← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.10 Rolnummer: P.22.0586.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-09-13 Raadplegingen: 900 - laatst gezien 2026-06-18 23:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 38, § 5, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot sturen moet uitspreken en het herstel van dit recht minstens afhankelijk moet maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig, die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B; daaruit volgt dat de rechter, indien aan de toepassingsvoorwaarden voor deze bepaling is voldaan, verplicht is om het herstel van het recht tot sturen afhankelijk te maken van hetzij het slagen voor het theoretisch examen hetzij het slagen voor het praktisch examen; uit deze bepaling kan geen verplichting worden afgeleid om het herstel van het recht tot sturen afhankelijk te maken van het slagen in beide examens

(1).
(1)Cass. 8 februari 2017, AR P.17.0046.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170208.3, AC 2017, nr. 95 met concl. van M. NOLET de BRAUWERE, thans advocaat-generaal, op datum in Pas.; Zie P. ARNOU, “Verplicht rijverbod met examen(
  1. s)voor beginnende bestuurders die worden veroordeeld wegens een overtreding die een verval van het recht tot sturen kan meebrengen”, RW 2007-08, 792-795; C. DE ROY, “Over de verzwaring van de straf voor beginnende bestuurders”, VAV 2013, 42-44. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 38 Vrije woorden: Artikel 38, § 5 - Overtreding begaan door een jonge bestuurder - Rijverbod met verplicht herstel van een herstelexamen - Keuze tussen het theoretisch of praktisch examen Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 38, § 5 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.22.0586.N J J M, beklaagde, eiser, met als raadsman Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 6 april 2022. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep in zoverre gericht tegen de vrijspraak voor het feit van de telastlegging B. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 38, § 5, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt dat gelet op de hoedanigheid van de eiser als jonge bestuurder in de zin van die bepaling het herstel van het recht tot het besturen van een motorvoertuig afhankelijk moet worden gemaakt van het slagen in een theoretisch én van een praktisch examen, terwijl die bepaling niet vereist dat beide examens worden opgelegd. 2. Artikel 38, § 5, Wegverkeerswet bepaalt dat de rechter het verval van het recht tot sturen moet uitspreken en het herstel van dit recht minstens afhankelijk moet maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig, die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. 3. Daaruit volgt dat de rechter, indien aan de toepassingsvoorwaarden voor deze bepaling is voldaan, verplicht is om het herstel van het recht tot sturen afhankelijk te maken van hetzij het slagen voor het theoretisch examen hetzij het slagen voor het praktisch examen. Uit deze bepaling kan geen verplichting worden afgeleid om het herstel van het recht tot sturen afhankelijk te maken van het slagen in beide examens. 4. Het bestreden vonnis dat anders oordeelt, schendt de vermelde bepaling. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige 5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep zoals vermeld. Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit het verval van het recht tot sturen afhankelijk maakt van het slagen voor een theoretisch en voor een praktisch examen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot drie vierden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 113,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 6 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.10 Gerelateerde publicatie(
  2. s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170208.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.