← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 september 2022 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.22 Rolnummer: P.22.1159.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-09-13 Raadplegingen: 889 - laatst gezien 2026-06-15 14:19 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het onderzoeksgerecht kan de met feitelijke gegevens gestaafde betwistingen betreffende het gevaar voor recidive en collusie beantwoorden en verwerpen door met verwijzing naar concrete dossiergegevens uit het gerechtelijk onderzoek vast te stellen dat die gevaren wel degelijk bestaan; de redenen die worden aangenomen ter staving van het actueel karakter van het recidive- en collusiegevaar mogen niet dermate algemeen zijn dat ze kunnen gelden ter verantwoording van om het even welke voorlopige hechtenis. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Geactualiseerd en individueel onderzoek - Motivering over de noodzaak van de voorlopige hechtenis - Redenen die kunnen gelden ter verantwoording van om het even welke voorlopige hechtenis - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Geactualiseerd en individueel onderzoek - Motivering over de noodzaak van de voorlopige hechtenis - Redenen die kunnen gelden ter verantwoording van om het even welke voorlopige hechtenis - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.22.1159.N M B A, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 augustus

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 16, § 1, eerste lid, § 5, eerste en tweede lid, 22, zesde en zevende lid, 23, 4°, en 30, § 1, § 3, laatste lid, en § 4, Voorlopige Hechteniswet: met de redenen dat er sprake is van collusiegevaar omdat niet kan worden uitgesloten dat afspraken worden gemaakt over de inhoud van nog af te leggen verklaringen of dat contacten worden gelegd om verklaringen te wijzigen of in te trekken, alsook dat er sprake is van recidivegevaar omwille van het kennelijk georganiseerd karakter van de ten laste gelegde feiten en omwille van contacten van de eiser met personen van verdacht allooi, geeft het arrest blijk van stereotiepe overwegingen; dergelijke overwegingen kunnen worden gebruikt in om het even welke zaak; ze getuigen niet van een afdoend, nauwkeurig, geactualiseerd en geïndividualiseerd onderzoek van de feitelijke gegevens van de zaak; met die redenen wordt ook niet geantwoord op het door de eiser in zijn appelconclusie ontwikkelde precieze verweer.
  3. Het onderzoeksgerecht kan de met feitelijke gegevens gestaafde betwistingen betreffende het gevaar voor recidive en collusie beantwoorden en verwerpen door met verwijzing naar concrete dossiergegevens uit het gerechtelijk onderzoek vast te stellen dat die gevaren wel degelijk bestaan. De redenen die worden aangenomen ter staving van het actueel karakter van het recidive- en collusiegevaar mogen niet dermate algemeen zijn dat ze kunnen gelden ter verantwoording van om het even welke voorlopige hechtenis.
  4. De redenen die het arrest bevat ter staving van het oordeel dat er nog steeds een collusie- en recidivegevaar is, zijn dermate algemeen dat ze niet kunnen worden beschouwd als een antwoord op het in de appelconclusie van de eiser ontwikkelde concrete verweer. Het middel is in zoverre gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het arrest behoudens dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 128,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 6 september 2022 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220906.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221220.2N.32 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.