← België

BadBoot Vastgoed contra Stad Antwerpen

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220905.3N.7 Rolnummer: C.22.0094.N Zaak: BadBoot Vastgoed contra Stad Antwerpen Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2022-10-06 Raadplegingen: 886 - laatst gezien 2026-06-18 17:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche Onder vaartuig moet worden verstaan elk tuig dat drijft en, met of zonder eigen beweegkracht, vatbaar is voor verplaatsing over het water, ook al gebeurt dit slechts sporadisch, op voorwaarde dat het niet duurzaam met het land of de bodem verbonden is. Thesaurus CAS: SCHIP. SCHEEPVAART Vrije woorden: Vaartuig - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Koophandel Boek II (zee- en binnenvaart) - 21-08-1879 - Artt. 47, § 1, en 273, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1879082150 Verdrag 19 november 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen - 19-11-1976 - Artt. 1 en 15 - 32 Link Justel databank 19761119-32 KB 24 november 1989 betreffende de uitvoering en de inwerkingtreding van de wet van 11 april 1989 houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart - 24-11-1989 - Art. 1, § 1 - 32 ELI link Pub nr 1989014293 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0094.N

  1. BADBOOT VASTGOED bv, in vereffening, met vereffenaar MAKRIMIR bv,
  2. MS AMLIN MARINE nv, vennootschap naar Nederlands recht, voorheen RAETSMARINE INSURANCE bv,
  3. AMLIN INSURANCE SE, vennootschap naar Nederlands recht,
  4. V-ZIT bv, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen
  5. STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen,
  6. HAVEN VAN ANTWERPEN EN BRUGGE nv voorheen genaamd HAVENBEDRIJF ANTWERPEN nv, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de verweersters woonplaats kiezen,
  7. Jan LOYENS, advocaat, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het afgestane scheepsvermogen van de BADBOOT, partij opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring van het tussen te komen arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 2 november
  8. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 5 juli 2022 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
  9. Krachtens artikel 47, § 1, Zeewet, zoals van toepassing, kan onder voorbehoud van het bepaalde in de §§ 2 en 3 de scheepseigenaar zijn aansprakelijkheid beperken overeenkomstig de bepalingen van het verdrag van 19 november 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor zeevorderingen (hierna: LLMC-verdrag). Krachtens de artikelen 1 en 15 LLMC-verdrag kunnen scheepseigenaren hun aansprakelijkheid beperken overeenkomstig de regels van dit verdrag. Door artikel 10 van de wet van 11 april 1989 houdende de goedkeuring van dit verdrag werd de toepassing ervan uitgebreid tot 1° zeegaande vaartuigen, geëxploiteerd door een openbare overheid of een openbare dienst, wie ook de eigenaar van die vaartuigen is, en 2° zeegaande vaartuigen ingezet voor de pleziervaart en voor wetenschappelijk onderzoek. Krachtens artikel 273, § 1, Zeewet, zoals van toepassing, zijn de artikelen 1 tot en met 15, behalve artikel 6, § 5, LLMC-verdrag van toepassing op binnenvaartuigen en op door de Koning daarmee gelijkgestelde vaartuigen en drijvende tuigen. Volgens artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 24 november 1989 betreffende de uitvoering en de inwerkingtreding van de wet van 11 april 1989, worden voor de toepassing van de artikelen 2 en 3 van dat besluit met binnenvaartuigen gelijkgesteld voor zover zij enkel op de binnenwateren worden gebruikt: 1° de volgende soorten vaartuigen: vaartuigen geëxploiteerd door een openbare overheid of door een openbare dienst, wie ook de eigenaar ervan is; vaartuigen aangewend voor de pleziervaart of voor wetenschappelijk onderzoek; draagvleugelboten; veerponten; duwboten, en 2° drijvende tuigen als baggermolens, kranen, elevatoren en alle andere drijvende en verplaatsbare werktuigen en materiaal van soortgelijke aard. Binnenvaartuigen en daarmede gelijkgestelde vaartuigen worden voor toepassing van dit besluit aangeduid als “vaartuigen” (§ 4).
  10. Onder vaartuig voor de toepassing van deze bepalingen moet worden verstaan elk tuig dat drijft en, met of zonder eigen beweegkracht, vatbaar is voor verplaatsing over het water, ook al gebeurt dit slechts sporadisch, op voorwaarde dat het niet duurzaam met het land of de bodem verbonden is. Eerste onderdeel
  11. De appelrechters die oordelen dat de omgebouwde duwbak die bestemd is als publieke badinrichting, niet als vaartuig kan worden beschouwd omdat hij niet is uitgerust met “werkinstallaties zoals kranen, baggermolens e.d.” en dus “geen schip, noch een drijvend werktuig is” zoals bedoeld in artikel 1.01 van de Bijlage van het koninklijk besluit van 26 december 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 maart 2009 betreffende de technische voorschriften voor binnenschepen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
  12. De appelrechters die oordelen dat de omgebouwde duwbak die bestemd is als publieke badinrichting, niet als vaartuig kan worden beschouwd omdat “het niet uitsluitend of overwegend bestemd is voor de vaart op de binnenwateren”, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 5 september 2022 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220905.3N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.