dagen, terwijl het vonnis pas drie weken na de indiening van het verzoekschrift werd gewezen; het vonnis is bijgevolg niet wettig verantwoord.
  6. De enkele omstandigheid dat de bij artikel 74, § 2 en § 3, Wet Strafuitvoering bepaalde termijnen binnen welke de in § 1 van dat artikel bedoelde adviezen dienen te worden verzameld en binnen welke de strafuitvoeringsrechter een beslissing dient te nemen, niet zijn nageleefd, leidt als zodanig niet tot de onwettigheid van die beslissing. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten of komt het op tegen de beoordeling van de feiten door de strafuitvoeringsrechter. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, sectievoorzitter Michel Lemal, de raadsheren Ariane Jacquemin, Steven Van Overbeke en Ignacio de la Serna, en in openbare rechtszitting van 30 augustus 2022 uitge-sproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220830.VAK.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.