id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 augustus 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2
Art. 5
.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 21, § 2, en 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Inzage van het dossier - Voeging van stukken van een ander dossier - Inzagerecht van het andere dossier Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 5
.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 21, § 2, en 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht van verdediging - Voorlopige hechtenis - Inzage van het dossier - Voeging van stukken van een ander dossier - Inzagerecht van het andere dossier Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 5
.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 21, § 2, en 22, vierde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1149.N F S, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Zvonimir Miskovic, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 augustus
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 5.4 en 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 21, § 3, § 4 en § 5, en 22 Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van het recht van verdediging waaronder de wapengelijkheid: de wapengelijkheid is miskend doordat de eiser geen toegang krijgt tot het volledige dossier waarop de verdenkingen van de eiser zijn gestoeld; slechts een beperkt gedeelte van het Brussels dossier werd aan het strafdossier toegevoegd; aan de eiser werd verder het recht ontzegd om geluidopnames te beluisteren, wat niet toelaatbaar is.
- Artikel 6.1 EVRM is in de regel niet van toepassing op de regeling van de handhaving van de voorlopige hechtenis.
- Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die moeten oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
- In zoverre het middel schending aanvoert van die bepalingen, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- Uit de loutere voeging van bepaalde stukken uit een ander strafdossier bij een lastens een inverdenkinggestelde gevoerd gerechtelijk onderzoek, volgt niet dat de inverdenkinggestelde in het kader van de beoordeling van de handhaving van zijn voorlopige hechtenis daardoor automatisch recht van toegang verkrijgt tot dit ander strafdossier. Het staat aan de inverdenkinggestelde aannemelijk te maken dat zijn recht van verdediging in het kader van de beoordeling van zijn voorlopige hechtenis vereist dat hem die toegang wordt verstrekt en aan het onderzoeksgerecht om daarover te oordelen.
- Het staat aan het onderzoeksgerecht te oordelen of in het licht van de feitelijke gegevens die de grondslag vormen voor het aannemen van ernstige aanwijzingen van schuld, het niet kunnen beluisteren van aan het gerechtelijk onderzoek gevoegde geluidopnamen het recht van verdediging van een inverdenkinggestelde daadwerkelijk heeft aangetast.
- Het Hof gaat wel na of het onderzoeksgerecht uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het arrest (p. 2, randnr. 3.2) oordeelt als volgt: - de voorlopige hechtenis van de eiser is niet enkel gesteund op de ernstige schuldaanwijzingen voortspruitende uit telefonie, maar ook op observaties, die voor de eiser belastende resultaten opleverden; - de ernstige schuldaanwijzingen zijn nog versterkt door de recente ontleding van telefonische gegevens die druggerelateerd zouden zijn; - de gegevens uit het Brussels dossier betreffen door de politie verkregen informatie die heeft geleid tot de uitgevoerde observaties; - eventuele inbreuken op de taalwetgeving zoals louter wordt beweerd door de eiser liggen thans niet voor; - de ernstige schuldaanwijzingen zijn gebaseerd op de gegevens van de observaties, die aan tegenspraak zijn onderworpen; - de eiser werd door de onderzoeksrechter geconfronteerd met de resultaten van het telefonieonderzoek en heeft zijn verdediging daarover kunnen voeren. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat eisers recht van verdediging met inbegrip van de wapengelijkheid niet is miskend. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, sectievoorzitter Michel Lemal, de raadsheren Ariane Jacquemin, Steven Van Overbeke en Ignacio de la Serna, en in openbare rechtszitting van 30 augustus 2022 uitge-sproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220830.VAK.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div